Header image
header image 2
 

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 

Tussen verzet en apathie. Recensie van het proefschrift 'inactieven in actie' verschenen in 1994


 

De vragen wanneer komen mensen collectief in verzet, en waarom doen ze dat soms wel en soms niet, heeft vele sociale wetenschappers en historici in de afgelopen eeuwen bezig gehouden. Een echt volledig antwoord kwam er niet. Als je denkt, toch ook een bijdrage aan het antwoord op die vragen te kunnen leveren stel je jezelf geen geringe opgave. Maar Ruud Vlek liet zich niet afschrikken en hij werkte zes jaar aan de beantwoording van wat je een onderdeel van bovengenoemde vragen zou kunnen noemen: in hoeverre hebben uitkeringsgerechtigden in Nederland in de afgelopen 20 jaar zich verzet tegen de afbraak van de verzorgingsstaat en gestreden voor verbetering van hun rechtspositie en wat waren de belemmeringen die zij tegenkwamen?

Daarnaast werkte Vlek aan antwoorden op vele andere vragen: hoe worden de belangen van uitkeringsgerechtigden gerepresenteerd? Wie vertegenwoordigen hen? Doen ze dat zelf, of zijn er anderen- zaakwaarnemers- die zich als verte-genwoordigers opwerpen? Kwam het verzet dat er geweest is spontaan op, of was het van te voren georganiseerd? Het resul-taat van de studie is een dik proefschrift van 700 bladzijden, getiteld ‘Inactieven in actie. Belangenstrijd en belangenbe-hartiging van uitkeringsgerechtigden in de Nederlandse poli-tiek. 1974-1994’.

Om de vragen te kunnen beantwoorden, analyseert Vlek allereerst de objectieve belangenposities van verschillende groepen uitkeringsgerechtigden, die vooral ontstaan onder invloed van het overheidsbeleid. Werklozen bijvoorbeeld worden door het overheidsbeleid ingedeeld naar het soort uitkering dat ze hebben (WW of bijstand) maar ook naar hun relatie met de arbeidsmarkt: de befaamde indeling in vier categorien van meer of minder bemiddelbaar. Als je dan ook nog bedenkt, dat er vele soorten uitkeringen zijn met ook weer indelingen in subgroepen, wordt er iets duidelijk van de eindeloze fragmentatie waaraan de uitkeringsgerechtigden onderhevig zijn en de diversiteit aan belangenposities die dat met zich meebrengt.

Vlek brengt de fragmentatie in kaart en onderzoekt vervolgens welke (sub)categorien tegen de bezuinigingen in opstand kwa-men, hoe ze dat deden en welke omstandigheden zo’n protest bevorderen dan wel belemmeren.

effecten van fragmentatie

Zelfstandige, categoriale belangenorganisaties buiten de grote vakbonden en politieke partijen hebben het bezuinigingsbeleid niet kunnen ombuigen. Uitkeringsgerechtigden zijn er de afgelopen twintig jaar niet in geslaagd de door het overheidsbeleid be‹nvloedde fragmentatie in belangenposities te overstijgen door het ontwikkelen van een collectieve identiteit van de groep als geheel. De fragmentatie, de afhankelijkheid van de staat, de lage sociale en politieke status van bijvoorbeeld werklozen, de geringe electorale betekenis van sommige groepen, de ontoegankelijkheid van de politieke besluitvorming en vele andere factoren hebben de invloed van vaak kleine belangenorganisaties beperkt.

Slechts nu en dan slagen subcategorien erin, een beperkte sociale beweging op te bouwen. (bijstandsvrouwen, WAO-ers, AOW-ers) Dit wisten we eigenlijk al. Maar soms is het boek toch ook onthullend, bijvoorbeeld wanneer Vlek de onrust rond de WAO-maatregelen in 1991 analyseert, waarbij blijkt, dat de sociaal-democratie de WAO-ers in de steek gelaten heeft. Ook laat hij zien, dat het paarse kabinet ondanks alle retoriek over bestrijding van de armoede gewoon doorgewerkt heeft aan de invoering van een ministelsel in de sociale zekerheid. Een enquete onder de nederlandse vakbonden laat zien, dat zij aan de positie van mensen met een minimaal inkomen uit uitkering of flexibele arbeid weinig prioriteit geven.

waarom verzet?

