Hoofdstuk 14 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

De nieuwe start in de Arie Biemondstraat

In het voorjaar van 1986 waren de laatste dagen van het kabi-net Lubbers I. In mei zouden er weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer. Het CDA ging de verkiezingen in met het verzoek aan de kiezers om "Het karwei af te mogen maken". Dus verdere bezuinigingen. De verkiezingen waren voor het CDA een groot succes. Zij wonnen negen zetels. VVD en CDA maakten een nieuw regeerakkoord, dat op 8 juli 1986 gereed kwam. Het kabinet Lubbers regeerde van 1986 tot 1990. De regering zei te streven naar een terugdringing van de werkloosheid en van het finan-cieringstekort tot 5,25% van het nationaal inkomen, in kombi-natie met een stabilisatie van de collectieve lastendruk. Er kwam een extra bezuinigingspakket van 12 miljard gulden door het schrappen van uitgaven ten bedrage van 5,5 miljard. Verder waren er lastenverzwarende maatregelen, oa een verhoging van het BTW-tarief, van zeven miljard gulden. Ook in 1986 werden de ambtenaren salarissen en de uitkeringen bevroren; Het voortzetten van arbeidstijdverkorting werd noodzakelijk ge-acht, maar hoofdzakelijk overgelaten aan werknemers- en werk-geversorganisaties. De "harde kern" van de werkloosheid moest in overeenstemming met de uitgangspunten van de neo-klassieken worden bestreden door middel van scholingsprogramma’s in het bedrijfsleven, premievrijstelling voor ondernemers en door invoering van het Jeugd Werk Garantie plan. Iedere schoolver-later die niet binnen zes maanden een baan zou hebben gevonden zou op straffe van een korting op de uitkering te werk worden gesteld in een werkervaringsplaats. In de periode 1985-1989 groeide de werkgelegenheid met gemiddeld 90.000 banen per jaar, maar de werkloosheid bleef onveranderlijk hoog. Intussen werd aangekondigd, dat op 1 januari 1987 het herziene sociale zekerheidsstelsel zou worden ingevoerd. De WWV werd afge-schaft, en de werkgelegenheidscomponent werd uit de WAO ge-haald.

Prinsjesdag

Op prinsjesdag 1986 werd de beweging "Prinsjesdag-aktiedag" nieuw leven ingeblazen. Op die dag trokken een paar duizend mensen in elf steden de straat op om te protesteren tegen het afbraakbeleid van het Lubbers-regiem. De akties varieerden van demonstraties, blokkades, en bezettingen tot prikakties en sabotageakties. Ook de samenstelling van de aktievoerders was zeer gevarieerd: van bejaarden in Amsterdam-West tot krakers in Nijmegen, van studenten in Wageningen tot kunstenaars in Rotterdam. De beweging kende vele gezichten, maar slechts een geluid: Lubbers moet weg!1 Vooral vanuit het Krisiskomitee Oost (KKO) in Amsterdam werden de mensen opgeroepen om in aktie te komen. Op 19 mei 1986 deed het komitee een oproep uitgaan naar vele aktiegroepen en belangenorganisaties in Nederland om op prinsjesdag in aktie te komen. Begin juli bleek dat vele groepen in den lande op de oproep hadden gerea-geerd. Het algemene beeld, dat uit de reacties naar voren kwam was, dat de meeste belangengroepen een langere periode van afwezigheid bij akties achter de rug hadden, maar dat ze wel nog steeds bestonden. Het werd duidelijk, dat er niet gerekend hoefde te worden op grote landelijke "massademonstraties" op Prinsjesdag, maar het bleek wel mogelijk om per buurt of per stad kleine demonstraties en/of prikakties te organiseren. Bij haar aktievoorstellen poogde het KKO zowel politieke partijen als vakbonden buiten de deur te houden om "inkapse-ling binnen parlementair democratische organen te voorkomen en om een compromisloze politiek te kunnen blijven voeren".2 Door het Krisiskomitee Oost werd ook een algemeen affiche ge-maakt, dat in het hele land gebruikt kon worden. Het KKO stelde een centraal telefoonnummer in, waar de verschillende groepen informatie over andere akties konden inwinnen en waar ze hun akties konden melden. Het komitee gaf na prinsjesdag een overzicht van de diverse akties; aktievoerende uitkerings-gerechtigden in Rotterdam deden bij de politie aangifte van diefstal van uitkeringen door de regering, terwijl in Breda een groep jongeren naar de markt trok, voor het uitvoeren van een "werkproject". Voor het stadhuis werden twee kuilen gegra-ven, om de onzinnigheid van het Jeugdwerkplan aan te tonen. "Tewerkstelling nee, wel werk door ATV" was het motto. Ruim duizend vrouwen namen in Den Haag deel aan de presentatie van een alternatieve troonrede.3 De tekst werd door vijftig vrouwenorganisaties gesteund. Verder hadden 175 mensen in de nacht van maandag op dinsdag deelgenomen aan een demonstratie-ve kraak van het kantorencomplex Mari‰nburg in Nijmegen. De aktie was gericht tegen het beleid van de regering Lubbers en het Shell-pensioenfonds, vanwege de Shell-investeringen in Zuid-Afrika. In Amsterdam waren vooral de ouderen aktief. In Osdorp, Geuzenveld, Overtoomseveld en Watergraafsmeer vonden manifestaties plaats.4 Bij alle manifestaties waren enkele honderden ouderen aanwezig. In een aantal buurten werden handtekeningen verzameld, die men aan Brinkman wilde gaan aanbieden. Op veel bejaardentehuizen waren vlaggen halfstok aangebracht, in Geuzenveld loeiden tussen twaalf en twee uur de sirenes en hield Sinterklaas een alternatieve troonrede. De bejaarden waren vooral ontstemd over ingrijpende bezuinigings-plannen, waarbij sluiting van bejaardentehuizen dreigde. Er werd in vele steden aktie gevoerd, teveel om op te noemen. Een voorbeeld nog. Al op 15 september organiseerde BONK een "plebsdemonstratie". In lompen gehuld vertrok om 13.00 uur een stoet met "uitschot" van het Malieveld naar het gebouw van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, VNO. "Het VNO vindt, dat Bonk bestaat uit uitschot, en achter de tralies moet, maar de ondernemers zijn de echte misdadigers in onze maatschap-pij".

