Hoofdstuk 13 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

De WBVA richt zich op lokale problemen

Tussen september 1984 en september 1986 waren er voorzover mij bekend geen landelijke akties waar de WBVA bij was betrokken. Toch zouden in deze periode de eerste maatregelen worden genomen, die een grote invloed zouden gaan uitoefenen op het doen en laten van werklozen. In een latere periode (vanaf 1987) ging de WBVA zich hier weer tegen verzetten. Op 20 september 1984 presenteerde het kabinet een nieuwe werkgelegenheidsnota. Op dat moment stonden 822.000 personen als werkloos geregistreerd. Ook in deze nota weer: herstel van de marktsector, verlaging van de loonkosten en flexibilisering op

de arbeidsmarkt. Men pleitte voor meer loondifferentiatie, opheffen ontslagbescherming, privatisering en deregulering. In het werkgelegenheidsbeleid werd het arbeidsvoorzieningsbeleid centraal gesteld. Het beleid richtte zich op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Er kwam een nieuw jeugdwerkplan, met

intensivering van de bemiddeling, scholing en scholingsplicht, en werken met behoud van uitkering. De arbeidsmarkt moest beter gaan functioneren door verruiming van het begrip passen-de arbeid, versnelling van ontslagprocedures, meer ruimte voor het uitzendwezen, meer flexibele contracten en verlaging van het minimumjeugdloon. In feite sloten deze maatregelen geheel aan bij de uitgangspunten van het neoklassieke beleid, zoals ik die in hoofdstuk twee heb geformuleerd. Daarbij werd de oorzaak van de werkloosheid gezocht in "starheden" op de arbeidsmarkt, waarbij er geen flexibele aanpassing plaats vond van vraag en aanbod. (oftewel: de grote groep werklozen had geen loondrukkende werking meer) Als oplossing streefde de overheid niet naar het scheppen van banen of het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande banen en arbeidstijdverkor- ting, maar werd de oorzaak van de werkloosheid bij de werkloze zelf gezocht, waarbij die onder druk gezet moest worden om slechtere arbeidsvoorwaarden in een situatie van grotere werkloosheid te accepteren. Deze filosofie was in 1985 en 1986 echter nog niet doorgedrongen tot de uitvoeringsorganen, van de sociale zekerheid, die er nog van uitgingen, dat de grote massa werklozen toch niet aan de bak kwam, eenvoudigweg omdat er te weinig banen waren. Bovendien drongen de nieuwe inzich-ten over arbeidsethos, basisinkomen e.d. ook door in de uit-voeringsorganen van de sociale zekerheid. Sociale dienst ambtenaren begonnen eveneens te pleiten voor afschaffing van de sollicitatieplicht. In interviews die werden gehouden met werklozen die met name in de tijd van de Actiecomit‚’s Werklo- zen en de WBV’s aktief waren geweest kwam naar voren, dat de jarenlang gevoerde akties bij sociale dienst kantoren en arbeidsbureau’s hun uitwerking op de opvattingen van de ambte- naren niet hadden gemist. Veel opvattingen van de comit‚’s werden door ambtenaren gedeeld.1 Vanuit de Dialoog van Driebergen was op een landelijk aktiebe- raad besloten tot gezamenlijk optreden na het uitkomen van de miljoenennota op prinsjesdag. Op prinsjesdag zelf waren er echter weinig akties; de "Prinsjesdag aktiedagbeweging" leek alweer te zijn ingestort. Toen koningin Beatrix in de gouden koets op weg was naar de Ridderzaal kwam ze langs een spandoek van Vrouwen voor Vrede, waarop stond: "een echt zuinig beleid wil kernwapens en kerncentrales kwijt". In Nijmegen namen tweehonderd mensen deel aan een demonstratieve tocht door de binnenstad. In Amsterdam vertrok om zeven uur s’avonds een alternatieve Beatrix in een al even alternatieve gouden koets, namelijk een bakfiets.2