Maar ach, die ene vraag, waarover sociologen, historici en wie al niet zich buigen: Why do men rebel. Waarom komen mensen soms wel en soms niet in verzet. Want er zijn voorbeelden uit de geschiedenis, waarbij mensen in vergelijkbare omstandighe-den als de Nederlandse uitkeringsgerechtigden wel in opstand kwamen. Bijvoorbeeld de zwarte burgerrechten beweging in Amerika in de zestiger en zeventiger jaren en recentelijk de Franse werklozen. Hierbij spelen objectieve belangenposities in de maatschappij en een veelheid van historische en politieke factoren een rol. Maar een volledig, voor meerdere maat-schappijtypen geldend antwoord is niet te geven. Het zijn levende mensen van vlees en bloed, die op cruciale momenten in de geschiedenis op basis van een subjectief ervaren collectiviteit onverwachte beslissingen kunnen nemen. Vlek heeft veel overhoop gehaald, hij heeft alle -zelfs de kleinste- politieke acties van uitkeringsgerechtigden gedocumenteerd. Daaruit blijkt, dat verzet van uitkeringsgerechtigden of werklozen vooral succes heeft en van de grond komt wanneer zij coalities aangaan met een reeds bestaande, sterke maatschappelijke organisatie zoals een vakbond of een politieke partij. Om in de publiciteit te komen en druk uit te oefenen op de overheid moet men dan niet kiezen voor pogingen, een massa-beweging met grote demonstraties op te zetten. Vooral ontregelingsacties, zoals bezettingen van arbeidsbureau’s en sociale diensten door kleinere groepen hebben succes. Dit is wat de nederlandse Werklozen Belangen Verenigingen in de zeventiger jaren deden en wat de Franse werklozen nu doen. Belangrijk voor het van de grond komen van verzet is ook, dat groepen uit meerdere sociale lagen van de bevolking door bijvoorbeeld bezuinigingsmaatregelen getroffen worden, zodat mensen met verschillende opledingsniveau’s en achtergronden aan de acties deelnemen.

Wat in het proefschrift van Vlek echter buiten beschouwing blijft, zijn de met soms onduidelijke politieke eisen gepaard gaande, meer spontane opstandjes in de oude wijken van de grote steden, zoals de Oosterparkbuurt in Groningen. Daarbij keren de bewoners zich soms collectief tegen de staat, met name tegen de zichtbare vertegenwoordiger ervan, de politie. Op grond van Vlek’s analyses kan nauwelijks worden vastgesteld, of een dergelijk verzet zich in de toekomst zal uit-breiden tot wat grotere spontane opstanden. Vlek heeft de politeke betekenis daarvan niet geanalyseerd. Je zou kunnen zeggen, dat de relletjes in de Oosterparkbuurt in Groningen behoorlijk effectief waren, want het heeft geleid tot het vetrek van alle hoogwaardigheidsbekleders die verantwoordelijk waren voor de openbare orde.

gevoelens van machteloosheid

Ook de machtigen der aarde weten het antwoord niet op de vraag: waarom komen mensen soms wel en soms niet in verzet. Wel laat Vlek in zijn soms droge analyses zien, dat de bestuurders bewust of onbewust- naast de eindeloze fragmentatie van de belangenposities - streven naar een ideologische beinvloeding van uitkeringsgerechtigden, waarin voor sommige interpretaties van de feiten geen plaats is. Dit beleid is behoorlijk effectief, als het gaat om het voorkomen van verzet. De gevoelens van machteloze woede, schaamte en wanhoop die dit beleid oproept bij veel mensen, het gevoel, niet meer samen met anderen te kunnen protesteren tegen wat je onrecht-vaardig lijkt, komen in het boek van Vlek verder niet aan de orde. Dit gebeurt wel in de bestseller van Vivian Forrester, ‘de terreur van de economie’. Haar boek is een schreeuw van angst over de gevolgen van het flexibele kapitalisme met zijn massa-werkloosheid waarin niets meer zeker is. Zij zegt, dat het enige antwoord is: ons voortdurend afvragen of de problemen die politici en economen aan de orde stellen eigenlijk wel bestaan, of er geen andere, belangrijkere problemen zijn. We moeten de heersende discussie ter discussie stellen en daarbij nauwkeurig feiten en analyses naar voren brengen. Vlek heeft dat met zijn jarenlange studie gedaan en daarmee heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de strijd van uitkeringsgerechtigden en anderen voor een betere, rechtvaardiger maatschappij.

Piet van der Lende.

 

 
 

.