Diskussie in de WBVA

In het vorige hoofdstuk hebben we gezien, dat de WBVA zich niet meer beschouwde als een belangenorganisatie, maar als een voorziening, die faciliteiten verleende aan groepen jongeren, vrouwen en langdurig werklozen die eigen aktiviteiten wilde gaan ontplooien. Aan het eind van 1985 was de situatie echter zo, dat de WBVA als organisatie nauwelijks meer functioneerde; er waren enkel min of meer zelfstandige groepen aktief, die hun eigen beleid voerden. De WBVA dienden nog slechts als administratief middel voor het verwerven van subsidie. De aktiviteiten in WBVA verband, zoals ledenwerving waren al langer geleden stop gezet.

In het nieuwe pand aan de Arie Biemondstraat kwam de diskussie op gang over hoe het nu verder moest. Op een vergadering van 13-5-1986 werden de zaken nog eens op een rijtje gezet. De Vrouwen Steun Groep en de BGB bestonden als autonome groepen naast de WBVA. Daardoor ontstond onduidelijkheid over de verhoudingen tussen de verschillende groepen en van die groe-pen tot de WBV als geheel. Daarop ontspon zich een diskussie over de "paraplu functie" van de WBV: de WBV zou alleen moeten blijven bestaan als subsidietitel en overkoepelende betiteling voor allerlei groepen die iets wilden aanpakken m.b.t werklo-zen en werkloosheid. Dit bleek echter minder eenvoudig te zijn. Wat dan overbleef was de vraag, aan wie en wanneer onderdak en faciliteiten zouden worden geboden, en wie dat bepaalde. Ging je daarbij uit van de wensen van de groepen die onderdak werd verleend, of ging je uit van de doelstellingen van de WBV? Steeds weer kwam de vraag terug: wie beslist over wat. Daarbij kwamen vragen naar voren over de taken van de diverse clubs, de mate van autonomie en de invloed op het beleid van de WBV als geheel, met haar financi‰n. Moest er een medewerkersvergadering komen? Een medewerkersvergadering zou zich eens per jaar over de doelstellingen van het geheel kunnen buigen; daarnaast zou er een "stafvergadering" moeten komen met de mensen die continue met essenti‰le taken bezig waren, Deze staf zou zich dan moeten buigen over de voorwaar-delijke en algemene zaken; daarnaast zouden leden van de staf deel kunnen uitmaken van een aktieve groep. De aktieve groepen bepaalden hun eigen beleid binnen de doelstellingen van de WBV en waren medeverantwoordelijk mede voor het geheel. In juli 1986 kwam een voorstel op tafel over een besluitvormings en kommunikatiestruktuur, waarin ook het nieuwe bestuur, dat inmiddels was aangetreden, een plaats zou krijgen. In het voorstel werden de verschillende taken van de verschil-lende vergaderingen (staf-medewerkers- en bestuursvergaderin-gen) uiteen gezet. Eind september 1986 werd gekonstateerd, dat de diskussies over kommunikatiestructuur, het gebruik van gebouw en arbeidskrachten, de wijze waarop beslissingen werden genomen en de mate van autonomie van de verschillende groepen haar eindpunt naderde; er ontstond langzamerhand een vorm mbt de overleg- en beslisstructuur van verschillende groepen. Kenmerkend voor de aktiviteiten die de verschillende groepen in de WBVA ontwikkelden was dat geprobeerd werd zoveel moge-lijk te werken in de marges die nog niet benut werden. Het lag in de bedoeling, om de steunfunctie uit te breiden naar groe-pen uitkeringsgerechtigden die aktief wilden zijn op het gebied van hun specifieke belangen. De WBVA had verder plannen om specifieke projecten te gaan starten, oa een project "uit-kering en belasting". Ook de Vrouwen Steun Groep had specifie-ke projecten, met name op het gebied van de voorlichting.

