Hoofdstuk 16 boek ĎWerklozen in aktieí de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

de WBVA verliest haar subsidie

In de miljoenennota van september 1988 werd bekendgemaakt, dat de belastingontvangsten ü 11,4 miljard meevielen, vooral als gevolg van een gunstige macro-ekonomische ontwikkeling. Er waren echter aan de uitgaven kant ook enkele "overschrijdin-gen". Als resultaat van de afweging tussen inkomsten en uitga-ven bleek het mogelijk, ruimte te kreČren voor lastenverlich-tende maatregelen van in totaal ü 4,2 miljard in 1989 en ü 6,2 miljard in 1990. In feite werd er meer uitgegeven voor werkge-legenheidsprogrammaís en er was een verlaging van het hoge BTW-tarief met 1,5 % tot 18,5%. Toch werd nog besloten tot bezuinigingen ten bedrage van 2 miljard, waarbij de studief-inanciering het met name ook moest ontgelden. Er werd een "be-leidsintensivering" aangekondigd van ü 1,6 miljard vooral voor werkgelegenheid en scholing (225 miljoen) en verhoging van de kinderbijslag ( fl 165 miljoen)

akties rond Prinsjesdag

Evenals in voorgaande jaren werd in verschillende plaatsen gepoogd, akties tijdens de troonrede te houden. In Rotterdam bijvoorbeeld werden op initiatief van de SUGBA, een buurtorga-nisatie van uitkeringsgerechtigden en laagstbetaalden, tal van akties gehouden, waaronder een demonstratie door de stad.1 In Rotterdam werden ook in de komende jaren op prinsjesdag aller-lei akties gehouden. In Amsterdam werd een nieuw stedelijk samenwerkingsverband opgezet, het SPAA (Samenwerkingsverband Prinsjesdag Aktiedag Amsterdam) Het SPAA had weer grote plan-nen, maar daar kwam niet alles van terecht. De WBVA wilde in eerste instantie een tentenkamp opzetten voor de woning van de Graaf in Naarden, maar dit plan verdween als te ambitieus in de prullebak. Wel voerde de WBVA op 21 september aktie bij het arbeidsbureau. De aktie werd gevoerd in samenwerking met AMSOSA en de Witte Jas, een sociale doktersdienst uit de Staatsliedenbuurt. Er werd geprotesteerd tegen de opzegging door de regering van het verdrag van de "International Labour Organisation" (ILO), dat de weg opende tot ongehinderd bezui-nigen op sociale uitkeringen en gezondheidszorg. Deze ludieke aktie, in de vorm van een groep "arbeidsongeschikten" die zwaar in verband gewikkeld kwamen informeren naar een baantje, kon men via STAD/Radio Amsterdam volgen.2 Ook in Amsterdam Oost werd door het KKO weer een aktie opge-zet.3 Om half twee startte een manifestatie op de Dappermarkt, met muziek, theater, en toespraken. Daarop liep een stoet van honderd deelnemers naar de sociale dienst op de Polderweg, om de ware fraudeurs te executeren. Vervolgens werden "zomerche-ques" uitgedeeld ter waarde van ü400,-. Met deze cheques ging men naar Albert Heijn op de van Swindenstraat en werden er boodschappen gedaan. De aktivisten wilden vervolgens aan de kassa met de "zomercheques" betalen, maar dit werd door de politie verhinderd. enige tijd later werd gekonkludeerd, dat het verzet in Oost minder massaal