Hoofdstuk 15 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

Spraakmakende akties

In de miljoenennota die in september 1987 werd gepubliceerd bleek, dat het moeilijk was, het terugdringen van het finan-cieringstekort vol te houden. Er waren volgens de regering nieuwe bezuinigingen nodig. Naast de 3 miljard voor dat jaar die al in het regeerakkoord waren vastgelegd zou er nog eens voor 4 miljard bezuinigd moeten worden. Al met al zou na de bezuinigingen het financieringstekort van het rijk 7,7% van het nationaal inkomen bedragen, hetgeen aanzienlijk hoger was dan in 1986, toen het tekort 6,4% bedroeg. Met name de WIR-uitgaven bedroegen in 1986/87 met hun 8,7 miljard bijna 4 miljard meer dan was begroot. In feite waren er dus niet alleen bezuinigingen, maar werd op grote schaal overgegaan tot een ongekontroleerde overheveling van kapitaal naar het be-drijfsleven.

Prinsjesdag aktiedag

In 1987 werd de traditie van "prinsjesdag aktiedag" voortge-zet. De strategie was hierbij, dat er een nationale verzetsdag zou ontstaan, niet alleen gericht tegen incidentele bezuini-gingsmaatregelen, maar tegen de basis-filosofie van het be-leid. In Amsterdam werd oa op initiatief van het Krisiskomitee Oost en de Werklozen Belangen Vereniging het RAAP opgericht. (Radikaal Amsterdams Aktiegroepen Platform) In dit platform kwamen mensen uit verschillende aktiegroepen bijeen vanuit de milieubeweging, vredesgroepen, woonlastengroepen, anti-racis-ten, studentenvakbond en werklozengroepen. Na een lange voor-bereiding werd zo in Amsterdam een basis gevonden voor geza-menlijke aktie; de groepen kwamen maandelijks bijeen en er werden plannen uitgewerkt voor prinsjesdag aktiedag. In ver-schillende steden werden op 15 september lokale akties ge-voerd. In Amsterdam ging het JAC een alternatieve troon bouwen en rondslepen door de binnenstad; daarbij werd een troonrede voorgelezen tegen het Jeugd Werk Garantie Plan en de afschaf-fing van het minimumjeugdloon voor 15- tot 17 jarigen. Boven-dien voerde het komitee Fl 513 erbij aktie in de Pijp. Voor ongeveer honderd mensen werd een alternatieve troonrede voor-gelezen nadat in de buurt een optocht langs grote bedrijven en overheidsgebouwen was gehouden. In de troonrede werd geprotes-teerd tegen het feit, dat gemeenten en stadsdeelraden steeds minder geld kregen en dat de buurtvoorzieningen werden afge-broken.1 Het Krisiskomitee Oost had de welzijnsorganisaties in de buurt gevraagd op prinsjesdag te staken en een protest-mars door de buurt te houden.2 De actievoerders van de vele tientallen instellingen in Oost die op prinsjesdag hun deuren hadden gesloten, gingen na een manifestatie in Oost in optocht naar het belastingkantoor aan de Wibautstraat om het wegbezui-nigde geld terug te halen. Aangekondigd was, dat mensen zich openlijk zouden uitkleden. En inderdaad was daar veel pers op af gekomen. Zij werden echter teleurgesteld. Het succes van de aktiedag in Oost toonde aan, dat er veel verzet was, en dat men zich dus niet liet uitkleden.3 Wel werden miljoenennota koffertjes en een meegesleurde koningin op de brandstapel gelegd. ‘s-Avonds op 15 september was er een stedelijke af-sluitende demonstratie vanaf het Beursplein. Tijdens de demon-stratie werd voor het gebouw van de Nederlandse bank een brandkast gekraakt onder het motto: "Vierhonderd gulden erbij, zo niet, dan komen we het halen". Om negen uur was er een manifestatie in de Sleep Inn in Oost.4 Ook in Den Bosch, Den Haag, Groningen, en andere plaatsen werden lokale akties gehouden. Aan het eind van Prinsjesdag aktiedag gaf RAAP een persverklaring uit: Meer en meer mensen worden tot de bedel-staf gebracht. Er is weer armoede in dit land, je ziet weer mensen de vuilnisbakken afschuimen op zoek naar etensres-ten".5 De actievoerders van het RAAP meldden, dat in een twintigtal steden duizenden mensen de straat op waren gegaan om te protesteren tegen de aanhoudende bezuinigingen. Verder werd meegedeeld, dat het Radikaal Amsterdams Aktiegroepen Platform (RAAP) het initiatief had genomen tot het organise-ren van een demonstratie op 19 september in Den Haag, onder de leuzen: stop de pasjeswet, stop de krisispolitiek, stop de oorlogsvoorbereidingen, stop de repressie.6 Uit Amsterdam vertrok op zaterdag 19 september een bus om 12.00 uur vanaf het Museumplein. De manifestatie in Den Haag zou om twee uur beginnen; op het Malieveld waren ongeveer 600 actievoerders aanwezig. Een deel van hen had meegedaan aan een demonstratie van meer dan twee duizend mensen in Haarlem tegen de Centrum-Demokraten. De racisten hadden aangekondigd, dat ze op 19 september in Haarlem een demonstratie wilden houden. Deze demonstratie werd verboden, maar de demonstranten die hadden besloten een tegen-demonstratie te houden lieten hun aktie gewoon doorgaan. Ondanks de aanwezigheid van ongeveer vijftig Centrum-Demokraten verliep de betoging vreedzaam. Ex-treem-rechtse Hagenaars zouden echter op 19 september toch van hun aanwezigheid blijk geven. De manifestatie op het Malieveld in Den Haag verliep in eerste instantie vredig; na de manifes-tatie trokken de aktievoerders naar het Binnenhof, onder begeleiding van de politie. Onderweg sneuvelden echter enkele ruiten bij het hoofdbureau van politie, het Mauritshuis, de Chileense ambassade en het Ministerie van Financi‰n. De politie besloot daarop om de demonstratie verder te verbie-den en zij sloot het eindpunt, het Binnenhof af. Toen de demonstranten vervolgens via de achterkant het Binnenhof trachtten te bereiken, ontstonden er vechtpartijen tussen demonstranten en de Mobiele Eenheid. Een grote groep aktie-voerders vluchtte daarop naar enkele kraakpanden in Den Haag. Daarbij werden ze achtervolgd door Centrum -Demokraten, FC Den Haag supporters en fascisten, waaronder de lijfwacht van Janmaat, Ton H. De extreem-rechtse Hagenaars waren bewapend met stokken en knuppels. De Mobiele Eenheid voerde daarop weer enkele charges uit. Het RAAP zou later een persverklaring uitgeven, waarin werd gesteld, dat de politie zich dubbelzin-nig had opgesteld; enerzijds moest ze de partijen uit elkaar houden, anderzijds moedigde ze de "tegendemonstranten" aan. De politie verklaarde echter, direct ingegrepen te hebben, de vechtende jongeren uit elkaar te hebben gejaagd en enkele mensen te hebben gearresteerd wegens verboden wapenbezit.7 Waarom deden de FC Den Haag supporters mee?. Het bleek, dat burgemeester van Thijn van Amsterdam supporters van FC Den Haag had verboden, de wedstrijd van hun club tegen Ajax bij te wonen wegens het risico van ongeregeldheden. Toen bekend werd, dat Amsterdammers in Den Haag zouden gaan demonstreren, kon-digden de FC Den Haag supporters aan, de demonstranten plat te zullen maaien. Vertegenwoordigers van de Centrum-demokraten schaarden zich graag aan hun zijde. De Raap-demonstranten hadden zich voor een gedeelte teruggetrokken in het kraakpand de "Blauwe Aanslag" gelegen aan de rand van de Schilderswijk;