nieuwe kortingen

Maar de regering Lubbers kwam met meer voorstellen. Voor 1 januari 1985 wilde men nieuwe kortingen op de uitkeringen doorvoeren. Staatssecretaris de Graaf wilde een verdere verla-ging van WAO, WW en WWV naar 70% van het laatstverdiende loon. Ook in de Ziektewet zou gesneden moeten worden. Er zou bij ziekte een verlaging van de uitkering moeten komen van 80% naar 75% van het netto-loon en een verdere verlaging in 1986 tot 70%. Verder wilde het kabinet sociale premies op deze uitkering gaan inhouden. De FNV verzette zich tegen de maatre-gelen van de regering; Men bracht naar voren, vooral energie te richten op de cao-onderhandelingen om op die manier de bezuinigingen voor de werknemers ongedaan te maken.3 Stakingen hoorden bij de voorgestelde aktiemiddelen en vooral bij de cao-onderhandelingen voor 1985 zou men trachten, de bezuinigingen te repareren. In het belang van uitkeringsge-rechtigden streefde men naar meer bovenwettelijke uitkeringen en arbeidstijdverkorting. Het verschil met de akties tegen de juli-kortingen in 1984 was dus, dat nu ook stakingen tot de mogelijkheden behoorden. In november 1984 bereidde de FNV een protestweek voor met vele demonstraties. Maar er werden ook werkonderbrekingen voorbereid in de havens, de bouw de indus-trie, gemeentelijke diensten en scholen.4 Het probleem was voor de FNV, dat alleen de inkomensafhankelijke werknemersver-zekeringen via cao-onderhandelingen konden worden veranderd; voor kortingen op de andere uitkeringen bleef men aangewezen op het onder druk zetten van de politiek.5 De FNV aktieweek concentreerde zich op drie eisen: bescherming van de sociale zekerheid, koopkrachthandhaving en meer banen via een 36-urige werkweek in 1986. De eisen brachten volgens van den Oord zo’n 100.000 aktievoerders op de been. De akties hadden echter geen resultaat. En de FNV richtte zich op de cao-onderhandelingen. In veel sectoren kwamen overeenkomsten tot stand. Voor de langdurig werklozen in de bijstand hadden de bovenwettelijke uitkeringen zoals gezegd echter geen betekenis, evenmin voor degenen, die al in de WAO zaten.

De autonome organisaties van uitkeringsgerechtigden kwamen er tijdens de aktieweek van de FNV volgens van den Oord in de media niet aan te pas. Zij hadden een eigen aktieweek in de week na de akties van de FNV. Dit speelde zich vooral op lokaal niveau af, omdat men daar het kabinetsbeleid het meest zichtbaar achtte.

Koerswijzigingen bij de WBVA

Terwijl de FNV nog gericht was op de landelijke maatregelen van de overheid, en in de aktieweek van uitkeringsgerechtigden nog pogingen werden gedaan, het landelijk beleid aan de kaak te stellen, was de WBVA steeds meer gericht op de lokale situatie in Amsterdam. In het werkplan 1985-1986 werden de ontwikkelingen van de afgelopen jaren nog eens op een rijtje gezet. men konstateerde, dat er in de beginperiode van de vereniging sprake was van offensieve eisen en een kontinue reageren op plannen van de regering. Min of meer gedwongen door de ekonomische omstandigheden en het overheidsbeleid waren de eisen defensiever geworden en plaatselijker gericht. Ook speelde het werk zich meer af in de marges die nog niet benut werden. Parallel lopend aan deze lijn had de WBVA zich ontwikkeld van een organisatie die algemene eisen stelde voor alle werklozen tot een organisatie, die inspeelde op specifie-ke eisen voor bepaalde groepen, met name vrouwen en jongeren, maar ook groepen die zich onderscheidden door het soort uitke-ring, met name mensen met de laagste uitkeringen (RWW en ABW). Ook de organisatieopvatting van de WBVA veranderde. In 1985 was de WBVA op weg van een organisatie die werklozen wilde organiseren binnen een soort eigen bond naar een organisatie die onderdak bood aan diverse groepen, thema’s over werkloos-heid ontwikkelde en individuen en groepen steunde die aktief waren of wilden worden op het gebied van belangenbehartigende aktiviteiten. Deze ontwikkeling kwam voor het eerst naar voren in het beleidsplan 1982, zoals we zagen. De verdere omschrij-ving van de WBVA in het werkplan 1985-1986 is volgens mij echter enigzins tegenstrijdig: "Wij zien onszelf als een zelforganisatie, die zich ten doel stelt mensen bewust te maken van of aktief te laten zijn voor hun eigen rechten. Daarbij is het van belang dat wij een onafhankelijke organisa-tie zijn, die probeert zo dicht mogelijk bij de mensen met een uitkering te komen, onder meer door de wachtkamers van sociale dienst kantoren en het arbeidsbureau te bezoeken."6 De mede-werkers beschouwden dus de WBVA enerzijds als een zelforgani-satie van werklozen, anderzijds als een soort welzijnsinstel-ling, die faciliteiten bood aan andere groepen van uitkerings-gerechtigden, die zichzelf wilden organiseren. De Vrouwen Steun Groep streefde er nadrukkelijk naar, om kreatief gebruik te maken van de regelgeving m.b.t uitkeringen en om deze te omzeilen. Dit met als belangrijkste doel: vrou-wen zo goed mogelijk te ondersteunen in hun strijd voor een ekonomisch zelfstandig bestaan. De Vrouwen Steun Groep richtte zich op vrouwen met een werkloosheidsuitkering, in de praktijk vooral vrouwen in de bijstand.