was dan in voorgaande jaren. Weliswaar hadden verschillende instellingen op prinsjesdag de deuren gesloten, maar de werkelijke betrokkenheid van ver-schillende buurtgroepen was minder. De aktievoerders hadden niet de pretentie, dat ze de regering wel eventjes naar huis konden sturen. Wel wilden ze een duidelijk signaal laten uitgaan naar de hotemetoten in Den Haag, maar vooral ook naar de buurt zelf. Op de manifestatie voerden gewone buurtbewoners het woord, mensen die elke dag in de buurt de strijd voerden en waarbij iedere buurtbewoner zich kon aansluiten. "Daarmee zal begonnen moeten worden, als we machtsvorming in en vanuit de buurten, de basis tot een realiteit willen maken".4 De jongerenbeweging verbonden met de FNV protesteerde op prinsjesdag tegen de plannen van staatssecretaris de Graaf om de uitkeringen van jongeren ingrijpend te verlagen. Op prins-jesdag werden in 21 plaatsen bijeenkomsten georganiseerd, om aktievoorstellen te bespreken. Op de FNV demonstratie op 8 oktober was er een apart jongerenblok. En op 5 oktober hebben ongeveer 300 jongeren het gebouw van het Directoraat-Generaal sociale zekerheid in Den Haag bezet.5 De ambtenaren waren voorbereid op de komst van de aktievoer-ders; op de bureauís lagen instructies om de kasten en bu-reauís af te sluiten. síMorgens hadden ongeveer 80 aktievoer-ders zich op een verzameladres in Amsterdam gemeld; na diskus-sies over de opzet van de aktie brachten twee toeringcars de aktievoerders naar Den Haag. Daar kwamen ook vier andere toe-ringcars en tien personenbusjes uit andere plaatsen aan; er waren echter ook rechercheurs incognito bij... De aktie bleek uitgelekt. Het Ministerie van Sociale Zaken was omgeven door een cordon ME-ers. Daarop werd een nieuw-wel voorbereid- plan in werking gesteld; een bus ging als afleidingsmanouvre naar het ministerie, en de andere bussen gingen in colonne op weg naar het Directoraat Generaal. Daarop drong een meute van 300 jongeren bij het Directoraat naar binnen. Het centrale compu-tersysteem werd stilgelegd, en binnen korte tijd stond de pers voor de deur. Waren er woordvoerders?. Nou nee, die zijn er niet, iedereen kan voor zichzelf spreken. Van welke organisa-ties de aktievoerders waren? Nou we hebben gewoon wat sociale diensten afgereden en iedereen die mee wilde ging mee... Echt snappen deed de pers het niet, jongeren uit het hele land die gezamenlijk aktie voerden in Den Haag en toch niet georgani-seerd waren in een staande organisatie. Tegen half vier dreig-de de inmiddels opgetrommelde ME met ingrijpen. De aktievoer-ders gaven daarop te kennen, om vijf uur weg te zijn, de ambtenaren waren daar tevreden mee en de ME trok zich terug. De jongeren hadden minister de Koning willen spreken over de 300 gulden korting die hij wilde doorvoeren op de uitkeringen voor jongeren. Maar de minister was niet in de stad, en de plaats vervangend directeur-generaal erkende dat 765 gulden te weinig was om van rond te komen. De aktievoerders vonden de aktie geslaagd.

