Hoofdstuk 17 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

De nieuwe start op de Da Costakade.

Toen in het voorjaar van 1989 duidelijk was geworden, dat de WBVA voor dat jaar alleen nog een afbouwsubsidie zou krijgen, en daarna niets meer, werd besloten, over te gaan op een organisatie zonder beroepskrachten, die geheel op vrijwilli-gers draaide. Ook moesten de kosten voor de aktiviteiten en het in standhouden van de vereniging worden gedrukt. Dit betekende, dat de WBVA niet in de Arie Biemondstraat kon blijven. De overigens prachtige ruimten op dat adres waren veel te duur. Gelukkig vond de WBVA een nieuwe ruimte op de Da Costakade, in het gelegaliseerde kraakpand Tetterode. De huur daar was heel wat lager dan in de Arie Biemondstraat. De verhuizing vond plaats in augustus 1989. En net als in de vorige drie kantoren van de WBVA begonnen de vrijwilligers ook nu weer te schilderen en te timmeren om er een leuke ruimte van te maken. Het bleek echter in eerste instantie niet een-voudig te zijn de vereniging overeind te houden. Verschillende vrijwilligers vielen af, omdat zij voorstander waren geweest van het opheffen van de vereniging.1 Bovendien bleef het ledental steken op ongeveer 200. Dankzij het geld dat over-bleef van de afbouwsubsidie en enkele incidentele subsidies bij fondsen kon de WBVA echter blijven draaien. Al spoedig werden in de winter van 1989 weer de nodige aktiviteiten ontplooid.

Al voor de verhuizing deden leden van de WBVA mee aan een bezettingsaktie van het Jongeren Aktie Platform, waar in het vorige hoofdstuk al aandacht is besteed. Op 8 mei 1989 werd door het JAP het sociale dienst kantoor aan de Herengracht bezet, ook weer om te protesteren tegen de kortingen op de uitkeringen voor jongeren.2 Dit was echter een van de laatste akties van het JAP, dat in 1989 ter ziele is gegaan. Bij de belangrijkste initiatiefnemer van het samenwerkingsverband, de FNV-jongeren, ontstonden moeilijkheden, die uiteindelijk tot een splitsing in de organisatie hebben geleid.3 Ook het spreekuur van de WBVA begon op de Da Costakade weer te draaien.

overheidsbeleid

In november 1989 was het kabinet Lubbers II demissionair geworden. Het financieringstekort werd onder de kabinetten Lubbers I en II precies volgens het "tijdpad" teruggebracht. Tegenover de bezuinigingen op de overheidsuitgaven en de uitkeringen stond een lastenverlichting voor de rijken: In 1988 werd de loon- en inkomsten belasting verlaagd en in 1989 de BTW-tarieven. Voorts werd de WIR omgezet in een verlaging van de werkgeverspremies en de vennootschapsbelasting. Er kwamen in 1989 weer verkiezingen, en na de verkiezingen trad het kabinet Lubbers III aan, ditmaal een coalitie van Partij van de Arbeid en CDA. Wie gedacht had, dat het nu afgelopen was met de bezuinigingen en het onder druk zetten van werklo-zen kwam bedrogen uit. In eerste instantie streefde de rege-ring wel naar herstel van de koppeling tussen lonen en uitke-ringen, maar de nieuwe koppelingswet werd al spoedig weer buiten werking gesteld. Het beleid van het kabinet Lubbers kwam tot uiting in de tussenbalans die in 1991 werd gepresen-teerd. Het financieringstekort van het Rijk mocht in 1994 niet hoger zijn dan 3,25% van het nationaal inkomen. Daarom ging men 13 miljard bezuinigen en werden de lasten voor de burgers verhoogd met 4 miljard. Het beleid van de afgelopen tien jaar wordt voortgezet. Naast het terugdringen van het financie-ringstekort streefde de regering daarbij naar verlaging van de collectieve lastendruk (de sociale premies voor werkgevers en werknemers moesten omlaag), loonmatiging, verlaging van de uitkeringen en een passief werkgelegenheidsbeleid, waarbij men niet aktief arbeidsplaatsen schiep maar vooral keek naar de arbeidsbemiddeling. Overigens ging de regering in het kader van de tussenbalans ook daarop bezuinigen: de arbeidsvoor-ziening, waaronder de arbeidsbureaus vielen, moest honderd miljoen inleveren.

Het Centraal Plan Bureau rekende verder uit, dat de werkloos-heid in Nederland in de komende kabinetsperiode niet met 80.000 personen zou dalen, zoals in het regeerakkoord was voorzien, maar slechts met 65.000. In feite werd tijdens het kabinet Lubbers/Kok het beleid uit de voorgaande periode grotendeels voortgezet, dus ook het volumebeleid in de sociale zekerheid en het onder druk zetten van werklozen. Met name ingrepen in de WAO veroorzaakten veel sociale onrust. De leiding van de vakbonden stuurde in eerste instantie aan op een compromis waarin de rechten van de WAO-ers toch werden aangetast. De partijen in de Sociaal Ekonomische Raad konden elkaar vinden op het voorstel, dat het aantal WAO-ers zou worden teruggedrongen oa door het begrip passende arbeid te verruimen. Daarnaast zouden zieke werknemers vier vakantieda-gen moeten inleveren in ruil voor vrijstelling van de ziekte-wetpremie voor werknemers. In de Federatieraad van het FNV bestonden grote bezwaren tegen dit compromis. Uiteindelijk koos de federatieraad van het FNV voor een meer zelfstandige opstelling. Men verwierp de voorstellen van de werkgevers en de kroonleden in de SER en later ook die van de regering. Vanaf dat moment kwamen de voorbereidingen van de akties op gang. De vakbeweging koos voor een konfrontatie met het kabi-net. Er kwamen felle diskussies binnen en buiten de Partij van de Arbeid over hoe het nu verder moest met de WAO. Tijdens een manifestatie van de Bouw-en Houtbonden in Marcanti op 28 augustus kwamen vanuit de zaal geluiden over de noodzaak van radikale akties. Men vond het verhaal van de bestuurder, die het had over stiptheidsakties en prikakties niet ver genoeg gaan. Ook op andere bijeenkomsten waren die geluiden te horen. De bestuurder hield dergelijke voorstellen echter tegen met als argument, dat er langdurig aktie gevoerd zou moeten worden om de WAO-voorstellen van de regering van tafel te krijgen, en dat het niet verstandig was, meteen met uitgebrei-de stakingen en andere akties, zoals blokkades te beginnen, omdat er dan na korte tijd aktiemoeheid zou optreden en de akties gingen verlopen.