andere aktiviteiten

In november 1984 organiseerde de WBVA een cursus over straf-kortingen en sollicitatieplicht. Daarvoor werd een diskussie-map uitgebracht.7 In de diskussiemap werden een aantal arti-kelen uit tijdschriften over deze problematiek bij elkaar gebracht. De map was bedoeld als achtergrondinformatie bij een cursus, waarin naast de regelgeving de toekomstige ontwikke-lingen m.b.t. de sollicitatieplicht werden belicht. Op de eerste bijeenkomst op 21 november legde Ben Bugter, medewerker van de sociale dienst uit, wat een strafkorting was, wanneer die werd toegepast en waarom. Op de tweede bijeenkomst legde Nel van Ewijk, ook sociale dienstmedewerkster, uit hoe de procedure was bij het overwegen van een strafkorting. Daarbij ging het er vooral om, meer zicht te krijgen op hoe de sociale dienst werkte, waar besluiten werden genomen en wat je ertegen kon doen. Op de derde bijeenkomst kwam Ben Bugter uitleggen, hoe het toekomstig Amsterdams beleid eruit zou gaan zien. In 1984 gaf de Gemeentelijke Sociale Dienst in Amsterdam een beleidsnota uit, getiteld "GSD in de Branding". De WBVA stelde een reaktie op de beleidsnota samen. In de reaktie op het rapport "GSD in de Branding" kwam de kwestie weer naar voren, die ook al speelde bij de schorsing van de vier Bijlmerambte-naren in 1981. Deze ambtenaren wilden bijstandsmaatschappelijk werk blijven doen hetgeen een wat uitgebreidere hulpverlening aan de client betekende. De gemeente zag met de grote toe-stroom van werklozen de GSD meer als een "uitkeringsfabriek". Er moest voor gezorgd worden, dat de administratief-technische verwerking van de gegevens goed verliep en voor andere dingen was in feite geen tijd. In "GSD in de Branding" werd gezegd, dat de sociale dienst moest gaan functioneren als een instel-ling die uitvoering moest geven aan de wettelijke rechten voor het verkrijgen van een uitkering. De WBVA konstateerde echter, dat aan de dienstverlening het nodige mankeerde; velen die wel uitkeringsrechten hadden werd deze onthouden vanwege onbekend-heid met de mogelijkheid van aanvullende bijstand en bijvoor-beeld de mogelijkheid voor een woonkostentoeslag, ook voor kamerbewoners. Het was volgens de WBVA duidelijk, dat juist een wat bredere hulpverlening en voorlichting een van de voorwaarden was om te zorgen dat iedereen kreeg waar hij/zij recht op had. De WBVA wees op de functie van sociale dienst ambtenaren en hun taakopvatting; er was een relatie tussen het bijstandsmaatschappelijk werk en de puur financi‰le dienstver-lening. "Rekening houden met de positie van individuele aan-vragers is noodzakelijk, ook en juist in de gevallen waarbij een adequate verwijzing tot stand zou moeten komen. Onmiddel-lijke oplossing door de sociale dienst van problemen van aanvragers moet mogelijk zijn en blijven"8 Verwijzen mocht geen doorsturen worden, waarbij de ambtenaar de client afschoof naar een andere instelling, zonder dat de ambtenaar zich in de individuele situatie van de client ver-diepte. Soms zeiden ambtenaren "Ga maar naar de kredietbank" of "vraag maar aan een sociaal raadsman" zonder dat over dit doorsturen nagedacht was. Daar kwam nog bij, dat de ambtenaren door het vele werk op het gebied van de financi‰le dienstver-lening vaak zelf niet goed op de hoogte waren van de rechten die een client had. De WBVA konstateerde, dat de sociale dienst verder geen systematisch onderzoek had verricht naar een adequaat verwijzingssysteem en dat er weinig overleg bestond met allerlei instellingen waarnaar verwezen zou kunnen worden. De WBVA heeft haar bezwaren tegen de nota "GSD in de Branding" op 22 november 1984 naar voren gebracht tijdens een vergadering van een commissie van de gemeenteraad.

