Header image
header image 2
 

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 

Commentaar op de toespraak van Raf Jansen in october 1993. Ook verschenen in Kabam, Krant voor Aktieve Baanlozen in Amsterdam, november 1993


 

Het lijkt me juist wanneer Raf Jansen zegt dat er uitgegaan moet worden van een radikale kritiek op de verzorgingsstaat en dat van daaruit alternatieven naar voren moeten worden gebracht. Ook is het duidelijk, dat het kapitalisme door ekonomische groei met externe effecten zoals milieuvervuiling te maken krijgt die binnen het bestaande systeem niet zijn op te lossen. Maar Jansen is m.i. te optimistisch over de gevolgen van het in kleine groepjes oprakelen van de diskussie voor alternatieven. Het is helemaal niet zeker, dat politici hier in het licht van de toenemende moeilijkheden naar zullen luisteren. Er is ook een scenario mogelijk, dat leidt tot oorlogen, en voortgaande vernietiging van de natuur. Daarom moeten we ons blijven afvragen, onder welke voorwaarden en op welke wijze we macht kunnen ontwikkelen, om de alternatieven voor het huidige kapitalisme naar voren te brengen. Mi heeft Jansen in zoverre gelijk, dat op korte termijn die macht voor de invoering van een alternatief niet zal worden ontwikkeld.

voorwaarden voor mobilisatie

Wat betreft de mogelijkheden voor mobilisatie van groepen aan de onderkant van de samenleving kunnen we ons echter baseren op een historische parallel. Er is een treffende overeenkomst tussen de arbeidsrelaties van de veenarbeiders en de losse handwerkslieden aan het einde van de 19e eeuw en die van uitkeringsgerechtigden en mensen met flexibele kontrakten nu. Veenarbeiders verrichtten seizoenarbeid, maar een groot gedeelte van het jaar waren ze werkloos. In de periode dat ze in de veenderijen werkten kwamen ze in opstand. Ook nu is de grens tussen uitkeringsgerechtigden en werkenden niet scherp te trekken; veel mensen in de bijstand hebben een baantje, en de meeste bijstandsgerechtigden zijn slechts gedurende een of enkele jaren werkloos. Sommigen wisselen perioden van werk af met perioden van werkloosheid. Net als toen zijn de mensen aan de onderkant wel degelijk een produktiefaktor van betekenis, waarzonder de maatschappij niet kan draaien, zeker wanneer we de onbetaalde arbeid erbij nemen. In het utopisch socialisme van de Sociaal-Demokratische Bond en Domela Nieuwenhuis, werd sterk de nadruk gelegd op opvattingen van goed en kwaad waaraan de ellende werd afgemeten. Men baseerde zich op een utopie, vanwaaruit niet alleen het kapitalisme maar alle vormen van onderdrukking werden bekritiseerd. Er was een open kritiek op het kapitalisme, met een grote ruimte voor verschillende meningen, en met autonomie voor lokale groepen. Dit sloot aan bij de leefwereld van de veenarbeiders. Latere socialisten en communisten, die zich baseerden op het wetenschappelijk socialisme van Marx (vaak met de pretentie de absolute waarheid op zak te hebben) en die sterk gecentraliseerde, bureaucratische partijen en vakbonden hebben opgericht hebben in Nederland nooit op die manier vat gekregen op de armste bevolkingsgroepen en zij hebben hen niet tot verzet gebracht.

De geschiedenis van de arbeidersbeweging aan het einde van de negentiende eeuw leert, dat aan verschillende voorwaarden moet zijn voldaan, willen de armste bevolkingsgroepen tot rationeel politiek verzet komen. In de eerste plaats moeten zij, al is het maar via flexibele deeltijdbaantjes, een produktiefaktor vormen, er moeten plaatsen zijn waar ze met elkaar overleggen en elkaar ontmoeten en vanwaaruit ze tot verzet komen. In de tweede plaats moet er bij konkrete akties een perspectief zijn op inwilliging van de eisen. Dit perspectief bestond in de negentiende eeuw tegenover de veenbazen, die, wanneer de turf schaars was, gedwongen waren toe te geven aan de looneisen van de arbeiders. In de derde plaats moet een landelijke organisatie haar macht en structuur ter beschikking stellen, zich achter de eisen van de arbeiders scharen. Daarbij dient qua organisatievorm een radikale open kritiek op de bestaande maatschappij te worden gekombineerd met een grote autonomie van lokale groepen.

Wat betreft de perspectieven voor inwilliging van konkrete eisen bij kleine akties zie ik op dit moment nog weinig mogelijkheden. Wellicht dat een nieuwe vorm van utopisch socialisme, die uitgaat van een fundamentele kritiek op het arbeidsbegrip in het kapitalisme vruchtbare uitgangspunten biedt voor de organisatie van verzet op de langere termijn.

P van der lende

 

 
 

.