De aktiebereidheid van de achterban werd door de leiding inge-perkt, en politieke stakingen waren al helemaal niet mogelijk.

Op de bijeenkomst in Marcanti waren er vragen over wat de vakbeweging ging doen, als het parlement een meerderheidsbe-sluit had genomen. Vanachter de tafel werd ontkend, dat de vakbeweging uit was op politieke akties. (Dus akties tegen besluiten van de regering, die steunen op een meerderheid van de volksvertegenwoordiging.) Een van de bestuurders zei:

"wanneer de onzalige WAO-plannen doorgaan, richten wij ons op onze natuurlijke tegenstander, de werkgevers. We zullen dan bij hen gaan halen wat de regering ons afgepakt heeft." De spreker erkende echter, dat het op die manier bijzonder moei-lijk zal worden, om ook voor de mensen die nu in de WAO zitten de bezuinigingen te repareren. dinsdag 17 september 1991, Prinsjesdag. Duizenden werknemers en uitkeringsgerechtigden gingen de straat op. In de havens, bij het streekvervoer en in vele andere bedrijven werd na een oproep van de vakbonden het werk voor enige tijd neergelegd. De verschillende akties die na prinsjesdag nog zijn gevoerd zijn uitgemond in een massale demonstratie in Den Haag op 4 oktober. Ingrepen in de hoogte en de duur van de wao verdwenen niet van tafel, maar werden door de regering wel bijgesteld. Op dit moment is nog niet bekend hoe de uiteindelijke maatre-gelen eruit zullen gaan zien.

Tijdens de regeringsperiode van Lubbers III werd het Jeugd-werkgarantieplan ingevoerd en werden zogenaamde banenpools opgezet. In Amsterdam leidde dat tot de oprichting van de stichting "Maatwerk". De banenpool was bedoeld voor langdurig werklozen, die niet meer op de gewone arbeidsmarkt aan de bak zouden komen. In iedere gemeente werd een banenpoolorganisatie opgericht. In Amsterdam was het de bedoeling, enkele duizenden werklozen op die manier aan "werk" te helpen. Werklozen werden te werk gesteld als stadswacht, concierge of in andere func-ties, waarbij geen verdringing van bestaande betaalde arbeid mocht optreden. Men krijgt het wettelijk minimumloon, er is geen CAO, tot nu toe geen ondernemingsraad, geen pensioenop-bouw, en formeel kan men iedere drie maanden in een andere functie worden geplaatst. Wel komen de werklozen in vaste dienst bij de stichting, die de banenpoolers uitleent. Men houdt echter voor een deel de status van werkloze: inschrij-ving bij het arbeidsbureau blijft verplicht, men moet eventue-le andere arbeid dat passend is aanvaarden en meewerken aan eventuele scholing.

De WBVA heeft op het spreekuur veel adviezen gegeven aan werklozen, die voor een gesprek over een banenpoolplaats werden opgeroepen.

clientenraad

Op 14 juni 1989 nam de gemeenteraad een motie aan, waarin het college van Burgemeester en Wethouders wordt opgedragen nog in 1989 te komen tot de oprichting van een clientenraad. Dat moest gebeuren "...in overleg met de verscheidene organisaties van uitkeringsgerechtigden."

Verschillende belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden hebben in september 1989 overleg gevoerd over de houding die zij met betrekking tot de clientenraad moesten aannemen. De meesten besloten aan de instelling van een clientenraad mee te werken. De deelnemende partijen zijn op dit moment de Bij-standsbond, Vrouwen en de Bijstand, de WAO-groep Amsosa, de ANBO, FNV, CNV, Stichting BAAN, VUIST, HTIB. De WBVA besloot op haar ledenvergadering van 29 september 1989 niet mee te doen. Men vond, dat de clientenraad geen werkelijke inspraak kreeg en dat zij gebruikt zou worden om het beleid van de GSD te legitimeren.

Op donderdag 16 november 1989 organiseerde de WBVA een infor-matieavond, waar uitkeringsgerechtigden zich konden uitspreken over het nut van een clientenraad.