voordeurdelers in Amsterdam.

Zoals we in een vorig hoofdstuk hebben gezien, was de protest-beweging tegen de voordeurdelerskorting al spoedig ingezakt. Voorzover er nog verzet tegen de kortingen was, concentreerde dit zich steeds meer op de legale ontduikingsmogelijkheden en op de wijze, waarop de maatregel door de sociale diensten werd uitgevoerd. Vanuit gemeentelijke sociale diensten, gemeentebe-sturen en individuele ambtenaren kwam verzet tegen de maatre-gel; men wenste die niet uit te voeren. In een brief aan het parlement lieten 38 gemeenten weten, ernstige bezwaren tegen de woningdelersnorm te hebben, maar ze zeiden er wel bij een parlementair besluit te zullen respecteren.9 De Partij van de Arbeid en de FNV hebben de voordeurdelersakties nauwelijks gesteund, hooguit met wat verklaringen. Ook de gemeenten, die eerst nog krachtig hadden geprotesteerd, voerden de maatregel uiteindelijk gewoon uit.

In de winter van ‘84 op ‘85 was er echter, hoewel minder, nog steeds verzet tegen de kortingen. Op 4 oktober 1984 schreef de WBVA een brief aan alle rechtshulpinstellingen in de stad, waarbij ze werden uitgenodigd voor een vergadering op 17 oktober. In de brief stelde Harry Kuijper, dat er rekening mee moest worden gehouden dat de Tweede Kamer de voordeurdelers-kortingen zou aanvaarden. Vandaar, dat de WBVA een vergadering wilde, om te bezien op welke wijze doeltreffend obstructie kon worden gepleegd. Daarbij kon gedacht worden aan be‹nvloeding van het gemeentebeleid, maar ook aan individuele hulpverlening voor slachtoffers van de regeling. De verschillende rechtshul-pinstellingen werden uitgenodigd, omdat voor een dergelijk beleid specialistische juridische kennis was vereist. De vergadering van 17 oktober leidde ertoe, dat er een brief uitging naar de commissie van sociale zaken in de gemeente-raad, namens oa het Bureau voor Rechtshulp, de WBVA, de Vrou-wen Steun Groep en het JAC, waarin de commissie werd gevraagd uit te spreken, dat de maatregel onwenselijk was, en dat de gemeentelijke sociale dienst zoveel mogelijk gebruik moest maken van openingen in de maatregel, zodat de voor bijstands-gerechtigden meest gunstige oplossing zou worden gevonden. Een van de resultaten van de vergadering op 17 oktober was ook, dat besloten werd allerlei informatiemiddagen te gaan beleggen voor mensen, die met de woningdelersregeling te maken hadden om hen voor te lichten over hoe ze de regeling konden ontdui-ken. Een eerste informatiemiddag vond al plaats op 20 novem-ber. In februari 1985 werd door verschillende instellingen van rechtshulp een speciaal groepsspreekuur ingesteld bij het Bureau voor Rechtshulp in de Spuistraat, elke dinsdag om 13.00 uur. Aan dit spreekuur deden ook de Vrouwen Steun Groep en de WBVA mee.

