Hoofdstuk 8 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

De verdere lobby voor nieuwe bezuinigingen.

De samenstelling van de miljoenennota in het najaar van 1980 verliep weliswaar moeizaam, maar een ding was duidelijk: de regering bleef verdere bezuinigingen en loonmatiging nastre-ven. Men kwam er in de miljoenennota recht voor uit, dat de minima geen behoud van de koopkracht meer kon worden gegaran-deerd. In de door het kabinet nagestreefde inkomensontwik-keling zou het minimumloon er 11/4% op achteruit gaan en 4 maal modaal moest 31/2 procent inleveren. Minister Albeda deed ook weer pogingen, te komen tot een centraal overleg tussen werkgevers en werknemersorganisaties en overheid. Zijn bod was echter voor de vakbeweging onaanvaardbaar. Albeda wilde de prijscompensatie met 2% en de vakantietoeslag met een half procent korten. De vakbonden zeiden daarop, dat ze afspraken wilden over het scheppen van werkgelegenheid in ruil voor het ingeleverde geld, de werkgevers wezen een gericht beleid om de werkgelegenheid te bevorderen af. Toen het overleg was mislukt kwam Albeda in november 1980 weer met een loonmaatregel, die zou gelden voor 1981. De korting op de prijscompensatie en de vakantietoeslag werden dwingend opgelegd. Maar er waren nog meer bezuinigingen. Al op 3 september 1980 dus nog voor het verschijnen van de miljoenennota, gaf de WBVA een verklaring uit, waarin werd medegedeeld, dat de gezamenlijke Belangen Verenigingen en actiecomit‚’s met verontwaardiging kennis hadden genomen van het plan van minister Albeda om 820 miljoen te bezuinigen op de sociale uitkeringen. "Deze maatregelen zullen de werklozen en andere sociaal gesteunden op zeer grove wijze treffen".1 En verder: "Daarbij draagt het snoeiplan een uitgesproken a-sociaal karakter. Het treft in het bijzonder degenen, die toch al een uiterst kwetsbare positie hebben: jongeren, vrouwen, zieken en WAO-ers". Handhaving van de koop-kracht was noodzakelijk en als de minister daar niet aan werkte, dan moest hij maar verdwijnen.

Donderdag 25 september, na het bekend worden van de miljoenen-nota, organiseerde de WBVA een informatie- en kennismakings-bijeenkomst op de Gelderse kade, waar de schade werd opgeno-men.