De meningen over de betekenis van een clientenraad liepen sterk uiteen. De Bijstandsbond was fel voorstander, de WBVA was tegen. In de Baanbreker van november 1989 stond een artikel over de voors en tegens aan de hand van een diskussie tussen Jacques Peeters van de WBVA en Anke van der Vliet van de Bijstandsbond. De bezwaren van de WBVA waren de volgende. De centrale overheid bepaalt hoe hoog de uitkeringen zijn en aan welke eisen je moet voldoen om voor een uitkering in aanmerking te komen. De gemeenten houden zich bezig met het uitvoerend beleid. De gemeenten mogen geen eigen inkomens-beleid voeren. Ze kunnen dus geen structurele oplossingen bedenken. Een clientenraad moet zich dan bezig houden met de uitvoering op gemeentelijk niveau, terwijl het beleid waar alle moeilijkheden uit voortkomen elders wordt vastgesteld. Jacques Peeters verwoordde dit als volgt; "Als je meedoet aan zo’n clientenraad doe je mee aan een, in wezen, fout systeem, dat op landelijk niveau is vastgesteld. Belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden zijn er veel meer bij gebaat om druk uit te oefenen op de wetgevende organen en niet zoals bij de clientenraad om achteraf te bekijken of de Sociale Dienst zich wel aan de regels houdt. De regels zitten onrechtvaardig in elkaar, dan moet je wat aan de regels veranderen, niet aan de uitvoering ervan."

Anke van der Vliet was het daar niet mee eens. Zij vond dat gemeenten een bepaalde beleidsvrijheid hebben met name met betrekking tot de dienstverlening van de Sociale Dienst, de toepassing van bijzondere bijstand etc. De Sociale Dienst bepaalt hoe het Haagse beleid uitgevoerd gaat worden. Anke vond dat je daar je invloed op moet uitoefenen. Bovendien sluit overleg op gemeentelijk niveau acties op landelijk niveau niet uit. Anke: "Je moet beiden doen: op gemeentelijk niveau moet je invloed aanwenden, en je moet de gemeente ertoe aanzetten druk uit te oefenen op Den Haag. In het verleden is dat ook wel gebeurd. Een voorbeeld is de voordeurdelerskor-ting. Ambtenaren van de GSD weigerden die uit te voeren. Dat soort dingen moet je ondersteunen."

Een ander punt was de hulpverlening aan cli‰nten. Jacques veronderstelde dat de clientenraad in individuele situaties niets kon doen. Jacques: "Stel de GSD wil een uitkeringsge-rechtigde een strafkorting geven. De laatste is het daar niet mee eens en stapt naar de clientenraad. De Cli‰ntenraad komt tot de conclusie: de sanctie is onterecht. Dan zegt de gemeen-te: maar zo zijn de regels, die kunnen wij niet veranderen. Dus de gemeente zal altijd het laatste woord hebben." Volgens Jacques kom je dan als clientenraad in een lastige positie. "Als offici‰el orgaan met enige mate van medezeggenschap moet je - in ruil voor die medezeggenschap - je achterban gaan vertellen waarom een bepaalde sanctie wordt toegepast. Je wordt dan een buffer tussen de gemeente en je achterban. Je gaat dan voor de gemeente uitleggen wat de regels zijn." Anke vond dat de clientenraad zich helemaal niet met individu-ele problemen bezig moest houden. Dat moeten volgens haar de belangenorganisaties doen. Anke: "De clientenraad moet zich alleen met de grote lijn bezig houden. Wanneer er veel klach-ten zijn over bijvoorbeeld strafkortingen, moet dat in de clientenraad aan de orde gesteld worden. Als er veel klachten binnenkomen, kan de GSD daar moeilijk omheen. Dan stel je de GSD voor de keuze: ¢f de knelpunten worden verholpen, ¢f we gaan druk uitoefenen op de landelijke politiek om dingen te veranderen." Jacques: "de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid blijft in ieder geval bij de gemeenteraad. Een orgaan dat bindende adviezen geeft, dat krijg je nooit voor elkaar." Als de be-voegdheden van de clientenraad gering zijn, verwacht hij een vrijblijvend overleg dat snel verzandt en tot niets zal lei-den. "Hoe losser je van de gemeente komt te staan, des te minder bevoegdheden heb je. dus als het zo’n vrijblijvend overleg wordt, dan heb je zo’n clientenraad niet nodig". Anke zag meer perspectief in de macht van de clientenraad; ‘je moet een vertegenwoordiging hebben van uitkeringsgerechtigden die zoveel mogelijk bevoegdheden heeft, terwijl je toch je onaf-hankelijke positie moet handhaven. Een sterke clientenraad met een goede eigen mening zal de gemeenteraad serieus nemen. Daar luistert men naar.

weinig akties

Er zijn de laatste jaren weinig akties geweest van autonome belangenorganisaties; het Netwerk Uitkeringsgerechtigden hief zichzelf op, nadat nog een aktie was gevoerd bij het Ministe-rie van Sociale Zaken. Tijdens de regering Kok/Lubbers werd het steeds moeilijker, akties te organiseren die waren geba-seerd op de solidariteit van uitkeringsgerechtigden en ande-ren. Alles werd gericht op het aan betaald werk helpen van (langdurig) werklozen. Door banenpools, herori‰ntatiegesprek-ken, Jeugd Werk Garantieplan en andere maatregelen poogde men uitkeringsgerechtigden aan het werk te helpen. Overigens met betrekkelijk weinig resultaat; eind 1992 werd bekend, dat de werkloosheid in 1993 weer zal oplopen, en dat allerlei subsi-dies voor werkgevers, om werklozen aan te nemen weinig effect sorteren. Voor diskussies over afschaffing van de sollicita-tieplicht, of een basisinkomen en een kritiek op het karakter van de betaalde arbeid in onze maatschappij was geen plaats meer. De overheid ging ook over tot het steeds strenger kon-troleren van uitkeringsgerechtigden: er werden bij de sociale diensten meer sociale rechercheurs aangesteld, en computerbe-standen werden aan elkaar gekoppeld, terwijl deze koppeling werd vergemakkelijkt door de invoering van het Sociaal Fiscaal Nummer. Hoewel nog steeds grote groepen uitkeringsgerechtigden (voorbeelden) voorstander zijn van de eisen, die in de eerste helft van de jaren tachtig werden gesteld, timmeren de lande-lijke organisaties van uitkeringsgerechtigden weinig aan de weg in de publiciteit en oefenen zij nauwelijks of geen in-vloed uit op de publieke opinie. De afgelopen jaren werden gekenmerkt door een zoektocht van uitkeringsgerechtigden en mensen, aktief in andere sociale bewegingen om opnieuw een radikale tegenbeweging op gang te brengen, zoals dat in voor-gaande jaren ook -zij het vaak op beperkte schaal- was ge-beurd. Daarvoor zou toch een basis moeten zijn, was de redene-ring. Onderzoekingen van het Sociaal-cultureel Planbureau toonden aan, dat nog steeds een zeer grote meerderheid van de Nederlandse bevolking begrip had voor de positie van uitke-ringsgerechtigden. Ook de WBVA heeft de afgelopen jaren deel-genomen aan diskussies over hoe nu verder.