vrouwen Steun Groep

De leden van de Vrouwen Steun Groep gaven in deze jaren op uitnodiging voorlichting aan VOS-cursussen, vrouwengroepen in buurthuizen, etc. Het viel de Vrouwen Steun Groep op, hoe groot de onbekendheid met de regelgeving was. Daardoor schoten vrouwen er vaak bij in op verschillende terreinen, bijvoor-beeld qua financi‰n en opleidingsmogelijkheden. Vaak stonden vrouwen ook angstig tegenover de instanties waar ze mee te maken hadden. Om de positie van vrouwen wat sterker te maken besloot de VSG een aktiever voorlichtingsbeleid te gaan voe-ren, speciaal over zaken waar vrouwen veel mee te maken kre-gen, zoals bijverdienen en voordeurdelen, anonieme tips over samenlevingsvormen en het kontrole beleid. In mei 1986 werd begonnen aan de brochure van de VSG en het Komitee Vrouwen in de bijstand over bijverdienen en een bijstandsuitkering. Gekonstateerd werd, dat veel vrouwen waren aangewezen op slecht betaalde deeltijdbanen en dat ze daarmee minder ver-dienden dan de bijstandsnorm. Ze moesten daardoor een beroep doen op een aanvullende bijstandsuitkering. Anderen zagen zich gedwongen om naast een veel te lage uitkering wat bij te verdienen. De sociale dienst gaf over de bijverdiensteregeling in de bijstand weinig informatie; daarom vonden de twee vrou-wengroepen het nodig om hierover een brochure samen te stel-len. In de brochure werd uitvoerig ingegaan op de bijverdien-steregeling zoals die door de sociale dienst werd toegepast. Daarbij kregen zaken de aandacht die je doorgaans op een kantoor van de sociale dienst niet te horen kreeg en die toch belangrijke gevolgen konden hebben. In de brochure werd ook beschreven welke gevolgen een bijverdienste kon hebben voor huursubsidie, inkomstenbelasting, en kwijtscheldingen. Er werden daarbij rekenvoorbeelden gegeven, zodat iedereen een berekening van zijn/haar eigen inkomsten kon maken. Gekonsta-teerd werd, dat de sociale dienst veel fouten maakte bij de berekening; soms werd de uitkering helemaal stopgezet, zonder dat de verdiensten uit arbeid in een bepaalde maand boven de bijstandsnorm uitkwamen. De sociale dienst kon geen fatsoen-lijke schriftelijke of mondelinge informatie geven over de bijverdiensteregeling. De informatiefolders die de dienst uitgaf, waren veel te summier. Onduidelijk was, op welk moment de bijverdiensten moesten worden opgegeven, als je ging wer-ken, als je gewerkt had of als je uitbetaald werd. Daarbij was ook onduidelijk, in welke maand verrekend zou worden. Wisse-lende en onregelmatige bijverdiensten werden niet op een eenduidige, korrekte en inzichtelijke manier verwerkt. Soms was de verrekening van bijverdiensten op de uitkeringsspecifi-katie zo ingewikkeld, dat zelfs ambtenaren er niet meer uit-kwamen en de mensen naar huis stuurden, omdat ze meenden, dat de fout bij de client lag. Er werden bijvoorbeeld veel fouten gemaakt bij de bruto-netto-verrekening en met de berekening van het vakantiegeld. Onduidelijk was verder, wat bijzondere verwervingskosten waren. De beoordeling was vaak afhankelijk van de individuele ambtenaar. De brochure is een bestseller geworden; er zijn duizenden exemplaren van besteld, en er ver-scheen een tweede druk met meer aktuele informatie. De bijver-diensteregeling is in principe nog steeds hetzelfde, en er wordt dan ook nog steeds met de brochure gewerkt. De uitgave van de brochure heeft wel tot verbeteringen geleid. Ambtenaren zijn beter op de hoogte van de regeling, en vooral de verreke-ning van incidenteel hoge bijverdiensten is veel gunstiger voor de clienten geworden. Toch worden er echter bij de verre-kening nog steeds fouten gemaakt en is de gang van zaken bij bijvoorbeeld de bijzondere verwervingskosten nog steeds ondui-delijk. Bovendien hanteert de sociale dienst een vrij streng beleid waar in te houden percentages voor de belastingen betreft.5 Ook in andere opzichten startte de VSG een voorlichtingscam-pagne. Er werden folders uitgegeven over de controles van de sociale dienst, wanneer die een onderzoek ging instellen naar mogelijke fraude. Zo werd een folder uitgegeven over de rech-ten van een client bij huisbezoek van een ambtenaar. De voor-lichting van de sociale dienst in dit soort situaties was slecht.