de FNV

Terwijl een groot aantal bonden zoals de Voedingsbond, de Jongeren en de Bouw en Houtbond wilden oproepen voor akties op Prinsjesdag, bleek dat een aantal grote bonden als de Indus-triebond en de ABVA/KABO geen politieke akties tegen het regeringsbeleid wilden organiseren. Als compromis werd daarom besloten op 8 oktober een demonstratie te houden. Voor velen de vrije zaterdag. De Krisiskrant leverde weer eens kritiek op het FNV-beleid: "Demonstreren is goed en moet!. Maar juist de bonden hebben de potentie om de steunpilaren van het huidige kabinetsbeleid onderuit te halen door juist de bedrijven onder druk te zetten door middel van politieke stakingen en werkon-derbrekingen. Geen stoom afblazen, maar offensieve aktie nu!"6 Er werd door de FNV een plan gemaakt, dat als alternatief voor de Miljoenennota 1989 werd gepresenteerd. In het plan werd ervan uitgegaan, dat werknemers, uitkeringsgerechtigden en trendvolgers er in 1989 in koopkracht 1,5% op vooruit zouden gaan. De uitkering van jongeren kon onaangetast blijven, de bezuinigingen op studiefinanciering konden worden geschrapt en de investeringen in het milieu en nieuwe wegen konden fors worden opgevoerd. Voor de financiering van het plan wou de FNV de BTW minder verlagen en de WIR-overschrijding gedeeltelijk door de werkgevers laten financieren. Vele organisaties van buiten de FNV namen deel aan de demonstratie. Niet alleen vooraf, ook tijdens de demonstratie zelf kwam er kritiek op de FNV-opstelling vanuit de achterban van de bond zelf. Men vond, dat er teveel op werd gemikt via overleg de kabinetsplannen gewijzigd te krijgen. Op een bijeenkomst van kaderleden werd gezegd, dat we niet te načef moesten zijn wat betreft de intenties van het kabinet. Er zou wel eens sprake kunnen zijn van een bewuste lijn, de massawerkloosheid in stand te houden. Een permanent overschot op de arbeidsmarkt verzwakte de vakbe-weging, zette de loon en arbeidsvoorwaarden onder druk en bevorderde de flexibiliteit. Er werd opgeroepen te vertrouwen op eigen kracht en daarbij een brede coalitie tegen het rege-ringsbeleid tot stand te brengen.

Ook de kerken waren begin oktober aktief; op 4 oktober organi-seerden zij een tweede armoedekonferentie.

De WBVA eind 1988

Tijdens twee evaluatiedagen in oktober 1988 hebben de mede-werkers het functioneren van de WBVA doorgesproken.7 Er werden daarbij een aantal duidelijke knelpunten blootgelegd. Daarnaast werden nieuwe plannen voor de toekomst ontwikkeld. Men was het erover eens dat als men de aktiviteiten wilde uitbreiden (spreekuur en ledenwerving bijvoorbeeld) een uit-breiding van het medewerkersbestand noodzakelijk was. Meer aktiviteiten en meer medewerkers betekenden volgens de aanwe-zigen een verdergaande taakverdeling en specialisatie. De huidige medewerkers, die hierdoor extra belast zouden worden, kwamen op dat moment al tijd tekort. Om die reden werd een nieuwe subsidieaanvraag bij de gemeente Amsterdam gedeponeerd om uitbreiding van het aantal uren voor de betaalde medewer-kers, die veel ko"rdinerende taken hadden. Extra geld werd ook gevraagd voor de organisatie van de toekomende aktiviteiten en een onkostenvergoeding voor de vrijwilligers en kinderopvang. Op dat moment betaalden vrijwilligers onkosten als reiskosten en telefoonkosten nog volledig zelf. Vrouwen met kinderen konden vanwege het ontbreken van een kinderopvang geen mede-werkster van de Vrouwen Steun Groep worden. Een ander punt wat tijdens de evaluatiedagen veel aandacht kreeg was het archief-en documentatiesysteem. Voor een organisatie als de WBVA die veel informeerde, adviseerde en aan publiciteit deed, was het van het grootste belang dat de actuele ontwikkelingen op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid nauwgezet werden gevolgd. Deze informatie moest later snel teruggevonden kunnen worden. Het bijhouden van een gedegen en handig bruikbaar archief en documentatiesysteem was moeilijk en tijdrovend. Tot dan toe beperkte men zich voornamelijk tot het verzamelen in ordners en het op stapel leggen van periodieken. Daarnaast had ieder zijn/haar privā- archief opgebouwd. Een bekende aanpak zo bleek bij navraag bij organisaties waarmee de WBVA veel samenwerkte. Overal bestond een duidelijke behoefte aan een centraal, geautomatiseerd systeem. In 1988 was een medewerker documentatie via een tijdelijke arbeidsplaats bij de WBVA in dienst gekomen; deze medewerker kwam op het idee om een derge-lijk informatiesysteem bij de WBVA op te bouwen. Omdat de professionaliteit bij de WBVA ontbrak vroeg de organisatie voor 1989 subsidie voor een apart project. Hiermee hoopte men een documentatiecentrum te kunnen realiseren dat gespeciali-seerd was in informatie die voor uitkeringsgerechtigden van belang was.