Verder schreef de WBVA een brief naar de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken, waarin met name werd gewezen op de onac-ceptabele gevolgen van de woningdelersmaatregel voor de posi-tie van ouderen met een AOW. De staatssecretaris had aan de Kamercommissie geschreven, dat de maatregel geen negatieve gevolgen zou hebben voor bejaarden in woongroepen. De WBVA stelde echter vast, dat veel bejaarden door allerlei oorzaken slechts een gedeeltelijke AOW hadden, aangevuld met een bij-standsuitkering. Bejaarden in woongroepen met zo’n aanvullende bijstandsuitkering zouden ook door de maatregel worden getrof-fen.

Maar er werd in deze periode ook op andere wijze aktie gevoerd tegen de maatregel. Op 14 november 1984 hielden aktivistes van de vrouwen Steun Groep met andere vrouwen een plakaktie, waarbij gebruik werd gemaakt van twee affiches waarop twee voordeuren stonden, een rijke en een arme. De tekst luidde: zoek de verschillen- aan welke deur wordt niet gekort? De affiches werden vastgeplakt op het gebouw van de sociale dienst aan de Herengracht. Ook gaven de vrouwen een affiche aan burgemeester van Thijn, die de vrouwen op straat tegenkwa-men. De plakaktie werd gehouden op de dag, dat in de Tweede Kamer over de voordeurdelerskortingen werd gediskussieerd.10 In een pamflet werd duidelijk gemaakt dat met name ook vrouwen door de regeling werden getroffen. Vrouwen met kinderen vorm-den de grootste groep bijstandsgerechtigden, en het waren juist vrouwen die zochten naar andere manieren van leven om los te komen uit de traditionele rolverdeling en te zoeken naar woonvormen waarin de zorg voor kinderen en huishouden met elkaar gedeeld kon worden. Als vervolg op de aktie was er 20 november een informatiemiddag waaraan naast de Vrouwen Steun Groep meededen het SIKH, Bureau voor Rechtshulp, MAIC, en Rechtswinkel. Op 4 maart 1985 was er een vergadering van de Commissie van Bijstand van de Amsterdamse gemeenteraad waar over de voordeurdelerskortingen werd gesproken. Ongeveer 150 aktievoerders begaven zich naar de vergadering om nogmaals tegen de kortingen te protesteren. In februari 1985 was er verder een bezetting van de sociale dienst in verband met de voordeurdelerskortingen door het Krisis Komitee Oost. In Amsterdam zegde de sociale dienst toe, legale middelen, zoals opzet van stichtingen en verenigingen van krakers, te zullen accepteren. Bovendien verspreidde de GSD een brochure, waarin werd aangegeven, hoe de maatregel kon worden om-zeild.11 Daarnaast waren er ook individuele ambtenaren, die weigerden de maatregel uit te voeren. Oa in Amsterdam, Arnhem, Tilburg en Dordrecht waren er in totaal tien weigeraars. De ABVA/KABO steunde de ambtenaren echter niet.12 De weigeraars werden onder druk gezet en ontslagen.

Nieuwe initiatieven

Hiervoor kwam het Krisis Komitee Oost (KKO) ter sprake. Dit komitee was in 1984 opgericht na de herdenking van het Jor-daanoproer. Het komitee had de bedoeling in Amsterdam Oost verzet van buurtbewoners te organiseren tegen de krisispoli-tiek van de regering. Na haar oprichting ging het KKO de "Krisiskrant" uitgeven. Daarvan zijn er zeker zes jaargangen verschenen. Andere wapenfeiten van het komitee waren een "gaarkeukenprotest" op de Dappermarkt en het spitten in een voetbalveld van de Shell waar deze de miljarden van het Heren-akkoord zou hebben ge‹nvesteerd.

De bezetting van de sociale dienst in Oost in verband met de voordeurdelerskortingen werd hiervoor al genoemd. Verder kwam in november 1984 een nieuwe poging tot samenwer-king van de grond. Op 17 november 1984 werd in het gebouw van het platform van belangenorganisaties van buitenlandse arbei-ders op de Herengracht een "Amsterdams Alarmberaad" gehouden, vooral op initiatief van DISK. Aan dit beraad namen 69 perso-nen uit vele belangenorganisaties deel. Dit zou uiteindelijk leiden tot een meer permanent "sociaal beraad". Uit dit beraad is het Komitee Amsterdam Tegen Verarming voortgekomen, dat vooral aan het eind van de jaren tachtig aktief was. De WBVA heeft deelgenomen aan de aktiviteiten van dit komitee.