In een pamflet werden de maatregelen nog eens op een rijtje gezet: de WAO-uitkering van mensen die minder dan 25% arbeids-ongeschikt waren verklaard, verdween. Mensen boven deze grens verloren een deel van de WAO-uitkering, en ontvingen een gedeeltelijke werkloosheidsuitkering. Werkende jongeren zouden een extra loonsverlaging moeten slikken door verlaging van de minimumjeugdlonen. Het recht op een WW-uitkering werd sterk ingeperkt. De 30 dagen eis en de 65 dagen eis in de WW zouden verdwijnen. In het vervolg moest je minstens 130 dagen gewerkt hebben in het jaar voorafgaand aan de werkloosheid om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen. Het daglooon, waarop de WW werd berekend, werd verder "geschoond" door allerlei toeslagen te laten vervallen; vergoeding van reisuren met name voor bouwvakkers, die tot dan toe een onderdeel uitmaakten van het netto-loon, werden niet langer in de uitke-ring meegerekend. De uitkeringen van werkloze schoolverlaters werd verder verlaagd. Het plan was verder, de kinderbijslag voor gedeeltelijk leerplichtigen af te schaffen, schoolverla-ters een half jaar lang geen uitkering te geven en de wedde van soldaten te verlagen. Ten slotte wilde Albeda de richtlij-nen voor wat passende arbeid was verscherpen. In een pamflet konkludeerden de aktievoerders van de WBVA, dat het antwoord gezocht moest worden in de richting, die Bram Staats, voorzit-ter van de bedrijfsledengroep bij FORD in Amsterdam aangaf en waarbij kritiek werd geleverd, vanuit de achterban van de Industriebond FNV zelf, op de inlever-politiek, die ook de leiding van de vakbeweging nu voorstond: "Groeneveld wil inleveren, maar er is geen enkele garantie dat er iets voor terug komt. We zaaien al jaren, maar we oogsten niets. Van de APO’s kwam niets terecht. In de beleidskommissie scheepsbouw werden afspraken gemaakt. Vraag maar eens aan de mensen bij de werven wat daarvan terecht kwam. Pak eerst de multi-nationals aan en de banken, de defensie, de aardgaswinsten, de kapitaal-export, de top-inkomens en de top-hypotheken. Leg verplichte investeringen op. Pas als daaraan iets gebeurd zijn wij bereid om te kijken of er door ons een bijdrage geleverd kan worden". De WBV’s ondersteunden deze verklaring, en voegden eraan toe, dat het antwoord gezocht zou moeten worden in het creeren van arbeidsplaatsen, in verkorting van de arbeidstijd, invoering van de 5 ploegen dienst zoals dat op dat moment bij Mobil-Oil al was gerealiseerd, en door uitbreiding van personeel bij sociale diensten ter verbetering van de dienstverlening. De aktiebijeenkomst van de WBVA heeft echter niet geleid tot nieuwe zelfstandige initiatieven van werklozengroepen. Wel waren er ook in deze periode andere aktiviteiten van de WBVA. Zo was er van 23 september tot en met 10 oktober een tentoon-stelling "werk over werk" van de kunstenaars van het februari-collectief. Dinsdags 23 september was er over deze tentoon-stelling een diskussiebijeenkomst, waarbij met name aandacht besteed werd aan de plaats van de kunstenaars in het geheel van het werkloosheidsprobleem. En nog steeds had de WBVA een spreekuur voor informatie en advies. Iedere middag tussen 2 uur en 4 uur konden uitkeringsgerechtigden terecht. Op dit spreekuur kwamen zoals reeds aangegeven echter nog maar weinig bezoekers.

jongeren

Een onderdeel van het bezuiniginspakket van Albeda was de korting op de uitkering van jongeren en verlaging van de jeugdlonen. De maatregelen hielden het volgende in: wanneer je 23 was had je recht op het wettelijk minimumloon of een uitke-ring, die daarop gebaseerd was. Voor ieder jaar dat iemand jonger was ging daar steeds 7,5% vanaf. Albeda wilde nu, dat jongeren 10% per leeftijdsjaar minder zouden gaan verdienen. Op die manier zou een bezuiniging van 450 miljoen kunnen worden doorgevoerd.

Het najaar van 1980 werd gekenmerkt door verbeten akties van jongerenorganisaties om de bezuinigingen tegen te gaan.2 Er gingen in talloze plaatsen voorbereidingen van start gegaan om een landelijke demonstratieve bijeenkomst op 28 oktober 1980 in Utrecht tot een succes te maken . Deze bijeenkomst was een startpunt van verdergaande akties van jongeren. Ook in Amsterdam is op 11 december 1980 een uitstekend bezochte aktievergadering geweest waar jongeren bespraken welke initia-tieven genomen moesten worden.3 De WBVA organiseerde de manifestatie samen met het NVV-JC in Paradiso. Behalve tegen de verlagingen van de uitkeringen voor jongeren was de aktie ook gericht tegen het voornemen van Albeda, schoolverlaters voortaan een half jaar te laten wachten op een uitkering. In de praktijk betekenden de maatregelen, dat de jongeren gedwon-gen werden langer thuis te leven, met alle moeilijkheden die dat met zich mee kon brengen. Duidelijk was, dat veel informa-tie nodig was. De omvang van de bezuinigingsplannen waren zo gigantisch dat velen niet meer zagen wat nu precies de gevol-gen zouden zijn voor de inkomens van de jongeren. Een van de afspraken op de aktievergadering was dan ook, dat er veel informatiemateriaal moest worden verspreid. Ook de WBVA nam deel aan het verspreiden van dit materiaal. Op 16 december 1980 was er een demonstratie van jongerenorga-nisaties in Den Haag onder het motto: "handen af van de jeugd-lonen". Gekonkludeerd werd, dat de regering de jongeren het recht op een zelfstandig bestaan wilde ontnemen, zodat de jongeren weer hun hand moesten ophouden bij hun ouders. De manifestatie werd georganiseerd door vakbondsjongeren en jongeren van CPN, PSP, PPR en CDA. In een pamflet, waarin tot de demonstratie werd opgeroepen werd gekonstateerd, dat de linkse partijen tegen de ingrepen in de jongerenuitkeringen waren en dat het CDA verdeeld was, zodat een massale landelij-ke demonstratie van grote invloed zou kunnen zijn. De voor-stellen van Albeda werden echter toch grotendeels aangenomen.