Op de evaluatiedagen werd pratend over de uitvoerende taken vastgesteld, dat er behoefte was aan uitbreiding van het aantal spreekuren en meer aandacht voor ledenwerving. Op dat moment waren er drie spreekuren: een voor vrouwen, een voor mensen met studieschulden en een voor mensen die opgeroepen waren voor een heroriČntatiegesprek. De meeste mensen met algemene vragen werden telefonisch te woord gestaan. Dat was geen ideale situatie, zodat men besloot, extra vrijwilligers aan te trekken, die ingewerkt moesten worden voor een algemeen spreekuur.

Donkere wolken

Plannen waren er genoeg; In 1987 en 1988 leek de WBVA steeds meer aktiviteiten te ontplooien, ondanks de verschillende malen gesignaleerde moeilijkheid om mensen in beweging te krijgen. Maar donkere wolken trokken zich samen boven het voortbestaan van de WBVA. Eind 1988 stelden Burgemeester en Wethouders de gemeenteraad voor, in te stemmen met het intrek-ken van de subsidie van de organisatie. De functie van de WBVA zou niet meer passen in het beleid dat de gemeente voerde m.b.t werklozen. Een dergelijke belangenvereniging was overbo-dig geworden volgens B en W, omdat nu alle prioriteit werd gegeven aan werkervarings- en scholingsprojecten. Het geld van de gemeente was nodig om werklozen toe te leiden naar de arbeidsmarkt. De WBVA konstateerde nog weer eens, dat de overheid erop uit was, dat werklozen zich voor een prikkie zouden moeten aanbieden op de arbeidsmarkt. De mening van de werklozen zelf, mede tot uiting gebracht door hun belangenor-ganisaties, beschouwde de gemeente blijkbaar als overbodig of lastig en kon dus wegbezuinigd worden. De Krisiskrant liet een strijdbare taal horen: "Opheffing van de WBVA? Over onze lijken! Onze vereniging bloeit van de aktiviteiten en daar laten we de gemeente niet zomaar een streep door trekken. Belangenbehartiging is bittere noodzaak gezien het regerings-beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd. Moet de PvdA in Amsterdam daarin meegaan?".8 De WBVA bezon zich op akties. Na de bekendmaking van het voorstel van B en W waren de medewerkers voortdurend in touw. Het stadhuis werd enkele keren bezocht voor het politieke lobbywerk, en de medewerkers zetten hun verlangens kracht bij door een ophang-aktie in de binnenstraat van het stadhuis. Met grote stukken touw hingen vijf werklozen aan de stalen dakcon-structie van de overdekte binnenstraat; ze voelen zich opge-hangen door het voorstel van B en W om de subsidiekraan dicht te draaien. De portiers van het stadhuis vinden het een ludie-ke aktie. Fotograven van diverse dagbladen maken een foto.9 Een journalist van radio STAD maakte een reportage. Daarna ging een deel van de ongeveer twintig aktievoerders naar de vergadering van de Commissie van Jeugdzaken, waar pamfletten werden uitgedeeld en de aktie werd toegelicht. De WBVA benadrukte daarbij, dat zij juist opkwam voor de grote groep die geen profijt zou hebben van