Een gedeelte van de demonstranten kon zaterdagavond onder begeleiding van de politie naar het station vertrekken. Daarop volgde een belegering van het pand door de FC Den Haag-suppor-ters. De politie had zich inmiddels teruggetrokken. Volgens de ongeveer vijftig aanwezigen in het kraakpand brak toen pas het geweld in alle hevigheid los. Het viel daarbij op, dat een groepje boze buurtbewoners zich aan de kant van de belegeraars schaarde. Wie de rellen aan de gang hield, was niet helemaal duidelijk. De politie sprak van "verlate zomerrellen zonder ideologische achtergrond" De bewoners van de "Blauwe Aanslag" hadden ook de indruk, dat een gedeelte van de belegering werd uitgevoerd door jongeren die alleen maar op sensatie uit waren, maar dat enkele geweldsuitbarstingen toch zorgvuldig waren geregisseerd.8 Ook in de nacht van zondag op maandag duurde de belegering van het kraakpand voort. De belegering duurde in totaal drie dagen.

Het College van Burgemeester en Wethouders van Den Haag be-waarde over de gebeurtenissen een angstvallig stilzwijgen; journalisten werden voor commentaar verwezen naar een woord-voerder van de politie.9 Op maandagavond patrouilleerden dertig agenten in de buurt, die pamfletten verspreidden waarin werd meegedeeld, dat er een samenscholingsverbod was inge-steld. Daarna werd het weer rustig in de buurt. De Centrum-Demokraten probeerden nog olie op het vuur te gooien door aan te kondigen, dat ze op zaterdag in Den Haag wilden gaan demon-streren. De politie weigerde echter een vergunning. Er kwam in Amsterdam nog een diskussie van anti-fascisten over het voor-stel, op zaterdag 26 september een demonstratie in Den Haag te houden, om te protesteren tegen de straatterreur, maar op aandringen van de bewoners van de "Blauwe Aanslag" werd daar-van afgezien. De bewoners van het kraakpand vonden dat een anti-fascisme demonstratie op zaterdag het gevaar in zich hielden van een nieuwe golf van agressie tegen het kraakpand.