Kort geding tegen de VARA

Niet alleen bij de overheid kreeg het doen en laten van uitke-ringsgerechtigden steeds meer kritiek. Ook in de pers versche-nen verhalen van politici en journalisten, nu de Partij van de Arbeid in de regering zat met name ook vanuit sociaal-demokra-tische hoek, waarbij het gedrag van uitkeringsgerechtigden onder vuur werd genomen. Het feit, dat de werkloosheid zo groot was omdat er domweg te weinig banen waren verdween uit het zicht. In overeenstemming met het neo-klassieke ekonomisch beleid werd de oorzaak van de werkloosheid eenzijdig bij de werklozen zelf gezocht. Er verschenen verhalen in de pers over uitkeringsgerechtigden, die zouden weigeren in de tuinbouw te gaan werken, terwijl daar volgens de werkgevers in die sector een grote behoefte aan arbeidskrachten was. Bij nader inzien bleek de zaak wel wat genuanceerder te liggen; werkgevers weigerden vaak langdurig werklozen aan te nemen, het was werk op basis van stukloon gedurende een korte periode, waarmee je niet of nauwelijks het wettelijk minimumloon kon verdienen. Maar wat bleef hangen was het aloude vooroordeel tegen werklo-zen, waar de Actiecomit‚’s in de zeventiger jaren al tegen protesteerden: werklozen zijn te lui, ze stellen te hoge eisen, etc.

Een voorbeeld van de nieuwe koers, die de sociaal-demokratie ging varen was het diskussieprogramma "De Kloof" van de VARA. Het ging bij het VARA-programma "De Kloof" om een heruitzen-ding van een diskussie, die op 18 januari 1990 op de televisie te zien was. Thema van het programma: het oneigenlijk gebruik van en fraude met sociale uitkeringen. In de diskussie onder leiding van Paul Witteman kwamen onder meer leidinggevende figuren van de sociale dienst in Amsterdam aan het woord, met name de heer Tang, hoofd van het rayonkantoor Zuid Oost van de dienst, en de heer Ter Voort, plaatsvervangend hoofd van de sociale recherche. Verder waren er ondermeer Flip de Kam, hoogleraar ekonomie en Elske ter Veld, staatssecretaris van Sociale Zaken.

Er kwamen in het programma ook enkele uitkeringsgerechtigden aan het woord. Paul Witteman vroeg de deskundigen, hoe groot de fraude was. Deze vraag kwam steeds weer terug, het was de vraag die centraal stond in het programma. Een van de deskundigen veronderstelde, dat de fraude aanzien-lijk was. Daarop poneerde Witteman, dat volgens een niet nader omschreven "Haagse visie" er een percentage fraudegevallen zou zijn van 30-40%. Dit werd voorgelegd aan de heer Tang, die het niet weersprak. De heer Ter Voort van de sociale recherche riep, dat de kasten op zijn afdeling vol zaten met dossiers en dat de mensen op zijn afdeling het werk niet aankonden. Flip de Kam werd in het programma gekonfronteerd met de dema-gogische vraag, of het geen schande was, dat er zoveel vacatu-res bestonden terwijl er aan de andere kant veel werklozen waren. Hij reageerde door te zeggen, dat dit inderdaad een schande was, en dat hij geen belasting wilde betalen voor al die werklozen die fraude pleegden of oneigenlijk gebruik maakten van sociale voorzieningen. De Kam ging ook tekeer tegen de WAO-ers: de mensen die door psychische oorzaken in de WAO waren geraakt, zo’n 30% van het totaal, zouden op een oneigenlijke manier gebruik maken van de WAO. In het programma kwamen ook uitkeringsgerechtigden aan het woord; maar alleen uitkeringsgerechtigden, die zeiden zwart te werken, geen mensen die dat niet deden. Hierdoor werd de indruk versterkt, dat er veel fraude was. Alleen Elske Ter Veld hield vast aan de stelling, dat er in hooguit 10% van de verstrekte uitke-ringen sprake was van fraude.

In het programma werd op geen enkele manier ingegaan op de achtergronden, die tot eventuele fraude zouden kunnen leiden. De suggestie die uit het programma naar voren kwam was duide-lijk: vele uitkeringsgerechtigden frauderen en het vervol-gingsbeleid is te slap. De suggestie werd ondersteund door een enquete: 60% van de Nederlanders was ervan overtuigd, dat er veel fraude gepleegd werd. Zo zat het programma vol met bele-digende opmerkingen aan het adres van uitkeringsgerechtigden. Vertegenwoordigers van belangenorganisaties kwamen in het programma niet aan het woord. Alleen uitkeringsgerechtigden die zeiden te frauderen.