de dure omscholings- en werkprojecten, en dat ze meer deed dan alleen belangenbeharti-ging. De PvdA deed enkele overigens vage toezeggingen; ze zagen het belang van de organisatie wel in, maar wilden er geen prijskaartje aan hangen. Het leidde tot een voorzichtig optimisme bij de medewerkers van de WBVA. Op 13 december hield de Commissie van Jeugdzaken een hoorzitting; de WBVA was niet de enige die wegbezuinigd dreigde te worden. In feite werd met de besluiten van de gemeenteraad uitvoering gegeven aan het plan van 1986, waarin werd gesteld, dat belangenbehartiging en sociaal-cultureel werk voor werklozen geen prioriteit meer had. Voor een gedeelte was dit het gevolg van de bezuinigin-gen, die het Rijk de gemeente had opgelegd. De bedreigde organisaties trokken op de hoorzitting fel van leer. Zowel de onzorgvuldige procedure als de inhoudelijke argumenten werden gehekeld. In gesprekken met commissieleden bleken deze steeds welwillend te luisteren naar de argumenten, maar ze hielden een slag om de arm. Steeds werd er gezegd dat er hoe dan ook bezuinigd moest worden. Voor de WBVA zou dus een ander potje gevonden moeten worden. Ondertussen bleek bij het voorlich-tingsproject "Minima zonder marge" ongeveer ü 100.000,- over te zijn. Dit werd door de WBVA aan de orde gesteld. Voorlich-ting, waar de WBVA ook veel aan deed, bleek bij Jeugdzaken geen prioriteit te hebben, wel weer bij sociale zaken, maar daar valt de WBVA weer niet onder.....De medewerkers beargu-menteerden, dat het toch van de gekke zou zijn, als de organi-satie met een belangrijke voorlichtende functie verdween, terwijl het bij de gemeente als geheel wel prioriteit had, maar bij een bepaalde afdeling weer niet. Ondertussen werkten de organisaties die wegbezuinigd dreigden te worden aan het opzetten van een tribunaal, vooral de jonge-renorganisatie ANJV was een voortrekker in het organiseren ervan. Het tribunaal werd op 15 januari 1989 in het WG-pavil-joen gehouden. De medewerkers van de WBVA hadden nog hoop. Zolang in de gemeenteraadsvergadering van begin februari nog geen besluit was gevallen waren er mogelijkheden. Maar het bleek een ijdele hoop te zijn. De besluitvorming in de gemeen-teraad werd 23 februari 1989 afgerond. Toen draaien de soci-aal-demokraten in de hoofdstad de WBVA de nek om.10 De Krisiskrant meldde echter, dat de WBVA niet zou verdwijnen. "Het zou te gek worden als de gemeenteraadsleden zomaar een streep konden trekken door de belangen van de werklozen in de stad. Die lol gunnen we ze niet".11 De stopzetting van de subsidie betekende echter wel, dat het geld voor huisvestings-kosten en voor aktiviteiten nu door de werklozen zelf opge-bracht diende te worden. Als vijfhonderd werklozen maandelijks een knaak opzij zouden leggen, zou uitgaande van fl 15.000 per jaar aan kosten- het aktiviteitenaanbod kunnen worden gehand-haafd. Daarop startte een ledenwerf- campagne om driehonderd leden te werven.