De Vrouwen Steun Groep hield op de Arie Biemondstraat spreek-uur dinsdag, woensdag en donderdag van 10.00 uur tot 12.00 uur. Het kon daarbij gaan over de aanvraag van een uitkering, wat te doen als een uitkering werd stopgezet, wanneer je bijverdiensten moest opgeven, en wanneer je een voordeurdeler of een ekonomische eenheid was.

gemeentelijke nota

In 1986 verscheen er een gemeentelijke nota over werkloos-heidsbestrijding, waarbij de WBVA er niet zo goed vanaf kwam. Gekonstateerd werd, dat er wel een stedelijke voorziening diende te zijn of te komen voor ondersteuning van werklozenak-tiviteiten en projecten, belangenbehartiging en informatie-voorziening. In de nota werd echter gekonstateerd, dat de door de gemeente gesubsidieerde WBVA niet voldoende aan deze doel-stellingen tegemoet kwam; de gemeente dacht daarom aan een nieuwe opzet, waarin de WBVA omgevormd kon worden tot een stedelijk baanlozencentrum voor aktiviteiten, die naar aard en omvang buurtaktiviteiten overstegen en van waaruit buurt aktiviteiten ondersteund konden worden. De gemeente konsta-teerde verder, dat er een tiental projecten was gestart voor kansarme jongeren waarbij werd gewerkt aan sociaal -culturele aktiviteiten voor werkloze jongeren. Per 1 januari zou het rijk deze aktiviteiten niet meer subsidieren waardoor een groot aantal projecten zou verdwijnen. Dit soort werk zou evenals belangenbehartigende aktiviteiten in het kader van de bezuinigingen op het prioriteitenlijstje naar achteren worden geschoven; aan het bieden van "zorg en opvang" voor langdurig werklozen werd nog wel enige prioriteit gegeven, zoals de stimulering van de Projecten Mensen Zonder Werk en recreatieve programma’s. Daarnaast echter werd vooral prioriteit gegeven aan het scheppen van tijdelijk extra werk, bijvoorbeeld door werkervaringsprojecten en aan het bieden van om-her en bij-scholing. Met name advies, informatie geven en belangenbehar-tiging kwamen niet meer op het prioriteitenlijstje voor. De vraag was nu, hoe de WBVA op dit alles zou moeten reageren. Het nieuwe beleid zou immers verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de financi‰n van de organisatie. Er moest een keuze worden gemaakt uit drie verschillende strategi‰n: het beleid aanpassen aan de prioriteiten die de gemeente stelde, onderhandelen en vechten met de gemeente voor de belangen van de WBVA of onderhandelen met de gemeente vanuit een samenwer-kingsverband van werklozenorganisaties die in dezelfde positie zaten, zoals de Bijstandsbond, AMSOSA, de Vrijwilligerscentra-le en het Komitee Vrouwen in de Bijstand. Voor dat laatste was echter een voorwaarde, dat dit samenwerkingsverband eerst van de grond kwam en uitgroeide tot een sterke en invloedrijke organisatie.