De uitzending heeft al meteen veel stof doen opwaaien. Wim Seeters, beleidsmedewerker van de Voedingsbond FNV zei, dat het programma vol zat met verdachtmakingen, zonder dat er enig bewijs voor geleverd werd. Anderen, zoals de directeur van de GSD in Leeuwarden Jan de Boer, merkten op, dat de minst weerbaren in onze maatschappij door deze uitzending gepakt werden. Een kwalijke zaak. De directeur van de sociale dienst in Amsterdam, van Dijk, heeft vooraf overlegd met de VARA over het plan, een programma over steunfraude te maken. Hij noemde de uitzending ongenuanceerd en hij voelde zich achteraf bela-zerd.

Vele belangenorganisaties, waaronder het Landelijk WAO-beraad stuurden protestbrieven naar de VARA. In de gemeenteraad van Amsterdam en in de Tweede Kamer werden vragen gesteld door VVD-vertegenwoordigers.

De mededeling van de VARA, begin september, dat het programma zou worden herhaald schoot vele organisaties van uitkeringsge-rechtigden in het verkeerde keelgat. Waarom moest zo’n slecht programma, dat uitkeringsgerechtigden aan de schandpaal nagel-de, in vredesnaam worden herhaald?. De herhaling zou plaats vinden op donderdag zes september.

De Bijstandsbond besloot een kort geding te beginnen, samen met het Comit‚ Vrouwen in de Bijstand. Er werd een verklaring naar de pers gestuurd, die werd ondersteund door de Werklozen Belangen Vereniging, De Bond van Mensen Zonder Betaald Werk, het landelijk WAO-Beraad en de Rechtswinkel Amsterdam. In de verklaring werd gekonstateerd, dat mede door dit soort uitzendingen, waarin kreten worden geslaakt zonder dat er enig bewijs voor is, een negatief beeld ontstaat over uitkeringsge-rechtigden. Allerlei vooroordelen worden bevestigd en uitke-ringsgerechtigden worden gediscrimineerd. In de pers werd veel aandacht besteed aan de verklaring van bovengenoemde organisa-ties.

In het kort geding dat op woensdag 5 september diende voor de president van de Arrondisementsrechtbank in Amsterdam zette de advokaat van de Bijstandsbond de bezwaren tegen het programma op een rijtje. Zijn eis: verbod van het programma, en indien een verbod niet mogelijk was, zou de verklaring voorgelezen moeten worden die Burgemeester en Wethouders van Amsterdam hadden gegeven in antwoord op vragen van gemeenteraadsleden en waarin het programma aan de kaak werd gesteld. De advokaat van de VARA deelde mee, dat de omroep alleen bereid was een ver-klaring voor te lezen, waarin werd gezegd dat de VARA geens-zins de bedoeling had met het programma mensen te kwetsen. Op donderdag 6 september deed de rechter uitspraak. Het pro-gramma mocht worden uitgezonden en de door de eisers gevraagde verklaring hoefde niet te worden voorgelezen. De rechter bracht als motieven voor zijn beslissing ondermeer naar voren, dat in het programma slechts als onderdeel de vraag aan de orde kwam naar de omvang van het mogelijke misbruik of onei-genlijk gebruik van de sociale wetgeving. Er werden met be-trekking tot de omvang van de fraude uiteenlopende percentages genoemd, zodat er niet gesuggereerd werd dat de fraude groot was.

In het programma werden geen onnodig grievende uitlatingen gedaan jegens uitkeringsgerechtigden. Omdat zich verder onder het publiek en de ge‹nterviewden uitkeringsgerechtigden bevon-den die hun visie hebben gegeven moest volgens de rechter de slotsom zijn dat de VARA jegens eiseressen niet onrechtmatig handelde door tot uitzending over te gaan. Terwijl men bij de Bijstandsbond met het kort geding bezig was, bereidde de WBVA een piketline voor die op donderdagmid-dag in Hilversum zou worden gehouden indien de uitzending van het programma toch door zou gaan. Toen bekend werd dat het kort geding was verloren vertrok een bus met 35 uitkeringsge-rechtigden richting Hilversum. De bus stopte voor de deur van het VARA-gebouw. Ondertussen waren er ook uitkeringsgerechtig-den uit Hilversum bij het VARA-gebouw aangekomen. Gezamenlijk werd geprotesteerd tegen de uitzending onder het motto: "uit-keringsgerechtigden zijn geen fraudeurs". Er kwamen VARA-mede-werkers naar buiten, die zich solidair verklaarden met de aktievoerders. In de kantine sprak men met een medewerkster van de afdeling externe betrekkingen van de VARA. Zij bleef doof voor alle argumenten.

Om vier uur ging de bus terug naar Amsterdam. s’Avonds om 23.15 werd het diskussieprogramma "De Kloof" opnieuw uitgezon-den.