Daarop werd besloten, op 17 oktober een demonstratie in Den

Haag te houden.10

De kerken

De kerken gingen zich steeds meer bemoeien met de diskussie over de toenemende armoede in Nederland. Men was ook daar vaak van mening, dat grote groepen in onze samenleving in een situatie van grote armoede terecht waren gekomen. Vanuit de Raad van Kerken en het industriepastoraat DISK werd op 29 september 1987 een kerkelijke konferentie georganiseerd over de armoede in Nederland. De konferentie kwam tot stand in samenwerking met organisaties van uitkeringsgerechtigden. In een verklaring werd gekonstateerd, dat er voor de mensen met een minimuminkomen in de jaren 1980- 1986 een koopkrachtver-lies was opgetreden van 15-22%. De verklaring gaf aan, dat de toenemende armoede het gevolg was van een beleid, dat gericht was op het vergroten van inkomensverschillen. De mensen werden weer van de liefdadigheid afhankelijk gemaakt. Er zou een sociale zekerheid moeten zijn, die geen gunst was maar een recht. Kerken moesten zich verbinden met uitkeringsgerechtig-den en hun organisaties om te werken aan verbeteringen. Op de kerkelijke konferentie kwam een koerswijziging van de kerken tot uitdrukking, die al geruime tijd daarvoor was ingezet.

