Het poldermodel

"We moeten een nieuwe sociale kwestie stellen"

"Net als honderd jaar geleden moeten we een nieuwe sociale kwestie aan de orde stellen." Dat was de stelling van Gerda Verburg op de Derde Kamerzitting over het poldermodel. Verburg was een van de zeven genodigde sprekers. De zeven waren te onderscheiden in grote critici van het poldermodel zoals Hans Visser, Robert Went en Piet de Visser; verdedigers van het model zoals Tweede Kamerleden Ferd Crone (PvdA) en Hans Hoog-ervorst (VVD) en gematigde critici zoals wetenschapper God-fried Engbersen en Gerda Verburg.

Honderd belangstellenden waren op vrijdag 29 november 1997 afgekomen op de Derde Kamerbijeenkomst in het Rotterdamse bibliotheektheater, waar voor de vijfde maal een plaatselijke Derde Kamerzitting werd georganiseerd. Ditmaal ging het over het bestuursmodel van deze paarse - maar ook voorgaande regeringen - dat sinds een jaartje poldermodel wordt genoemd.

Niet te tackelen

Het ochtendgedeelte bevatte de grootste tegenstellingen. Aan de ene kant zongen Tweede Kamerleden Hoogervorst en Crone de lof over het poldermodel, terwijl zowel econoom Went als oud-kamerlid De Visser er de kachel mee aanmaakten. Hoogervorst hield een lofzang op het model dat nu wel het poldermodel wordt genoemd, maar dat geleidelijk aan gegroeid is sinds 1982. Aanvankelijk was er tegen het Akkoord van Wassenaar dat in 1982 door ex-vakbondstopman Wim Kok en ex werkgeversvoorziter Van Veen werd gesloten grote weerstand in de vakbeweging. De regeringen van Lubbers en momenteel de regering van dezelfde Kok hebben op dit akkoord voortgebor-duurd. Grootste verdiensten van dit bestuursmodel zijn volgens Hoogervorst het teruglopen van het aantal langdurig werklozen, hoewel gedacht werd dat een niet te tackelen probleem was.

Overleg en strijdmodel

PvdA-kamerlid en voormalig FNV-vakbondsman Ferd Crone verde-digde eveneens het poldermodel, maar gaf geen definitie. Vol-gens Crone "zijn er niet veel bestuursmodellen in de wereld waar democratie, een groeiende economie, een sociaal beleid en zorg voor het milieu te zamen komen op een manier dat ik er achter kan staan. In het poldermodel wel." Crone toonde zich tevreden over het meeste dat de paarse regering bereikt heeft. "Politiek is knokken en af en toe verliezen. Als je niet knokt, verlies je zeker."

Over scholen en bankgebouwen

Econoom Robert Went bepleitte een totaal ander beleid. Hij stelde drie elementen aan de orde die onmiddellijke verande-ring behoefde. Het "schandalige armoedeprobleem" moet worden aangepakt. Door middel van een algemene arbeidstijdverkorting moet we terugkeren naar een situatie van volledige werkgele-genheid. "Momenteel werken we met minder dan de helft mensen als onze voorouders 100 jaar geleden." En er moet meer geld worden geinvesteerd in een publieke en sociale infrastructuur. "Scholen mogen er niet slechter uitzien dan het gemiddelde bankfiliaal." Dit alles, zo stelde Went, kan alleen door het verschuiven van de politieke krachtsverhoudingen. Economie is geen natuurwetenschap maar een kwestie van kiezen.

Hongerige roofridders

Went werd in zekere mate gesteund door oud PvdA-kamerlid Piet de Visser. "Het winst maken van nu heeft niets meer te maken met de bestrijding van de werkloosheid in eigen land. Na de oorlog werkte de elite in het land voor de eigen bevolking. Het oude Philips werkte zo. Hongerige roofridders leiden inmiddels het moderne Philips", aldus oud-Tweede Kamerlid Piet de Visser. Hij toonde zich zeer bezorgd over de twee miljoen mensen in Nederland die uit de maatschappij gestoten lijken te worden. Volgens De Visser heeft het poldermodel zes typische kenmerken; loonmatiging, flexibilisering, verplichte inzet-baarheid (employability) van arbeid, afbouw van de sociale zekerheid, verpatsing van de publieke sector, Nederland is tot een belastingparadijs gemaakt voor het bedrijfsleven en rijke particulieren.

De vraag die De Visser stelt, nadat hij had geconcludeerd dat dit alles zich in een economische hoogconjunctuur afspeelt. Hoe lang zal die nog duren?