Na afloop van het programma las de omroepster een verklaring voor. De VARA wou nog eens extra benadrukken, dat zij niet de bedoeling had, uitkeringsgerechtigden te beledigen.

akties tegen De stadspas

In 1988 werden tienduizenden Amsterdammers, AOW-ers en mensen met een minimumuitkering door de gemeente "verblijd" met een vakantieknip. Daar konden ze verschillende kortingen mee krijgen. In 1989 kreeg deze knip een ander karakter in de vorm van de "stadspas" die voor het hele jaar gold. Alle mogelijke kortingen werden de belanghebbenden door gemeente en deelne-mende bedrijven aangeboden naast gratis dingen. Maar wat had je aan een korting van 50% op een theaterkaartje en je maar Ÿ 15,- hoefde te betalen als je minimumlijer was of wanneer je als weduwe alleen maar een AOW-pensioen had en niets meer? Het kon dan ook niet lang duren voordat organisaties werkzaam in de sociale sfeer in de aanval gingen tegen de "Stadspas". Dat begon al in 1988 met een grote demonstratie in het Vondel-park georganiseerd door het komitee "Amsterdam Tegen Verar-ming" toen nog tegen de vakantieknip, onder het motto "geen knippen maar snippen" (zoals de briefjes van honderd gulden genoemd worden) Kort samengevat werd gesteld: wat hebben mensen die toch al op de grens van de armoede leven er aan, om met korting leuke dingen te doen, daar hebben ze geen geld voor. Het is beledigend voor de betrokken groep mensen om met een bonnetje in de hand ergens naar toe te gaan voor korting, dat tast ook de privacy aan. Schaf de Stadspas af en geef de mensen die ervoor in aanmerking komen bijvoorbeeld met Kerst-mis Ÿ 400,-. Volgens van Thijn kon dat niet vanwege de poli-tieke richtlijnen uit Den Haag inzake inkomensbeleid. Van de zijde der protesterende organisaties kwam tenslotte nog de suggestie om als f 400,- niet mogelijk was dan maar f 200,- te geven.4 Het was praten tegen dovemans oren. De stadspas bleef en ook in 1991 was ie er weer, hoewel wie de zaak goed bestu-deerde al gauw tot de ontdekking kwam dat er minder "aanbie-dingen" waren, zo ook kortingen. Wat moest je beginnen met je minimumuitkering in een Tandoori restaurant" menu Ÿ 40,-korting 25% resteert f 30,- per menu?. Of wat moest "opa" nu met korting op een partijtje "snooker", weer volop in de aanbieding?

Ook de WBVA heeft aktie gevoerd tegen de stadspas, of liever

gezegd tegen de suggestie, dat daarmee de financi‰le problemen

van de mensen met een mninimuminkomen zouden kunnen worden

opgelost.5 Onder het motto: "stadspas geen oplossing, uitke-

ring omhoog wel" werd een piket-line gehouden bij Carr‚ op 25

september 1991, vlak voor een voorstelling van de musical Les

Mis‚rables, die speciaal voor stadspashouders werd georgani-

seerd.6

piket-line bij Christelijk Sociaal Congres

Van 13 tot en met 16 november werd het Christelijk Sociaal Congres gehouden in Doorn en in Utrecht. Vakbonden, werkge-versorganisaties, kerkelijke groeperingen, onderwijs en wel-zijnsinstellingen en politieke partijen diskussieerden daar met elkaar over wat in onze tijd de kern van de "sociale kwestie" was. Als voorbereiding op het congres werd een bro-chure uitgebracht onder de titel van "bedreigde verantwoorde-lijkheid". In dit document werd de funktie van het christelijk sociaal denken toegespitst op het begrip verantwoordelijkheid. Mensen moesten meer verantwoordelijk worden gesteld voor hun keuzen en hun handelen. Deze verantwoordelijkheid werd verbon-den met gerechtigheid: recht doen aan mensen betekende hen konfronteren met de gevolgen van hun handelen en hen wijzen op hun plichten. Die plichten moesten door de overheid worden gereguleerd.

Op zaterdag 16 november 1991 hielden verschillende organisa-ties van uitkeringsgerechtigden een piket-line voor de Jacobi-kerk in Utrecht. In die kerk werd op zaterdag de laatste bijeenkomst gehouden van het Christelijk Sociaal Congres. De uitkeringsgerechtigden wezen tijdens de aktie op het gevaar, dat het congres gebruikt zou worden als alibi om de sociale zekerheid onder leiding van het CDA nog verder af te breken. Demonstreren mocht eerst wel, maar toen koningin Beatrix kwam, werden de demonstranten bij de ingang van de kerk weggesleept. De organisaties die de piketline organiseerden hadden nogal wat kritiek op het basisdocument "Bedreigde verantwoordelijk-heid". Zij brachten naar voren, dat hoewel in het basisdocu-ment aandacht bestond voor de strukturele tekortkomingen van onze sociaal-ekonomische orde, weinig aandacht werd besteed aan de voorwaarden en instrumenten die nodig waren om de verantwoordelijkheid waartoe men opgeroepen werd te kunnen beleven. Waar waren de ekonomische en sociale rechten?. De afgelopen vijftien jaar werd het sociale zekerheidsstelsel langzaam maar zeker onder leiding van het CDA afgebroken. Het gevaar bestond, dat de enigzins wollige formuleringen in het basisdocument zouden worden gebruikt als alibi om de rechten van vele burgers verder af te breken en een ministelsel in te voeren in de sociale zekerheid. Er was in het basisdocument onvoldoende aandacht voor het feit, dat verantwoordelijkheid ook solidariteit betekende. De verschillende organisaties van uitkeringsgerechtigden organiseerden daarom de piket-line om daarop te wijzen. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Bundeling Uitkeringsgerechtigden, de Bijstandsbond, de WBVA, de werklozenbond Utrecht, DISK-Amsterdam en het Komitee vrou-wen en de bijstand Amsterdam.