Een periode van weinig aktiviteiten

In 1980 en 1981 waren er niet veel aktiviteiten bij de WBVA. In hoofdstuk 7 heb ik aangegeven, dat na de feestelijke ope-ning van het nieuwe kantoor aan de Geldersekade in november 1979 de aktiviteiten minder werden. Vrijwilligers verdwenen, en het spreekuur kwam op een laag pitje te staan. We zagen hiervoor, dat op 6 maart 1980 de laatste landelijke aktie werd gehouden, waarbij een inkomensverbetering van ź 26,- in de week werd ge‰ist. Daarna zou de eerste aktie pas weer in oktober 1981 worden gehouden. In deze tijd speelden de akties tegen de sluiting van oa NSM en FORD. Zo was er oa een grote demonstratie tegen de sluiting van FORD op 31 januari 1981.4 Op 3 februari 1981 werd het werkgelegenheidscomitee opgericht in het Mozeshuis; het comit‚ was bedoeld om akties tegen ontslagen en bedrijfssluitingen te co"rdineren. Het secretari-aat van het comit‚ was enige tijd gevestigd bij de WBVA op de Geldersekade, maar dit was geen succes. De periode voorjaar 1980 - najaar 1981 werd door de medewerkers van de WBVA ach-teraf als zeer moeizaam gekwalificeerd.5 De WBVA ondersteunde met ruimte en menskracht de strijd voor het openhouden van FORD en NSM, maar achteraf konstateerden de medewerkers van de WBVA, dat die samenwerking zo hecht was, omdat de medewerkers de weg naar een eigen identiteit kwijt waren, terwijl de stroom werkzaamheden die uit de samenwerking met het werkgele-genheidscomit‚ voortvloeide een eigen diskussie en de opzet van een zelfstandig beleid blokkeerde. Het losser maken van de banden met het werkgelegenheidscomit‚ werd dan ook een nood-zaak. De medewerkers van de WBVA waren het verlenen van aller-lei hand en span diensten gebaseerd op een soort politieke vriendendienst zat.6 Maar ook inhoudelijk ontstond in de WBVA steeds meer diskussie: vechten voor het openhouden van een bedrijf dat slechte produkten maakte, nl auto’s, dat haar werknemers 40 uur per week liet werken onder slechte arbeids-voorwaarden, omstandigheden en zeggenschapsverhoudingen? Het werkgelegenheidscomit‚ heeft tot halverwege 1982 haar secreta-riaat in het gebouw van de WBV gehad; daarna werd dit volledig afgebouwd.