Binnen de kerken was de traditionele charitas vrijwel verdwe-

nen. Kerkelijke instellingen als DISK streefden er steeds meer

naar, invloed uit te oefenen op de politiek, om ervoor te

zorgen dat een redelijk inkomen voor alle mensen een recht

bleef, cq zou worden en niet een gunst, die hen bij de gratie

door de rijken zou worden verleend. In dit kader ging men

onafhankelijke belangenorganisaties, die er ook naar streefden

dat de politiek de rechten van armen zou erkennen, steeds meer

steunen. Reeds begin jaren tachtig had men zich vanuit DISK

met WAO-groepen bezig gehouden. Op 23 mei 1984 had DISK reeds

de akties van het landelijk WAO-beraad in Den Haag aktief

gesteund door kontakten tot stand te brengen tussen WAO-ers en

kamerleden. Industriepastores en bisschop Ernst van Breda

schreven in 1984 een brief aan de Tweede Kamer waarin werd

gevraagd af te zien van de toen voorgestelde kortingen. De

oude charitasgedachte wees men toen ook af: men wilde voorko-

men, dat uitkeringsgerechtigden zouden moeten terugvallen op

de kerkelijke liefdadigheid, omdat hun inkomen niet meer

toereikend zou zijn om in het levensonderhoud te voorzien.11

Amsterdam

Ook in Amsterdam komt de veranderde opstelling van de kerken

tot uiting in nieuwe initiatieven. Op 2 juni 1987 werd een

vergadering gehouden van het sociaal beraad Amsterdam, op

initiatief van DISK. In dit beraad zaten een groot aantal

aktiegroepen. Door het sociaal beraad werden een aantal avon-

den georganiseerd, waar ekonomen uitlegden dat er alternatie-

ven waren voor het regeringsbeleid van alsmaar meer bezuini-

gen. Uit dit beraad is vervolgens het Komitee Amsterdam tegen

Verarming ontstaan (ATV), dat in de jaren daarna vele akties

heeft opgezet. De stedelijke steungroep Kerk en Werk, waarin

stedelijke kerkelijke organisaties vertegenwoordigd waren was

naast DISK een belangrijke voortrekker van de akties van

Amsterdam Tegen Verarming. Men besloot, dat de conclusies van

de kerkelijke konferentie tegen verarming op 29 september in

Amsterdam een vervolg moest krijgen door op stedelijk niveau

de idee‰n van die konferentie verder uit te dragen. In ver-

schillende buurten in Amsterdam werden bijeenkomsten belegd

waar de armoedeproblematiek ter sprake kwam. Ook werden er

handtekeningenlijsten gemaakt en een lobby opgezet om allerlei

maatschappelijke organisaties zoals politieke partijen en

vakbonden te winnen voor de standpunten van ATV. Hoogtepunt

van de akties werd een demonstratie van ATV op 7-5-1988 in

Amsterdam. De eisen waren: minimumloon en uitkeringen omhoog

met 15%, koppeling van lonen en uitkeringen, herstel van de

80%, geen eigen bijdrage in de gezondheidszorg, geen aantas-

ting van de huursubsidie. Na de demonstratie werd een meeting

gehouden waar oa het woord werd gevoerd door Greetje Lubbi,

voorzitster van de Voedingsbond FNV, Ploni Sneep namens Vrou-

wen in de Bijstand en Martin Swart, voorzitter van het uitke-

ringsgerechtigdenverband FNV in Amsterdam. In de toespraken en

de verklaringen van het komitee werd uitgelegd, dat het mini-

mumloon en de uitkeringen de afgelopen jaren steeds meer waren

achtergebleven bij de loonontwikkelingen in het bedrijfsleven

door uitschakeling van de koppeling en door het invoeren van

eigen bijdragen in de gezondheidszorg en verhoging van ver-

schillende tarieven. Deze ontwikkeling droeg ertoe bij dat de

uitkeringen onvoldoende waren om in de Nederlandse verhou-

dingen sociaal verantwoord te kunnen leven. Isolement ontstond

door het niet meer voldoende kunnen deelnemen aan het maat-

schappelijk verkeer. De organisaties die deelnamen aan de

aktie waren van mening dat de in de eisen genoemde maatregelen

noodzakelijk waren om de koopkracht van mensen met een mini-

muminkomen te herstellen. Deze maatregelen konden worden

gekombineerd met een actief werkgelegenheidsbeleid, aanpak van

de grote belastingfraude en beperking van de enorme kapitaal-

export.12

standpunt WBVA

De WBVA steunde de akties van ATV, maar er was ook wel kritiek op het standpunt van de kerken. Het belang van de campagne zat in het feit, dat er van binnenuit- de kerken- een aanval werd gedaan op het geweten van het CDA. armoede is niet slechts een beetje onrechtvaardig, het is onrecht. Met name ook de CDA-politici zouden medeverantwoordelijk zijn voor de groeiende armoede in Nederland. De kretologie van het CDA over de zorg-zame samenleving werd door de eigen achterban onderuitgehaald.

De WBVA vond echter dat deze campagne tekort schoot, omdat

alles gericht was op de politiek, en met name het CDA. Dit

wekte de suggestie, dat uitkeringsgerechtigden nog een hoop te

verwachten hadden van het CDA, nadat deze partij eerst aller-

lei ellende over de hoofden van de uitkeringsgerechtigden

uitgestort had. Maar de akties van het Inter Kerkelijk Vredes-

beraad zouden hebben aangetoond, dat een beroep op het sociaal

geweten van het CDA niet echt tot beleidsveranderingen zou

leiden. Het CDA bood volgens de WBVA geen perspectief, niet

voor de vredesaktivisten en niet voor de werklozen, hoeveel

mensen en hoeveel demonstraties je ook organiseerde. "De enige

manier om de strijd van werklozen op termijn succesvol te doen

zijn, is je organiseren in politiek onafhankelijke organisa-

ties, een sterke buiten-parlementaire macht opbouwen en je

niet laten leiden door het feit of het CDA of de PvdA of wat

voor politieke partij dan ook aan de macht is. De strijd van

uitkeringsgerechtigden kan alleen door uitkeringsgerechtigden

gevoerd worden, en dat leken de kerken volgens de WBVA te

vergeten".13

De WBVA in het voorjaar van 1988

In de laatste krisiskrant van 1987 werd aangekondigd, dat de krant een stedelijke aangelegenheid zou gaan worden door samenwerking tussen het krisiskomitee Oost en de WBVA. Gekon-stateerd werd, dat de strijd van uitkeringsgerechtigden lang-durig en moeilijk was. Het KKO had het wat dit betreft niet gemakkelijk gehad. Na de opleving van de strijd rond de voor-deurdelerskortingen was alles een beetje ingezakt. Enkele keren per jaar wist het komitee nog wel mensen op de been te brengen voor vooral publicitaire akties, maar ook dat werd minder. Alleen de Prinsjesdag-aktiedag was nog een jaarlijks hoogtepunt dat door het komitee werd georganiseerd. Het aantal aktivisten van het komitee dunde ook uit; het aantal mensen op korte termijn uitbreiden zat er niet in, en het komitee ophef-fen wilde men ook niet. De aktieve mensen van het KKO gingen op zoek naar bundeling van krachten, om nieuwe initiatieven te kunnen nemen. Het komitee was een beetje wanhopig. "Want, eigenlijk weten we niet meer hoe we jullie nog voor aktie en organisatie kunnen interesseren, na alle ellende die vanuit den Haag over ons wordt uitgestort, zou dit eigenlijk geen probleem behoeven te zijn!. Maar, het lijkt wel alsof iedereen voor zichzelf aan het knokken is, alsof solidariteit en geza-menlijke strijd vieze woorden geworden zijn". En zo ontstond de samenwerking met de WBVA. De Krisiskrant werd een stedelijk blad van KKO en WBVA en daarbij aangesloten groepen gezamen-lijk, en "Platzak", het blaadje van het werklozenkomitee West werd weer opgeheven. Van dat blad zijn slechts drie nummers verschenen. De Krisiskrant, die gratis verspreid werd, had in deze tijd een oplage van 2000 … 3000 exemplaren en werd bij verschillende rayonkantoren in Amsterdam uitgedeeld.