De demonstratie verliep in eerste instantie vreedzaam. Er werden bij de ingang van de Jacobikerk spandoeken ontrold en pamfletten uitgedeeld. Er was heel wat politie aanwezig, maar die liet de aktievoerders eerst met rust. Men hadden gehoord, dat behalve Ruud Lubbers ook koningin Beatrix zou komen. Het leek een goede gelegenheid om de rijkste uitkeringsgerechtig-de van Nederland eens op de standpunten van de belangenorgani-saties te wijzen. Dat zou wel kunnen, dacht men. De aktievoer-ders stonden daar immers op vreedzame wijze gebruik te maken van hun recht op meningsuiting. De congresgangers werden op geen enkele wijze gehinderd. Maar een kwartiertje voor de komst van Beatrix kwamen politieagenten, die zeiden dat men wel mocht demonstreren, maar dan honderd meter bij de ingang van de kerk vandaan. De aktievoerders mochten niet bij de ingang blijven staan, hoewel men niemand lastig viel. Daarop ontstonden enige schermutselingen tussen de demonstranten en de politie. Enkelen lieten zich wegslepen onder het roepen van de leus, dat er met de politieke en ekonomische demokratie nog heel wat mis was. Het recht om een mening te uiten werd op ongemotiveerde wijze ingeperkt. Na het nodige geduw en getrek bevonden de demonstranten zich een eind bij de ingang vandaan. Een van de demonstranten was echter aan de aandacht van de politie ontsnapt. Hij stond bij de ingang van de Jacobikerk nog rustig pamfletten uit te delen. Toen de agenten dat ont-dekten, vlogen ze op hem af en sleepten hem bij de ingang vandaan. Bij de aankomst van Beatrix hebben de aktievoerders veel lawaai gemaakt. Na enige tijd is men naar de markt voor Hoog Catherijne gegaan waar pamfletten werden uitgedeeld. Tenslotte trokken de demonstranten in optocht naar het kantoor van de Werklozenbond Utrecht, waar nog wat werd nagepraat.

aktie bij congres PvdA

vrijdag 13 maart en zaterdag 14 maart werd in Nijmegen een congres van de Partij van de Arbeid gehouden. Op dat congres werd gediskussieerd over een rapport van de commissie Wolffson, waarin voorstellen werden gedaan om de werkloosheid te bestrijden. Verschillende organisaties van uitkeringsge-rechtigden, waaronder de WBVA, voerden op zaterdag aktie voor de ingang van het congresgebouw, om duidelijk te maken dat de voorstellen in het rapport niet tot werkelijke oplossingen zouden leiden.

De aktievoerders hingen om elf uur s’ochtends een spandoek op boven de ingang van gebouw "De Vriendschap" waar het congres werd gehouden. Dan zouden alle congresgangers moeten buigen om onder het spandoek door te lopen en de deur open te doen. Op het spandoek stond: "Handen af van de sociale uitkeringen". Verder werden er pamfletten uitgedeeld, terwijl verschillende aanwezigen borden droegen met teksten als "Werkplicht is chantage" , "sollicitatieplicht is waanzin", en "Niemand meer aan de kant, men is er al overheen geduwd". Al spoedig kwamen kaderleden van de partij naar buiten om ons te sommeren het spandoek boven de ingang te verwijderen. Toen we dat weiger-den, werd de politie gebeld. Een agent sneed met een mes het touw door waarmee het spandoek was opgehangen. Bij het uitdelen van de pamfletten ontsponnen zich verschil-lende diskussies, en sommige congresgangers kwamen weer naar buiten om met ons te praten. Er werd door enkelen erkend, dat bij het overheidsbeleid in feite niets werd gedaan aan de steeds groeiende kloof tussen rijk en arm. Maar wanneer iemand zei, dat de sociaal-demokraten in de huidige coalitie met het CDA geen beter beleid konden ontwikkelen, nam men plotseling een ander standpunt in. Aktievoerders brachten naar voren, dat de Partij van de Arbeid bij de WAO-maatregelen over een grens was gegaan, nl het meewerken aan een verdere afbraak van de sociale zekerheid en een toenemende armoede in de maatschap-pij. De traditionele achterban van de partij kon dit niet meer begrijpen, en haakte af. Maar daarna kwamen de sociaal-demo-kratische dooddoeners als: je kunt maar beter in de regering zitten, om invloed uit te oefenen en grote verslechteringen tegen te houden. De Partij van de Arbeid die met het rapport Wolfson een nieuw perspectief wilde ontwikkeld, verdiende juist nu steun, weglopen betekende, dat de mensen in de partij die verder naar rechts wilden het helemaal voor het zeggen zouden krijgen. Verschillende congresgangers hadden kritiek op het pamflet, waarin werd gesteld dat de voorstellen van Wolfson c.s. niet tot meer werkgelegenheid zouden leiden. Een van de congresgangers zei, dat de commissie Wolfson had voor-gesteld, de wig tussen bruto en netto loon te verkleinen, waarbij het netto-loon gelijk bleef en het brutoloon naar beneden ging, zodat de totale loonkosten voor de werkgevers zou dalen. Vervolgens zou een ecologische heffing op energie en milieuvervuilende produktie nodig zijn om dit te financie-ren. Verlaging van de loonkosten voor werkgevers zou dan leiden tot meer werkgelegenheid. De aktievoerders spraken hun twijfel uit over de werkgelegenheidseffecten van deze maatre-gelen. Onderzoekingen hadden aangetoond, dat een verlaging van bijvoorbeeld het wettelijk minimumloon nauwelijks tot meer werk leidde.