Loon en loonkosten

De tegenstelling tussen De Visser en Went zat in het feit dat De Visser een herstel wenste van een harmoniemodel dat werkge-vers en werknemers gezamenlijk bijdragen aan het overeind hou-den van de Nederlandse welvaartsstaat. Momenteel zijn dat vooral werknemers die daar voor opdraaien. Piet de Visser sprak zich ook uit voor de economie van het genoeg. De zoge-naamde loonruimte die vrij komt als het gevolg van het afzien van looneisen zou moeten worden gebruikt voor goede sociale voorzieningen, aldus De Visser.

Robert Went veronderstelt dat het harmoniemodel niet reeel is als de (nieuwe en oude) rijken hun verworvenheden moeten opgeven om de door hem voorgestane veranderingen te financie-ren. Hij zoekt het in een Westeuropese beweging die druk geeft van overheden (op diverse niveaus) en het bedrijfsleven.

Poldermodel niet meer te repareren

s Middags begon er een nieuwe ronde sprekers die eveneens met een paneldiscussie met de zaal werd afgerond. In dit deel waren de tegenstellingen veel minder scherp. Gerda Verburg, oud-CNV-bestuurder en kandidaat voor de Tweede Kamer voor het CDA, stelde dat behalve de nieuwe groepen armen die sociaal worden uitgesloten ook groepen extreem rijken zich van de samenleving afkeren. Ook Verburg vindt het woord pol-dermodel "een rotwoord." Reparatie van dit model helpt niet meer. Andere keuzen zijn noodzakelijk geworden. Geen kansen voor vrouwen, jongeren. De slogan werk, werk, werk is te beperkt.

Inmiddels is de situatie vergelijkbaar met de sociale omstan-digheden van 100 jaar geleden waarin paus Pius de sociale kwestie stelde. De economie moet van zijn voetstuk worden gehaald en mensen moeten weer centraal worden gesteld. Er moet een kanteling komen die leidt van de kwantiteit naar kwali-teit.

Bolkestein op het procrustusbed

Dominee Hans Visser van de Pauluskerk nam zijn gehoor mee op "een wandelingetje door de polder" en lanceerde daarbij een aanval op VVD-leider Bolkestein als radicale verpersoonlijking van het poldermodel. "Het poldermodel", aldus Visser "kent geen overleg. Talloze groepen worden uitgesloten." De allochtonen worden op het procrustusbed van de Europese beschaving gelegd. (Hans Visser: "Procrustus was een mannetje in de Griekse mythologie die zijn slachtoffers op een bed legde en hun ledematen een stukje korter maakte als zij dingen zeiden die hem niet zinden.")

Bolkestein is de radicaal van het poldermodel. Er zijn diverse mogelijkheden wellicht om hiertegen verzet te plegen. Hans Visser gaf de voorkeur aan een stedelijke sociale beweging die bereidt is tot coalities met geestverwanten is.

Terugkeer uitbuiting en vernedering

"Het poldermodel is op zijn grenzen gestoten. De formule werk, werk, werk is te beperkt." Dat zei tenslotte professor God-fried Engbersen. "Het poldermodel heeft nieuwe groepen opgele-verd die van de samenleving worden afgezonderd." Engbersen noemde daarbij alleenstaande moeders, kinderen, chronisch zieken, ouderen en sommige groepen immigranten. Uitsluiting en vernedering komen terug in onze samenleving. Uitsluiting van arbeid en uitsluiting van bepaalde sociale rechten, waarbij Nederland nog als een gunstige uitzondering wordt beschouwd. Hoewel Engbersen aan het poldermodel ook zonnige kanten ziet, ziet hij eveneens de contouren van een nieuwe sociale kwestie opdoemen.

Solidariteitsfundament

Aan het eind van de dag bleek dat alleen VVDer Hoogervorst gewoon wilde voortstomen met het heersende beleid. Alle ande-ren hadden lichte, zware of heel zware bedenkingen. De meesten waren het erover eens dat het beleid gewijzigd moet. CDA-kan-didaatkamerlid Verburg deed de interessante analyse dat een nieuwe sociale kwestie gesteld moet worden. Daarbij betrof haar betoog ook meer punten dan verder dan die in dit verslag konden worden weergegeven.

Grote vraag is of het CDA het zoveel beter zou doen indien zij in een volgende regering plaats neemt. Wij vrezen van niet. Dat neemt niet weg dat het aan de orde stellen van de sociale kwestie op een gedurfde manier de zaak van de achtergestelden in de maatschappij een stap vooruit kan zetten. De oproep van Hans Visser om te gaan werken aan stedelijke sociale bewegin-gen kan daarbij een instrument zijn deze analyse kracht bij te zetten en vooral verder uit te werken. Robert Wents voorstel daarbij vooral in Europees verband te werken is in dit licht gezien dan ook een nuttige tip.

Guido van Leemput