De Krisiskrant ging in verband met de verzelfstandiging van de WBVA ook veranderen. Het blad werd tot maart 1989 uitgegeven. In februari 1989 werd besloten, een nieuw blad te gaan maken, niet meer gestencild, maar gedrukt. Dankzij de aanschaf van een computer en het lay-out programma Ventura nog tijdens de periode, dat er subsidie was, was het mogelijk, het nieuwe blad een wat professioneler uiterlijk te geven. Het maandblad ging na enige gepeins de "Baanbreker" heten. Van de "Baanbre-ker" zijn tot nu toe bijna vier jaargangen verschenen. Het blad was bedoeld als middel om de werkzaamheden van de WBVA meer bekendheid te geven en zo de ledenwerving te ondersteu-nen.

campagne "HeroriČntatie is geen werk".

In het vorige hoofdstuk heb ik aangegeven, dat de WBVA in het voorjaar van 1988 een campagne was gestart over de heroriČnta-tiegesprekken onder het motto: de straf moet eraf". In het voorjaar van 1989 was deze campagne nog steeds in volle gang. Op 31 januari 1989 bracht de WBVA de brochure "Herorientatie is geen werk" uit. In de brochure werd het verkooppraatje van de politici als zouden de werklozen enige aandrang nodig hebben om zich voor de arbeidsmarkt beschikbaar te stellen doorgeprikt. HeroriČntatie, omscholing en werkervaring afge-dwongen door middel van strafkortingen was niet in het belang van de werklozen. Voor de zoveelste keer werd het argument van de loondrukkende werking van het werklozenleger herhaald;

HeroriČntatie, zo stond er in de brochure, had een belangrijke functie in de loonmatigingspolitiek van de regering. Met de huidige uitgaven voor scholing en werkervaring voor langdurig werklozen, zouden de lonen over een periode van vijf jaar 3 tot 6% minder stijgen dan zonder deze scholings- en werkerva-ringsaktiviteiten. In de brochure waren/zijn tips te vinden, over hoe iemand zich bij heroriČntatie- en andere gesprekken met de sociale dienst kon opstellen, zodanig, dat vooral de wensen van de werkloze werden gehonoreerd, en zonder dat er strafkortingen vielen. Daarover werd ook een folder uitge-bracht.

Verder werd op 31 januari 1989 een manifestatie in Paradiso gehouden, die door ongeveer 200 mensen werd bezocht. De avond vond plaats onder de leuze: "HeroriČntatie is geen werk". Er was een forum met wethouder Jonker, Ton Kersten van Baanvak, Jan MĀter van Krisiskomitee Oost en Geert van de WBVA.12 Op de bijeenkomst viel wethouder Jonker het nodige boe-geroep ten deel. Hij werd door de zaal onder vuur genomen. Was het de wethouder bekend dat heroriČntatiegesprekken niet zouden leiden tot een oplossing van de werkloosheid?. Dat werklozen alleen anderen van hun plaats verdrongen?. Dat de arbeidsom-standigheden en voorwaarden in de baantjes die gecreČerd werden middels overheidssubsidies slecht waren. Dat het niet de schuld van een werkloze was dat zijn opleiding niet aan-sloot op de arbeidsmarkt?. Dat het heroriČntatiegesprek geen gesprek was maar een ondervraging?. De wethouder wist het allemaal wel, maar hij stelde, dat de ongeveer 18.000 langdu-rig werklozen in Amsterdam wel een duwtje in de rug konden gebruiken. Een van de aanwezigen wees daarna op de DUW, de Dienst Uitvoerende Werken, een werkverschaffingsproject uit de jaren vijftig, ook wel Door uitbuiting Winst genoemd. iemand merkte op: "De wethouder wil werklozen wel een duwtje geven, maar ik vraag me af in welke richting". Forum deelnemer Willem Oosterbaan van de Stichting Een Kwaad Leven bracht naar voren, dat terwijl juist de ondernemers steeds minder in de weg werd gelegd, werklozen aan strenge vraaggesprekken werden onderwor-pen terwijl zij zich telkens moesten aanpassen en zich schik-ken naar de grillen van de ondernemers die ten koste van alles hun winsthonger bleven botvieren. HeroriČntatiegesprekken schiepen geen werk, maar leidden ertoe, dat velen met elkaar moesten concurreren om zelfs maar in aanmerking te komen voor een baantje bij een uitzendbureau of een "werkervarings-plaats". Al deze maatregelen zouden leiden tot een afbraak van de rechten van de werklozen en van al degenen, die nu nog een toch al laagbetaald baantje hebben. De conclusie van Ooster-baan was daarbij, dat men niet moest blijven steken in de eis:

"De straf moet eraf" maar dat heel de heroriČntatie van de baan moest.

