Header image
header image 2
 

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 

Verslag van de studiedag van de Werkgroep Sociale Politiek en De Arme Kant van Nederland op maandag 25-10-1993 in Utrecht


 

De eerste inleiding werd gehouden door Bernard de Leest van het Bureau voor Rechtshulp uit Amsterdam. Hij schetste de geschiedenis van de tot standkoming van de nieuwe bijstandswet. Een van de uitspraken: ambtenaren maken heel veel fouten bij de uitvoering.

De nieuwe ABW heeft twee hoofdfuncties;

- bevordering van een zelfstandige bestaansvoorziening. Voorkomen moet worden, dat mensen in de bijstand blijven.

- Versterking van de verantwoordelijkheid van de gemeenten.

De Leest schetste het zig-zag beleid van de rijksoverheid bij het ontstaan van het wetsontwerp. Zo was de financiering eerst 10% voor de gemeenten en 90% voor het rijk, toen werd het dit voorjaar bij de nieuwe bezuinigingen 80-20 en na de onderhandelingen met de VNG is het weer 90-10. Dit zal over drie jaar opnieuw worden bekeken. Een belangrijk punt is ook, dat er een verscherpt toezicht op de gemeenten komt. De declaraties van de gemeenten moeten beter getoetst worden.

De Leest voorziet vooral in de kleinere gemeenten grote problemen, omdat ze daar vaker roomser zijn dan de paus. De organisaties van uitkeringsgerechtigden moeten druk uitoefenen op de gemeenten, wanneer die hun sociale politiek formuleren. Zo zijn er in veel gemeenten bij de sociale dienst geen klachtenprocedures. In Amsterdam wordt daar nu pas aan gewerkt. Je moet werken langs twee lijnen:

- klachten indienen wanneer er iets fout gaat

- de politiek benaderen

In de nieuwe wet worden de uitkeringen verlaagd en er kunnen toeslagen worden aangevraagd. De regels m.b.t die toeslagen moeten vastgelegd worden in gemeentelijke verordeningen/ uitvoeringsvoorschriften. Daar moeten we op inspringen. Er rest ons nog slechts op gemeentelijk niveau druk uit te oefenen, die wet komt er. Hij ziet in de uitvoering grote problemen. De samenwerking GSD/GAB verloopt niet goed. De manier waarop mensen moeten worden benaderd is bijvoorbeeld in Amsterdam-Oost bij de trajectbegeleiding niet goed geformuleerd. Mensen krijgen een heronderzoeksformulier thuis, en denken dan, dat het alleen maar een periodieke controle is of alle gegevens kloppen. Tijdens het gesprek worden ze dan plotseling geconfronteerd met de ambtenaar, die allerlei voorstellen doet om de mensen weer aan het werk te krijgen.

Het is niet goed, dat het op deze manier gaat, en dat de mensen in feite totaal onvoorbereid op zo'n gesprek komen. Bij de GAB's is de deskundigheid niet aanwezig om langdurig werklozen te begeleiden, en de sociale dienst is eigenlijk geen arbeidsbemiddelingsinstantie. Het gevaar bestaat, dat de sociale dienst toch een uitkeringsfabriek blijft door de moeilijkheden in de uitvoering.

Er wordt gevraagd, of de omgekeerde bewijslast juridisch wel kan. De Leest zegt, dat ze dat heel handig hebben opgelost. Het is eigenlijk geen omgekeerde bewijslast. De client moet aantonen, en alle informatie verstrekken, dat hij/zij recht heeft op een uitkering. Tot nu toe als iemand zei, dat ie alleenstaande was, dan geloofde de sociale dienst dat vrij snel. Nu moet je met allerlei bewijzen komen, om dat aan te tonen. Dit kan bijvoorbeeld mensen die last hebben van spookhuurders in moeilijkheden brengen. Ook wordt gevraagd, of de toeslagen en het leveren van maatwerk wel juridisch klopt. (gelijke gevallen moet de overheid volgens de wet gelijk behandelen).

De werkgroep sociale politiek gaat de Leest en het NJCM (Nederlands Juristen Comite voor de Mensenrechten) inschakelen om een en ander uit te zoeken.

 

 
 

.