Daarna ontspon zich een diskussie over de voor en tegens van samenwerking, en zo ja, hoe dan. Een nadeel van samenwerking zou kunnen zijn, dat er een soort buffer zou worden gevormd die bezuinigingen over de aangesloten organisaties verdeelde. Een dergelijke vorm kon de aktiebereidheid verminderen. Boven-dien werd de identiteit van de aangesloten clubs aangetast, en was er het gevaar van veel tijd en aktiviteitenverlies door veel overleg en onnodige procedures. Uit de diskussie kwam een soort tussenvoorstel tot stand: de WBVA besloot zich naar de subsidi‰nt zo op te stellen, dat de belangenorganisatie niets zag in het opgaan van de WBVA in een stedelijke werklozenorga-nisatie, maar dat de medewerkers toe wilden naar het verster-ken van de WBVA als stedelijke voorziening; voorzienend zowel direct naar werklozen als naar organisaties die op het gebied van werkloosheid aktief waren. De WBVA wilde daarbij echter nadrukkelijk een eigen gezicht houden en verder ontwikkelen. Daarbij zou er een aanbod moeten komen vanuit de WBVA aan andere organisaties, gericht op ondersteuning van de aktivi-teiten van die organisaties. Dit aanbod zou kunnen bestaan uit het doorgeven van ervaringen met de "basis" aan organisaties die vooral "technisch" bezig waren, zoals de Rechtswinkel, faciliteiten en kennis bieden aan initiatieven van bijvoor-beeld vrouwengroepen en buurtorganisaties, het opzetten en meewerken aan een stedelijke krant en het functioneren als diskussieplatform door het organiseren van themabijeenkomsten. Tenslotte zou de WBVA een centrum kunnen worden van waaruit akties opgezet werden. Om dit alles te realiseren zou er een goed werkend documentatiesysteem opgebouwd moeten worden met allerlei kennis op het gebied van belangenbehartiging voor uitkeringsgerechtigden en zou er een of andere vorm van regel-matig overleg met andere organisaties moeten komen.

Platzak

In april 1987 verscheen het eerste nummer van "Platzak" be-doeld als maandblad voor het werklozenkomitee Amsterdam West. In het blad werd meegedeeld, dat de WBVA in navolging van het Krisiskomitee Oost en het komitee "Ÿ 513,- erbij" in de Pijp een buurtcomitee voor werklozen wilde opzetten. Het komitee in de Pijp had zich zo genoemd, omdat men uitging van de Ÿ 400,-eis van Vrouwen in de Bijstand en daarbovenop het koopkracht-verlies dat sinds 1982 was opgetreden. In "Platzak" werd benadrukt, dat initiatieven op een enkele deelmaatregel geen stand konden houden. Dit hadden de akties rond de voordeurde-lersmaatregel geleerd. Was de deelmaatregel eenmaal doorge-voerd, dan stortte het aktiefront in elkaar. Het zou daarom noodzakelijk zijn, werklozen en andere uitkeringsgerechtigden zich organiseerden, niet op een enkele deelmaatregel, maar op het geheel van wat krisispolitiek zou kunnen worden genoemd. Krisispolitiek werd in "Platzak" gedefinieerd als een geplande politiek om de collectieve sector te plunderen ten behoeve van het bedrijfsleven. Gekonstateerd werd, dat de demonstraties van de vredesbeweging in de jaren tachtig hadden laten zien, dat demonstreren alleen niet genoeg was. De politici hadden lak aan de demonstraties. De akties tegen de kernenergie hadden laten zien, dat hardere akties in de vorm van bezettin-gen, blokkades en stakingen wel effectief waren, en dat dan politieke partijen wel "om" moesten gaan. Onder druk van een paar duizend aktievoerders had de PvdA haar standpunten in de kwestie van de kernenergie gewijzigd.

In feite ging het daarbij om een tactiek die aan het eind van de jaren tachtig door meerdere radikale groepen werd nage-streefd.