Jongerenaktieplatform

In het voorjaar van 1989 werd in Amsterdam ook het Jongeren Aktie Platform (JAP) opgericht, dat verschillende akties organiseerde. Het was een samenwerkingsverband van de FNV-jongeren, de WBVA, Vrouwen in de bijstand, en vele andere organisaties.13 Op vrijdag 17 februari werd in Amsterdam door het JAP aktie gevoerd bij het arbeidsbureau. Daar vond een gesprek plaats met Rob Vlaar, directeur van het bureau. In de hal van het arbeidsbureau werd een verklaring voorgelezen. In het onder-houd met de directeur dat daarna volgde, gaf deze toe, dat hij het in grote lijnen eens was met de aktievoerende jongeren. Hij vond ook dat het niet paste om de uitkeringen van jongeren te verlagen als er toch geen mogelijkheden waren om aan werk te komen. "Het beleid is structureel fout" liet hij weten. Het zou weinig zin hebben, nu mensen op te leiden in het verlengde van de heroriČntatiegesprekken, als daar niet net zoveel banen tegenover stonden.

Netwerk uitkeringsgerechtigden

Het Netwerk voor Uitkeringsgerechtigden was een betrekkelijk nieuw fenomeen aan het werklozenfront. Het was een "landelijk georganiseerde informele vrienden-en-kennissen-club" zonder secretariaat. Men had bewust voor deze structuur gekozen omdat men na acties niet opgezadeld wenste te worden met rechtszit-tingen, schadeclaims, etc.

Het bleek, dat de aktie op 5 oktober, waarbij het directoraat Generaal voor sociale zekerheid werd bezet, in feite door het NU was georganiseerd. Verder werden op 20 februari 1989 de gemeentelijke fractiekamers van het CDA in de plaatsen Wage-ningen, Utrecht, Den Bosch en Amsterdam bezet. Ook deze akties waren bedoeld om te protesteren tegen de plannen van het kabinet om de uitkeringen van jongeren te verlagen. De bezetting van de fractiekamer van het CDA in Amsterdam had als doel, verklaringen van individuele CDA-raadsleden los te krijgen waarin de plannen van het kabinet werden veroordeeld. Zoín 40 jongeren voerden de bezetting uit. Het bleek, dat wethouder Jonker al een protestbrief over de verlaging van de jongerenuitkeringen naar Den Haag had gestuurd. Het CDA ge-meenteraadslid de Jonge liet weten, dat hij achter de brief van Jonker stond; daarmee ging hij dus in tegen de politiek van het CDA in Den Haag.14 Op maandag 4 september 1989 werd het kantoor van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen bezet. In de Baanbreker werd kritiek geleverd op de aktie: "onduidelijkheid kenmerkte het politieke doel van de bezettingsactie van het VNO door het NU. Waarom dit tijdstip, twee dagen voor de verkiezingen, waarom diskussiČren met werkgevers, waarom zulke vage eisen? Organi-satorisch zitten de acties goed in elkaar, de concrete doelen die men zich stelt worden bereikt. Moeilijker ligt het met de politieke doelen. Wat wilde men met de bezetting van het VNO bereiken?. Wat heeft het opgeleverd?" De bedoeling van de aktie zou eventueel kunnen zijn geweest om de onzin van de verkiezingen aan te tonen, maar dat bleef onduidelijk. Of wilden de aktievoerders aantonen, dat de gangen van het VNO linea recta overliepen in de gangen van het Ministerie van Economische Zaken? Dat was echter niet wat de pers overnam. Jammer genoeg waren de eisen te algemeen en te vaag voor de pers om ze te over te nemen.

Om doelstellingen, structuur en werkwijze meer inhoud te geven, organiseerde het Netwerk een driedaagse bijeenkomst. Deze vond plaats op 27, 28 en 29 oktober in Den Bosch. Op vrijdagmiddag 27 oktober werd een korte inleiding gehouden over het ontstaan en het doel van het Netwerk gevolgd door een discussie over de praktijk. Op zaterdag waren er verschillende spreker/sters en vond er discussie plaats over verschillende manieren van actievoeren en de daarbij behorende doelen en organisatievormen. Voordrachten over het Landelijk Beraad Uitkeringsgerechtigden en het roemruchte Radicaal Amsterdams Actiegroepen Platform sloten het symposium op zondag 29 okto-ber af.