herori‰ntatiegesprekken

De regering had het besluit genomen, "herori‰ntatiegesprekken" met langdurig werklozen te organiseren. Sociale diensten en arbeidsbureau’s moesten in gesprekken gaan onderzoeken, welke van de langdurig werklozen nog klaargestoomd konden worden voor de arbeidsmarkt. Zoals we in vorige hoofdstukken hebben gezien, vond de overheid in het kader van het neo-klassieke beleid dat werkloosheid vooral een gevolg was van een in-flexibele arbeidsmarkt. Werkloosheid zou met name het gevolg zijn van het feit, dat werklozen niet over de benodigde ken-nis- en vaardigheden beschikten. De oorzaak van de werkloos-heid werd daarbij dus gezocht bij de werklozen zelf. In Amsterdam kwam er een samenwerking tussen arbeidsbureau en sociale dienst om de herori‰ntatiegesprekken te organiseren. Er werd een organisatie opgericht, Baanvak, die de gesprekken moest gaan uitvoeren. In 1988 werden aan het arbeidsbureau en de sociale dienst 250 extra arbeidskrachten toegevoegd om min-stens 45.000 gesprekken te organiseren met werklozen, die al langer dan drie jaar stonden ingeschreven. Alleen al in Am-sterdam werden in de daarop volgende periode zo’n 4 … 5000 mensen opgeroepen. De bedoeling was, dat de groep zou worden ingedeeld in bemiddelbaren, bijna bemiddelbaren en onvoldoende geschikten.14 Maar de herori‰ntatiegesprekken waren niet vrijblijvend.15 Iemand kon bij onvoldoende medewerking een strafkorting krijgen.

De WBVA besloot een campagne te gaan opzetten onder het motto:

"De straf moet eraf". Met deze leus werd bedoeld, dat de her-ori‰ntatiegesprekken op vrijwillige basis moesten plaatsvinden en niet tot strafkortingen mochten leiden. In het kader van deze campagne werd een reeks informatieavonden georganiseerd. De eerste informatieavond werd gehouden op 21 maart 1988. Ook op 22 maart en 23 maart waren er informatieavonden over de nieuwe ontwikkelingen voor langdurig werklozen. Wat ging er gebeuren, wat konden werklozen eraan doen? Wat hielden die gesprekken in, en wat waren de mogelijke sancties?16. Om mensen te ondersteunen, die naar aanleiding van de herori‰nta-tiegesprekken moeilijkheden kregen, werd op de informatieavon-den besloten een speciaal spreekuur in te stellen, een zoge-naamd "meldpunt tegen herorintatiegesprekken.17 Ook in Nijme-gen werd door Unitas een dergelijk meldpunt opgezet. Hier konden werklozen terecht, die meer informatie wilden. Het steun- en meldpunt in Amsterdam werd opgezet in samenwer-king met het Krisiskomitee Oost, dat in de buurtwinkel aan het Obiplein ook een spreekuur had. Er werd een folder gemaakt, die op grote schaal werd verspreid. Ook de sociaal raadslieden werkten met de folder. De WBVA leverde de volgende kritiek op de herori‰ntatiegesprekken: "het geld dat bij de uitkeringsge-rechtigden weggehaald werd wordt direct aan het bedrijfsleven toegesluisd. Het financieringstekort blijft en het antwoord is eens en altijd hetzelfde; de lonen en de uitkeringen moeten nog verder omlaag". De herori‰ntatiegesprekken hadden de functie, de loondrukkende werking van het grote leger werklo-zen te herstellen. De vele langdurig werklozen die niet aan de eisen van de werkgevers voldeden en die moedeloos geworden door de vele afwijzingen niet meer solliciteerden hadden die loondrukkende werking niet meer. Daarom een extra druk op de arbeidsplicht en een geleidelijke invoering van scholings-plicht. De overheid deed het voorkomen alsof de gesprekken in het belang van de werklozen waren, in werkelijkheid moesten de werklozen met z’n allen dringen om in aanmerking te komen voor het spaarzame aantal baantjes dat werd aangeboden, desnoods voor minder geld en een slechtere rechts-positie. Na de gesprekken dienden de werklozen zich te scholen voor schoonmaakwerk, te scholen in solliciteren, te werken met behoud van uitkering. Ruimte voor eigen werk, politiek of vrijwilligerswerk wilde men afknijpen. Kortom: de WBVA be-schouwde de herori‰ntatiegesprekken als een opstapje naar de werkverschaffing van weleer. Tijdens het advieswerk voor het meldpunt werd de procedure van de gesprekken aan de bezoekers uitgelegd. Er werd aangegeven, welke criteria gehanteerd werden om iemand in een bepaalde categorie in te delen, en met wie een trajectplan werd afgesproken, dwz dat zo iemand scho-ling of een werkervaringsplaats werd aangeboden. Op basis van de ervaringen die mensen met de gesprekken hadden werden verschillende strategi‰n opgesteld, al naar gelang de wens van de betrokkene. Er waren werklozen die de gesprekken als hun laatste kans zagen; voor deze mensen werd een lijn ontwikkeld, waarbij de betrokkenen voor zichzelf precies vaststelde, wat hij/ zij wel en niet wilde en waarbij de wens van de werkloze zelf ook zou worden gehonoreerd. Voor anderen die uitgingen van het principe: aan mijn lijf geen polonaise, werd een strategie ontwikkeld om onder de gesprekken uit te komen. Er zijn ook nog idee‰n geweest over een andere lijn, namelijk collectief weigeren van de gesprekken en politieke acties ertegen ontwikkelen. Dit is echter niet van de grond gekomen. Vrijwel alle bezoekers van het spreekuur kozen voor een indi-viduele oplossing. Bij politieke akties zouden de betrokkenen ook nogal wat op het spel zetten; strafkortingen en misschien zelfs wel stopzetting van de uitkering. En waar moet je dan van leven?.

