Geschiedenis van de uitkeringsgerechtigdenbeweging in Nederland

In Nederland komen de eerste werklozenactie- comitees naar voren in 1974, wanneer met name onder bouwvakkers en academici de werkloosheid toeneemt. Vanuit de CPN werden dergelijke actiecomitees opgezet. Deze actiecomitees hebben verschillende successen geboekt, zoals het tegengaan van bezuinigingen op de toenmalige WWV en eenmalige uitkeringen. Een belangrijke prioriteit van deze comitees was het tot stand brengen van een coalitie met werkenden door tegelijkertijd binnen en buiten de vakbeweging aandacht te vragen voor de positie van werklozen. Tijdens stakingen hebben de werklozencomitees hand en spandiensten verricht en er werd gepost bij bedrijven. Deze coalitie met werkenden is echter niet goed van de grond gekomen. Als werkloze kon je in deze tijd geen lid worden van een vakbond, en de organisatie van werklozen had geen prioriteit. Bij de stakingen om de automatische prijscompensatie in 1977 kwam er een compromis uit de bus, waarbij een gedeelte van de prijscompensatie werd gefinancierd uit de werkloosheidsfondsen die door de werknemers zelf waren opgebracht. Om deze en andere redenen werden daarom in 1977/78 juridisch zelfstandige werklozen belangen verenigingen opgericht, die losser kwamen te staan van de CPN. En minder streefden naar een coalitie met de werkenden in de vakbonden. Kortstondig heeft er een landelijke struktuur van deze verenigingen bestaan, met een actieve aanhang van enkele duizenden werklozen. Het bleek echter, dat een zelfstandige werklozen beweging, los van andere organisaties geen lang leven beschoren was. In 1979/1980 viel de landelijke struktuur uiteen, omdat de verschillende comitees ieder hun eigen weg gingen. Overigens bestaan er tot op de dag van vandaag allerlei lokale comitees, waarvan de geschiedenis teruggaat op die van de werklozen belangen verenigingen, zoals de W.B.V.A, Unitas, de Werklozenbond in Utrecht. In 1979/1980 nam het aantal uitkeringsgerechtigden sterk toe. Velen werden werkloos of gedumpt in de WAO. De grootscheepse reorganisatie van het nederlandse bedrijfsleven kwam op gang en de eerste bezuingingen op de sociale zekerheid dienden zich aan. (Bestek 81) Bovendien vroegen vrouwen in deze tijd meer aandacht voor hun positie. Al deze groepen waren verdeeld over verschillende uitkeringscategorien in het sociale zekerheidsstelsel, met specifieke achtergronden en belangen. Dit leidde tot de oprichting van een veelheid aan categorale belangenorganisaties, zoals het Landelijk WAO beraad, komitees vrouwen en de bijstand, projekten mensen zonder werk, etc. Het ontstaan van deze organisaties en de acties die zij voerden leidde in 1979/1980 ertoe, dat de vakcentrales meer aadacht gingen schenken aan de belangen van uitkeringsgerechtigden. Er werd een landelijk secretariaat opgericht, en werklozen konden voortaan als zodanig lid worden. Met name de bijstandsvrouwen en vanuit het landelijk WAO-beraad zijn begin jaren tachtig spraakmakende acties gevoerd, zoals proletarisch winkelen, demonstraties etc. Begin jaren tachtig fuseerden de BVM en het landelijk overleg van de Projecten Mensen Zonder Werk tot het Samenwerkingsverband Mensen Zonder Betaald Werk (SMZBW). Ondertussen werden echter de grondslagen gelegd voor ons poldermodel. De vakbeweging sloot een akkoord met de werkgevers over het inleveren van de automatische prijscompensatie, en een commissie voor het industriebeleid formuleerde de lijnen voor de toekomst. Meer flexiblisering van de arbeid, opkomst van de dienstensector, geen gerichte subsidies aan verliesgevende industriebedrijven, bezuinigingen op de sociale zekerheid en lastenverlichting voor de werkgevers. 1983/1984 waren de laaste jaren, waarin werklozen, bijstandsvrouwen en WAO-ers op wat grotre schaal de straat opgingen om te protesteren tegen de bezuinigingen. Met name de voordeurdelersregeling in de bijstand heeft op de golven van de kraakbeweging, die door deze regeling sterk werd getroffen, tot vele protesten geleid. De bezuinigingen gingen echter gewoon door, en dit leidde tot discussies over de te volgen strategie. Overigens zijn er in deze tijd ook pogingen geweest, tot een bundeling van verschillende sociale bewegingen en linkse politieke partijen te komen, zoals de dialoog van Driebergen.

Daarbij waren er drie reacties.

1. We moeten de betekenis van betaalde arbeid relativeren en ook de zorgarbeid en andere onbetaalde arbeid op de voorgrond plaatsen. Velen zullen nooit meer aan betaald werk komen. Daarom moeten wel zelf autonome projekten opzetten (de eigen werk beweging)

2. We moeten ontwijkingsstrategien bedenken voor de druk die op ons wordt uitgeoefend, zodat we onze eigen gang kunnen gaan. Dit leidde in de loop van de tijd tot verschillende brochures, zoals een over betaalstaken, bijten op een houtje of blaffen naar een ambtenaar, etc.

3. We moeten door kracht van argumenten en overleg met de politiek dingen proberen te veranderen. Demonstreren helpt niet. De mensen geloven niet meer in de mobilisatiestrategie. Er zijn objektieve ontwikkelingen in de maatschappij, die ons gelijk gaan geven. Dit leidde tot de oprichting van clientenraden en andere overleg-e n lobby strukturen met de lokale en landelijke overheid. Dit begon al met de stelselherziening onder staatssecretaris de Graaf, waarbij de 'Coronagroep' werd gevormd. Dit was een lobbygroep voor de belangen van uitkeringsgerechtigden en de kerken.

Aan het eind van de jaren tachtig komen de ouderengroeperingen meer opd e voorgrond te staan zoals de ANBO en in 1994 hebben de studenten nog grote demonstraties georganiseerd. Ook de WAO-bezuinigingen hebben tot vele akties geleid. De kerken gingen zich met de discussie bemoeien onder de slogan 'armoede is onrecht'. Je kunt niet zonder meer zeggen, dat de mobilisatiestrategie helemaal is ondergesneeuwd. Het zijn echter sinds 1980 steeds specifieke groepen geweest, die voor hun belangen opkwamen. De versnippering van de verschillende groepen is niet doorbroken, en ook coalities met de vakbeweging zijn niet van de grond gekomen. Ook coalities met andere sociale bewegingen niet. Alleen vrouwenbeweging/bijstandsvrouwen en krakers/werklozen.