Nieuwe akties van de WBVA

de akties van de WBVA gingen ondanks het stopzetten van de subsidie ook in het najaar van 1989 gewoon door. De WBVA besloot haar akties op de gemeenten te richten. De andere organisaties die aan dit initiatief meewerkten waren DISK, CDJA, Landelijk Comitā Vrouwen in de Bijstand, Bijstandsbond Amsterdam, CNV Jongeren, JOVD, JS, Kerk en Vrede, PSJG. Via een raadsadres hoopte de WBVA de gemeenten er toe aan te zetten, druk uit te oefenen op de toenmalige minister van Sociale Zaken, de Koning en het parlement. Deze druk konden de gemeenten uitoefenen door een voorgelegde motie aan te nemen in de gemeenteraad en deze te versturen naar Den Haag. De tekst van de motie luidde als volgt:

"Overwegende dat met het invoeren van de Ďjongerení maatregel van 21 tot en met 26 jaar deze groep onder het bestaansminimum komt, doet ondergetekende een dringend beroep op regering en parlement om de voorgestelde maatregel niet door te laten gaan."

In totaal hebben ruim honderdvijftig gemeenten gereageerd op de brief. Geen enkele gemeente sprak zich uit voor de op handen zijnde maatregel. Zoín honderd gemeenten hebben het raadsadres ter kennisgeving aangenomen, ze vonden het geen taak van de gemeenteraad om uitspraken te doen over inkomens-politiek.

Ruim vijftig gemeenten, waaronder ook Amsterdam, spraken zich uit tegen het voornemen van de regering om opnieuw te bezuini-gen op de uitkering van de jongeren.

Het feit dat een grote groep werklozen door de maatregel onder het bestaansminimum zou komen was voor de meeste gemeentebe-sturen reden om zich er tegen uit te spreken. Sommigen vonden dat de bezuiniging er van uit gaat dat jongeren niet wilden werken. Als de uitkering maar laag genoeg was zou dit wel anders worden. Dit is onzin, aldus die gemeenten. De meeste jongeren willen werk. Daarom moest de oplossing gezocht worden in echte werkgelegenheid en niet in een korting op uitkeringen. Andere gemeenten wezen er op, dat het nogal tegenstrijdig was om enerzijds economische zelfstandigheid te propageren, en de leeftijd waarop je meerderjarig bent te verlagen tot 18 jaar, en anderzijds de jongerenleeftijd te verhogen tot 27 jaar en in kombinatie daarmee de uitkering te verlagen. Een groot aantal gemeenten besloot daarom de motie van de WBVA aan te nemen en deze te versturen naar Den Haag. De gemeente Amster-dam had zelf, in samenwerking met de gemeentebesturen van Utrecht, Den Haag en Rotterdam, al een brief verstuurd naar de regering.

Inmiddels kwam er een nieuwe regering met de PvdA. De bezuini-ging op de uitkering van jongeren leek voorlopig van de baan. Maar via een achterdeur dreigden de jongeren toch gekort te worden op hun uitkering en wel door de invoering van het zogenaamde Jeugd Werk Garantie Plan. Wat was namelijk het geval? Jongeren mochten na 1 januari 1990 niet langer dan een jaar werkloos zijn. Daarna kregen ze de "keuze" om zich Ęf verplicht te scholen Ęf een werkervaringsplaats te accepteren. Het betrof hier in eerste instantie de jongeren van 18 tot 21 jaar, maar de leeftijdsgrens moest omhoog tot 27. Ruw geschat betrof het in Amsterdam zoín 4000 jongeren die hier in 1991 mee te maken kregen. Het weigeren van een volgens de overheid passend aanbod leidde tot stopzetten van de uitkering.