scholingscursus

De WBVA besloot ook in maart 1988 een scholingscursus te gaan

houden over de oorzaken van de werkloosheid en het politieke

perspectief van werklozen. In zeven bijeenkomsten kwamen oa

aan bod: de ontwikkelingen in het kapitalisme, de rol van de

staat in de huidige tijd. Het was een pittige cursus. Per keer

moest 40 pagina’s tekst worden gelezen, waarbij iemand bij

toerbeurt een korte weergave moest maken van de inhoud van de

teksten. Maar er waren in het voorjaar van 1988 nog andere

aktiviteiten. Zo werd op donderdag 16 juni Jan van Dijk uitge-

nodigd, ekonomisch redacteur van het tijdschrift "Links". Naar

aanleiding van de beurskrach die in die tijd speelde gaf van

Dijk uitleg over de ekonomische ontwikkelingen, met name over

de lange en korte golfbeweging in de ekonomie en naar aanlei-

ding daarvan over toekomstige ontwikkelingen, oa in Neder-

land.18

Engeland

Begin februari gingen 12 mensen uit de Kinkerbuurt, waaronder leden van de Vrouwen Steun Groep, naar Engeland. In Londen gingen ze bekijken hoe buurtbewoners reageerden op alle bezui-nigingen die de regering Thatcher de afgelopen jaren had doorgevoerd. De leden van de Vrouwensteungroep keken speciaal naar de positie van werklozen en hoe zij hun verzet organi-seerden. De bezoekers aan Londen konstateerden, dat de situa-tie daar al veel slechter was dan in Nederland; hele wijken met bijna geen voorzieningen, gammele huizen met kapotte ruiten, armoedig geklede mensen, veel zwervers. Thatcher voerde als beleid om de arme mensen te concentreren in een paar wijken van Londen. De nederlanders bezochten een arme buurt, genaamd Broadwater farm. De bewoners hadden daar het heft in eigen handen genomen en waren begonnen met het opzet-ten van eigen bedrijfjes, ploegen vormen voor het onderhoud van de huizen, etc. Wat de werklozen betreft: in de buurten werden allerlei voorzieningen afgebroken, en daarvoor in de plaats kwamen de zogenaamde "skillcentres". Dat waren centra waar jongeren verplicht te werk werden gesteld. Het waren vaak grote, voormalige fabrieken waar jongeren onder leiding van ex-werkloze vaklieden met allerlei ambachten bezig waren. De spullen die daar gemaakt werden, werden aan het eind van de week vernietigd, of geschonken aan liefdadige instellingen. De groep die in Londen op bezoek was konstateerde, dat de tegen-stelling: afbraak buurtvoorzieningen en daarvoor in de plaats "workfare" programma’s ook in Nederland in volle gang was; dat was de overeenkomst, alleen verkochten de politici in Neder-land het met allerlei mooie praatjes, en kwam Thatcher open-lijker uit voor wat ze werkelijk wilde, namelijk het openlijk doordrukken van verslechteringen. In Engeland was men ook verder met het de kop indrukken van allerlei vormen van ver-zet; linkse politici werden weggewerkt, de vakbeweging werd via wetgeving lamgelegd en basisgroepen kregen geen geld meer. Dat gold ook voor allerlei werklozengroepen. Die groepen hadden bovendien te maken met lastercampagnes in de media en met het tegenwerken van akties door samenscholingsverboden, regels voor demonstraties e.d. De verelendungsteorie bleek in Engeland duidelijk niet op te gaan; ook in Engeland was het voor aktiegroepen moeilijk om te overleven, ook al kankerden veel mensen op het beleid van Thatcher.

jongerenakties

Maandag 28 maart 1988 demonstreerden enkele duizenden jonge-ren, vrouwen, mannen en buitenlanders tegen de voorgenomen bezuinigingen van het kabinet Lubbers II in Den Haag. De demonstranten eisten intrekking van alle aangekondigde verla-gingen van de minimumlonen, de uitkeringen en de beurzen. Maar jongeren voerden in het voorjaar van 1988 op nog andere manie-ren aktie.