De oprichters van het werklozenkomitee west konstateerden, dat er wel verzet van werklozen was, maar vooral op een individu-eel niveau, door kijk en luistergelden niet te betalen, de gasmeter te kantelen, grijs of zwart te rijden met de tram; zo werd de steeds smaller wordende beurs aangevuld. Het probleem bij deze individuele vorm van verzet was volgens het krantje, dat op deze manier nooit voor een collectieve oplossing van het probleem kon worden gestreden. De bezuinigingen waren een probleem voor alle uitkeringsgerechtigden. Door individuele vormen van verzet te kiezen zonder collectief naar een oplos-sing te zoeken gaf men er blijk van, •f een egocentrische kijk op de zaak te hebben, •f een gebrek aan perspectief over hoe het dan wel moest. Aan dit laatste zou door het werklozenkomi-tee West wat gedaan kunnen worden. Deze poging kreeg echter al snel met moeizame tegenstand te maken.

Het werklozenkomitee konstateerde begin ‘87 al, dat het maat-schappelijk klimaat niet gunstig was voor het voeren van politieke aktie. Gekonstateerd werd, dat in het gemeentelijk werkloosheidsbeleid ook sociaal-culturele- kunst- en sport-voorzieningen steeds meer de functie kregen, een zorg en opvangfunctie te zijn voor langdurig werklozen, die weinig of geen perspectief meer hadden op de arbeidsmarkt. Deze instel-lingen moesten de werklozen gaan "resocialiseren" of heropvoe-den, zodat ze weer gemotiveerd konden worden voor scholings-programma’s, arbeidsprojecten e.d. De vraag of werklozen wel zo blij waren met dit beleid werd niet gesteld, alleen door middel van betaalde arbeid kon je een volwaardig mens zijn-Gekonstateerd werd, dat er nog heel wat moest gebeuren, voor de sociaal-demokraten hun arbeidsethos zouden laten vallen. Dit gemeentelijk beleid zou steeds meer aansluiten bij een landelijk beleid, waarbij de sociale diensten en andere uitke-ringsinstanties omgebouwd zouden worden van een "uitkeringsfa-briek" naar een instelling, die werklozen voortdurend achter de broek zat om toch vooral maar scholing te blijven volgen en te solliciteren; dit in kombinatie met uitsluitend negatieve sancties in de vorm van strafkortingen of stopzetting van de uitkering. Ook zou de kontrole op het doen en laten van de uitkeringsgerechtigde in de toekomst steeds strenger worden. In zo’n maatschappelijk klimaat was het niet eenvoudig, een tegenbeweging op te bouwen. Vele teleurstellingen zouden deze pogingen kenmerken. De WBVA ging echter met het Krisiskomitee Oost en het komitee 513 wel voort op de weg, die hiervoor werd geschetst. Op 11 maart 1987 trachtten zo’n 30 werklozen het Stikkerhuis van de VVD aan de Nieuwe zijds Voorburgwal te bezetten. Het Komitee 513,- erbij, de WBVA, de Vrouwen Steun Groep, het krisiskomitee Oost en de FNV-jongerenbeweging Amsterdam deden mee. De bedoeling was, dat de aktievoerders van de VVD-afdeling Amsterdam zouden eisen, dat deze zich zou distantieren van uitlatingen van Fractievoorzitter Voorhoeve in de Tweede Kamer. In een interview met de Volkskrant had die gezegd, dat er hardere maatregelen moesten komen om werklozen aan het werk te krijgen. Alleen werklozen die bereid zouden zijn een verplichte arbeidsmarkt-training te volgen zouden recht mogen hebben op een uitkering. Na afloop van de training zouden werklozen werk moeten aanvaarden, ook als ze daarvoor zouden moeten verhuizen naar een verafgelegen plaats. De aktievoerende organisaties vonden, dat Voorhoeve daarmee de zaak op zijn kop zette. Gezien het geringe aantal vacatures en het grote aantal werklozen ( op 1 januari 1987 ongeveer 712.000) kon je werklozen niet verwijten, dat ze niet genoeg deden om een baan te vinden. Gezien de uitgebreide bezuinigin-gen op onderwijs en andere instellingen, waarbij duizenden arbeidsplaatsen verdwenen, en het ontbreken van een aktief werkgelegenheidsbeleid kon men volgens de aktievoerders niet hard maken dat de politici de werkloosheid serieus wilden terugdringen. De politiek faalde en dit probeerde men te verhullen door de schuld van de werkloosheid te leggen bij de werklozen zelf. De bezettingsaktie verliep echter niet zo flitsend als de aktievoerders wel gehoopt hadden. Door snel ingrijpen van de secretaresse konden de aktievoerders de secretariaatsruimte niet in, en dus ook niet bij de telefoons. Ook was de politie al snel ter plekke en die had de aktievoer-ders er al binnen een half uur weer uit. "Volgende keer beter zullen we maar zeggen".