De arme kant van Nederland in aktie

In de vorige hoofdstukken kwam aan de orde, dat ook de kerken steeds actiever werden in het aan de kaak stellen van de armoede, ook in Amsterdam. Leden van de WBVA hebben verschil-lende bijeenkomsten van de kerken bezocht en deelgenomen aan acties, oa van Amsterdam tegen verarming. Op zaterdag 19 mei 1990 werd op het Malieveld in Den Haag een grote landelijke manifestatie gehouden om de toenemende verarming in de Neder-landse samenleving weer eens aan de kaak te stellen.7 Organi-sator was de interkerkelijke werkgroep "De Arme Kant van Nederland". Deze werkgroep werkt samen met organisaties van uitkeringsgerechtigden en plaatselijke komitees. Via bijeen-komsten, publicaties en het opzetten van komitees en groepen heeft men de afgelopen jaren gepoogd een beweging tegen de armoede te organiseren. Die beweging zou een antwoord moeten zijn op het regeringsbeleid van loonmatiging, bevriezing van uitkeringen en afbraak van sociale voorzieningen. De manifes-tatie van 19 mei werd inhoudelijk voorbereid op een zevental studiebijeenkomsten, die in de periode januari/april 1990 zijn gehouden. Er werd bijvoorbeeld gesproken over het gemeentelijk minimabeleid en sociale zekerheid voor etnische minderheden. Er was ook een studiebijeenkomst over alternatieven voor het huidige sociaal-economische beleid. Op deze bijeenkomst maak-ten ekonomen duidelijk, dat het overheidsbeleid van de afgelo-pen jaren heeft geleid tot een steeds grotere kloof tussen arm en rijk. Op de studiebijeenkomst werden alternatieven voor het huidige beleid gepresenteerd.8 Ook het komitee Amsterdam Tegen Verarming was aan het begin van de negentiger jaren aktief. Zo werd een openbaar vervoer aktie gehouden, waarbij werd gesteld, dat dit goedkoper en betaalbaar moest worden. De ongeveer honderd demonstranten liepen van het Centraal Station naar het stadhuis aan de Amstel, waar een petitie werd aangeboden aan wethouder Ten Have. Er zouden speciale gemeentelijke of landelijke regelin-gen moeten komen, om het openbaar vervoer ook voor mensen met een minimuminkomen betaalbaar te maken. In november 1989 organiseerde het Komitee Amsterdam tegen verarming een diskus-sie over wat de gemeente en met name ook de sociale dienst kon doen om de toenemende armoede voor sommige groepen in de maatschappij tegen te gaan. Daarbij was er een diskussie tussen een beleidsmedewerker van de sociale dienst in Amster-dam en een medewerker van de dienst in Rotterdam.

een coalitie met de milieubeweging?

Zowel binnen als buiten het komitee Amsterdam Tegen verarming ontspon zich de laatste jaren een diskussie over de vraag, of de eis: "15% erbij voor alle (minimum) uitkeringen" wel reeel was. De eis zou ook kunnen worden ingevuld door andere eisen, bijvoorbeeld een goedkoper openbaar vervoer en andere voorzie-ningen. Er werd met name vanuit de milieubeweging naar voren gebracht, dat een dergelijke algemene verhoging van het loonpeil en de uitkeringen alleen gefinancierd zou kunnen worden uit nog meer ekonomische groei, en dus meer milieu-vervuiling. De alsmaar groeiende ekonomie en de toenemende produktie van milieuvervuilende afvalstoffen zou desastreuze gevolgen hebben voor het leefmilieu op aarde. De mensen zouden zich een soberder leefwijze moeten aanmeten, om dit te voorko-men. Ook Raf Janssen van de Commissie Ori‰nteringsdagen bracht dit naar voren, waarbij hij pleitte voor een coalitie tussen uitkeringsgerechtigden-en milieubeweging.9 De WBVA stelde, dat in de huidige maatschappij, die armoede produceert, de eis van 15% erbij niet betekent, dat uitkeringsgerechtigden stre-ven naar energieverslindende en milieuvervuilende konsumptie-patronen. De eis is bedoeld om de steeds toenemende armoede tegen te gaan. Loslaten van de eis zou betekenen, dat niet meer gediskussieerd wordt over de vraag, welk minimuminkomen in onze maatschappij aanvaardbaar is. De eis is bedoeld als een slechts gedeeltelijke kompensatie voor de voortdurende achteruitgang in inkomen, die nu optreedt bij veel mensen.

Deze eis moet worden verbonden met een fundamentele kritiek op

onze ekonomische orde; deze kritiek hebben milieubeweging en

uitkeringsgerechtigden gemeen. Zeker, onze konsumptiepatronen

moeten veranderen, maar dat is iets anders dan nu van uitke-

ringsgerechtigden op het minimum vragen, een voortdurende

achteruitgang in inkomen en zware milieuheffingen te accepte-

ren, terwijl de milieuvervuiling gewoon doorgaat en de sane-

ring daarvan steeds grotere kosten met zich meebrengt. De

diskussie nu beperkten tot •f een schoner milieu f meer inko-

men betekent dat verschillende bewegingen die hetzelfde willen

tegen elkaar worden uitgespeeld door de regering, die de

ontwikkelingen voor een groot deel wil overlaten aan het vrije

marktmechanisme. Gezamenlijke akties van uitkeringsgerechtig-

den en milieubeweging zijn echter mogelijk, bijvoorbeeld tegen

verhoging van gemeentelijke heffingen, waarbij dit geld ge-

bruikt wordt ter financiering van een schoner milieu, terwijl

de vervuilende bedrijven buiten schot blijven.10