In een van de krisiskranten aan het begin van 1988 werd aange-kondigd, dat de regering het mes zou gaan zetten in de uitke-ringen voor jongeren.19 De regering had in het kader van de bezuinigingen op de sociale zekerheid voorstellen gedaan om de inkomens van jongere werkloze werknemers te verlagen. Enkele punten uit het plan: bij jongeren onder de 27 die nog niet hadden gewerkt werd de bijstandsuitkering gebaseerd op de kosten van levensonderhoud van studenten volgens de Wet Studie Financiering en jongeren van 18 tot 20 jaar hadden alleen recht op een bijstandsuitkering voor thuiswonenden. De nieuwe voorstellen zouden per 1 juli 1989 moeten ingaan. De maatrege-len riepen een storm van protesten op. Vele maatschappelijke organisaties deelden mee, dat ze tegen de plannen waren, waaronder de vakbonden en het College Algemene Bijstandswet.

In Amsterdam vergaderden verschillende organisaties over het

opzetten van een aktie tegen de nieuwe maatregel. Op 24 febru-

ari 1988 was de eerste aktiebijeenkomst bij de WBVA in de Arie

Biemondstraat. Er werd besloten, op 1 april aktie te gaan

voeren bij het huis van staatssecretaris De Graaf.

op die dag- Goede Vrijdag- ging een bus met aktievoerders op

weg naar Naarden, waar De Graaf woonde. In de buurt van het

huis van de staatssecretaris stapten de aktievoerders uit de

bus, alwaar zij aktivisten van het jongerencentrum "De Ta-

grijn" uit Hilversum troffen. De jongeren droegen drie kruisen

met zich mee, onder begeleiding van stemmige muziek van de

fanfare van de Eerste Liefdesnacht. Bij de woning van De Graaf

aangekomen, bleek de politie inmiddels ook te zijn gearri-

veerd. De aktievoerders plaatsten de kruisen in de tuin van De

Graaf. De buitenste kruisen waren gereserveerd voor De Graaf

en minister de Koning. Aan het middelste kruis werd een jonge-

re opgehangen, precies om drie uur, waarna alle aanwezigen een

minuut stilte in acht namen. Vervolgens zette de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht een treurmars in en lichtten enkele sprekers toe waarom op die dag op deze wijze aktie gevoerd werd. De politie liet het hele gebeuren begaan. In de toespre-ken kwam naar voren, dat het CDA in haar beleid weinig liet zien van de christelijke deugden van naastenliefde en broeder-schap. Hoe kon het CDA deze deugden rijmen met het beleid dat leidde tot grotere armoede en verpaupering, waarbij tegelij-kertijd de kassen van de ondernemers werden gespekt?20 De actie riep echter heel wat negatieve reacties op. Het CDA tweede kamerlid Weijers stelde vragen aan minister-president Lubbers. hij wilde een diskussie over hoe ver aktievoerders konden gaan en hij noemde de gebeurtenis buitengewoon kwetsend voor een grote bevolkingsgroep.21 Vooral DISK, de Dienst Industri‰le Samenleving vanwege de Kerken, kwam onder grote druk te staan. Het CNV vroeg excuses aan DISK voor hun deelna-me aan de aktie. De vakbond vond dat DISK de aktie moest veroordelen. CNV-voorzitter Hofstede zei, dat de jongeren de essentie van het christelijk geloof hadden misbruikt. Het CNV deelde mee, zich te zullen beraden op de relatie met DISK. De vakcentrale speelde met gedachte, alle relaties met DISK te verbreken.22 In een reaktie stelde DISK-Amsterdam, dat zij betreurde dat vele oprechte christenen gekwetst waren door de wijze van aktievoeren. Ondanks aarzelingen wat betreft de aktievorm, had DISK-Amsterdam toch meegedaan. Daardoor droeg DISK medeverant-woordelijkheid. Allen die oprecht gekwetst waren werd veront-schuldiging aangeboden. DISK vermeldde echter, dat zij de aktiedoelen en de intenties van de betrokken jongerenorganisa-ties onverkort ondersteunde. Het bleef volgens DISK legitiem, dat door de jongeren de vraag werd opgeworpen of de bezuini-gingspolitiek van de regering nog wel als christelijk kon worden aangemerkt. Wie jongeren serieus nam, zoals DISK deed, wist, hoe emoties, teleurstellingen en woede vaak een rol speelden. In provocerende aktievormen kwam dat tot uiting. De solidariteit met jongeren en anderen, die van de bezuinigings-politiek de klappen kregen bleef voor DISK centraal staan. Een medewerker van DISK Amsterdam viel het op, dat er in dezelfde tijd waarin de aktie bij De Graaf gevoerd werd, bij een aktie in Heerlen tegen drie ter dood veroordeelde zwarte Zuid-afri-kanen wel probleemloos drie kruisen konden worden meegevoerd. Zelfs de burgemeester was erbij. Elke identifikatie met de kruisiging veraf mocht wel. Ook in Polen en El Salvador droeg men in sommige optochten een kruis, dat was daar heel gewoon. Met name in het dagblad Trouw ontspon zich een diskussie middels ingezonden brieven over de betekenis van de aktie. Er waren verontwaardigde tegenstanders, maar ook vele medestan-ders. Hans Verkooijen van de WBVA vergeleek de critici met Farize‰ers, die zich meer druk maakten over de etiquette van het geloof dan om de inhoud ervan.23 Maar ook in andere bladen waren er allerlei commentaren.