In april 1981 bleek hoe moeizaam het bij de WBVA toeging. Per 1 april 1981 was de 130-dagen eis ingevoerd in de Werkloos-heidswet. In een van de laatste werklozen aktiekranten werd nog tegen deze maatregel geprotesteerd. Echte akties daartegen kwamen in die periode echter niet van de grond. In 1981 pro-beerde men bij de WBV dit punt weer aan de orde te stellen. In deze tijd spraken politici ook voor het eerst over een drasti-sche reorganisatie van het sociale zekerheidsstelsel; Bij de aktivisten van de WBVA leefde de angst, dat een totale veran-dering van het stelsel en van de uitvoeringsorganisatie de werklozen ongemerkt door de strot zou worden geduwd.7 Er werd in deze tijd gekonstateerd, dat er in de pers wel enkele kritieken verschenen, maar dat de protesten tegen de uitgangs-punten van de reorganisatie zich beperkten tot het uitgeven van wat nota’s en het organiseren van enkele studiedagen voor ambtenaren van sociale diensten en welzijnswerkers. Deze protesten bereikten nauwelijks de groep waar het om ging, namelijk de uitkeringsgerechtigden. Bij de WBVA dacht men na over akties, die juist de gevolgen voor de uitkeringsgerech-tigden zichtbaar zouden maken, waarbij men wilde proberen hen erbij te betrekken. Daarbij zou het erom gaan de samenhang tussen ogenschijnlijk los van elkaar staande maatregelen als de 130 dagen eis, het kostwinnerschap en de diskussie over de reorganisatie aan te tonen. Bij de WBV begon men met een brochure, waarin alle maatregelen op een rijtje werden gezet. Daarbij vroeg men andere organisaties om reakties, zoals het NVV-vrouwensecretariaat, NVV-Jongerenkontakt, een actiecomit‚ van sociale dienstmedewerkers en het werkgelegenheidskomit‚. Van de opzet om door deze brochure een diskussie op gang te brengen van uitkeringsgerechtigden kwam echter niets terecht. Specifieke akties tegen de 130 dagen eis kwamen ook nauwelijks van de grond; Er was een demonstratief bezoek aan de sociale verzekeringsraad, waarbij werd samengewerkt met de Bouwbond; de bedoeling was om de 130 dagen eis weer teruggedraaid te krijgen, maar het lukte bij deze "speerpuntenaktie" niet, andere sectoren erbij betrokken te krijgen. Ook het aan de orde stellen van het kostwinnerschap in de sociale zekerheid mislukte. Vanuit de WBVA werd geprobeerd een bundeling van vrouwenorganisaties tot stand te brengen, waarbij de specifie-ke gevolgen van de reorganisatieplannen voor vrouwen aan de orde gesteld zouden worden. Er kwamen wel twee bijeenkomsten van de ABVA-vrouwengroep, vrouwen van het WAO-komitee en de NVB, maar dit klubje ging na die twee bijeenkomsten weer ter ziele.

Sociale dienst ambtenaren

Al sinds 1979 waren ambtenaren van de sociale diensten in aktie voor uitbreiding van het personeelsbestand. De WBVA vond dit een terechte eis, omdat het volgens de organisatie duide-lijk was dat de ambtenaren onder rot omstandigheden hun werk moesten doen. In de praktijk konden zij al nauwelijks meer de "normale" financi‰le dienstverlening aan. Wachttijden werden langer, informatie kon nauwelijks nog worden gegeven. Dit had tot gevolg, dat de ambtenaren prikkelbaar werden, omdat zij hun werk niet op de normale manier konden doen. Een hoog ziekteverzuim was het gevolg. Het was volgens de WBV duide-lijk, dat uiteindelijk ook de uitkeringsgerechtigden hiervan de dupe zouden zijn. Een drijfveer van de ambtenaren mocht zijn, dat ze hun eigen belang nastreefden, maar de WBVA kon-stateerde, dat de ambtenaren ook eisen stelden omdat de dienstverlening voor uitkeringsgerechtigden enorm in de knel was gekomen. De WBVA ondersteunde dan ook de akties van de ambtenaren. Op initiatief van de WBVA werd een verklaring opgesteld, waar zo’n 17 organisaties hun handtekening onder hadden gezet. Deze verklaring werd aangeboden aan de wethou-der, op deze wijze werden de eisen van de ambtenaren onder-steund. Naast de inwilliging van de eis voor meer personeel werd erop gewezen, dat de wachttijden moesten worden bekort, dat de informatieverschaffing moest worden verbeterd en dat de slechte behuizing van de receptiekantoren. moest veranderen.8 Op 9-10-1980 demonstreerden sociale dienst ambtenaren in Den Haag, tijdens een aktieweek met vele plaatselijke akties.9 Daarvoor werd het LASD opgericht. (Landelijk Actiecomit‚ Sociale Dienst)