Opvallend was, dat met name in het linkse weekblad de Groene

Amsterdammer afkeurende commentaren te lezen waren.24 In de

column van ene sts stond: "nog afgezien van de ondoelmatigheid

van de aktie valt ook het gebrek aan mensenkennis van de kant

van de aktievoerders op". Zelfs theologen mengden zich in de

diskussies, waarbij het bijvoorbeeld ging om de vraag, of je

het lijden van Christus wel mocht vergelijken met de korting

op de jongerenuitkeringen. De theoloog Reefhuis vermeldde, dat

het kruis van Jezus ook in zijn tijd veel aanstoot gaf; door

zijn dood koos Jezus de kant van de verschoppelingen. "Het was

een heel onterende dood, een ware schande. Niet voor niets

hingen naast Jezus twee moordenaars; het kruis was de straf

voor de mensen van het laagste allooi. Op deze wijze maakte

Jezus duidelijk aan welke kant hij stond, in het besef dat hij

velen daarmee zou kwetsen. Als je nu opnieuw aanstoot neemt

aan het kruis moet je je afvragen aan welke kant je terechtge-

komen bent".25 De Organisatie Christenen voor het Socialisme

verklaarde, dat zij niet alleen de aktiedoelen maar ook het

gekozen middel van harte ondersteunde. "Weer wil het gegoede

burgerdom Jezus voor eigen zaligheid reserveren en onthouden

aan hen die zich met heel wat meer recht zouden herkennen in

het slachtoffer van de status quo". Met dit laatste werd

bedoeld, dat Pontius Pilatus Jezus vermoordde om de rust en

orde in zijn Pax Romana te bewaren.26

Voedingsbond

Er werd in 1988 ook weer aktie gevoerd bij sociale diensten. Op 6 juni bezochten medewerkers van de Voedingsbond FNV socia-le diensten in verschillende gemeenten, ook in Amsterdam. Aanleiding voor de aktie was een onderzoek van Konsumenten k-ontakt en de Voedingsbond. Uit dit onderzoek bleek, dat de dienstverlening wel het een en ander te wensen overliet. Uit de gesprekken in Amsterdam bleek, dat ook medewerkers van de dienst de werkomstandigheden en de mogelijkheden die men had om voor clienten wat te doen slecht vonden. De WBVA deed mee aan een bezoek bij het Rayonkantoor Centrum op de Herengracht. Daar werden pamfletten en brochures uitgereikt aan de bezoe-kers en er vond een gesprek plaats met wethouder Jonker, directeur van de GSD van Dijk en een delegatie van drie ambte-naren. Tijdens het gesprek kwamen aan de orde:

Over de situatie in Zuid-Oost is in mei 1988 een zwartboek

verschenen, dat werd samengesteld door het Project mensen

Zonder Werk. Het zwartboek bevatte een zestiental praktijk-

voorbeelden van mensen die op het spreekuur van het project

waren gekomen. Het bleek, dat veel uitkeringsgerechtigden

werden gekonfronteerd met een aaneenschakeling van bureaucra-

tische rompslomp. De meest voorkomende klacht was dat een

uitkering zonder duidelijke opgaaf van redenen werd gestopt en

dat het vaak vele maanden duurde om de fout te herstellen. Zo

was er iemand, die teveel kreeg uitbetaald. De uitkering werd

daarop geblokkeerd. Er waren vele bezoeken aan de sociale

dienst voor nodig om de problemen uit de wereld te helpen. Ook

het laten doorvoeren van mutaties ging vaak moeizaam, bijvoor-

beeld wanneer iemand ging verhuizen of tijdelijk wat ging

bijverdienen. Ook dan waren er vaak vele bezoeken aan de

dienst nodig om alles geregeld te krijgen.27