De Bond voor Gestudeerden in de Bijstand.

Een van de zelfstandige groepen, die in 1985 onderdak vond bij de WBVA was de Bond voor Gestudeerden in de Bijstand. In 1985 liep Harrie Pieron met plannen rond om iets te doen aan de positie van werkloze academici. Op zijn initiatief werd bij de WBVA een bijeenkomst belegd, waar ongeveer 12 mensen versche-nen. De eisen die men formuleerde waren oa: afschaffing van de sollicitatieplicht, recht op post-academisch onderwijs en een betere regeling voor afbetaling van studieschulden. Enige tijd later werd besloten een vereniging op te richten, de Bond voor Gestudeerden in de Bijstand (BGB) Het bestuur werd gevormd door Harrie Pieron, Theo de Mare en Harrie de Boer. De BGB kreeg enige inkomsten uit donaties van solidaire universi-teitsmedewerkers, maar dat was niet voldoende om een eigen ruimte te bekostigen; de BGB bleef dus gehuisvest in het gebouw van de WBVA. Daar werd een studieschuldenspreekuur opgezet. Op dat moment was de situatie zo, dat voor studie-schulden geen regeling bestond. Dit had tot gevolg, dat werk-loze academici afhankelijk waren van de willekeur van ambtena-ren van het ministerie, zodat de ene afgestudeerde met een uitkering wel moest terugbetalen en een andere weer niet. De BGB startte een aktie voor een studieschuldregeling. Het resultaat van de aktie was, dat er een nieuwe regeling kwam, de zogenaamde draagkrachtmeting, die voor iedereen gelijk was en waarop werkloze academici een beroep konden doen voor opschorting van de afbetaling. De BGB bracht een brochure uit met informatie over de draagkrachtmeting, die een groot succes was. De regeling kreeg daardoor meer algemene bekendheid. Ook de sociale dienst in Amsterdam werkte met deze informatiebro-chure. Het studieschulden spreekuur werd in eerste instantie druk bezocht; Bij de invoering van de Wet Studie Financiering 18 plus kwam er echter een standaardregeling voor de studie-schulden problematiek. Alle werkloze gestudeerden konden voortaan een draagkrachtmeting aanvragen in de maand oktober.

Bovendien werden overal in het land steunpunten studiefinan-

ciering ingericht. Dit leidde ertoe, dat het studieschulden

spreekuur nauwelijks nog werd bezocht. In 1988 werd het

spreekuur bij de WBVA opgeheven. Op dit moment houdt het enig

overgebleven lid van de vereniging, Harrie de Boer, nog een

spreekuur bij hem thuis.13

WBVA aktiviteiten

De WBVA hield zich in 1985 bezig met verschillende aktivitei-ten. Er was een algemeen spreekuur, een spreekuur van de Vrouwen Steun Groep en zoals gezegd een spreekuur voor studie-schulden van de BGB. Daarnaast schonk de WBVA aandacht aan de voordeurdelersmaatregel. Verder werd er veel aan voorlichting gedaan en waren er speciale spreekuren voor mensen met belas-tingproblemen. De WBVA ging ook werken aan de woonkostentoe-slag in de bijstand; Voor veel mensen was er de mogelijkheid van huursubsidie, maar voor bijvoorbeeld kamerbewoners en andere mensen, die een niet-zelfstandige woonruimte hadden, gold deze mogelijkheid niet, terwijl ze vaak van de minimale uitkering wel een hoge huur moesten betalen. Nu bood de bij-standswet aan deze mensen de mogelijkheid een zogenaamde woonkostentoeslag toe te kennen, wanneer de vaste woonkosten meer bedroegen dan het in de uitkering opgenomen bedrag voor deze kosten. Deze mogelijkheid was echter weinig bekend en werd door de sociale dienst zeer terughoudend toegepast. In 1985 heeft de WBVA druk uitgeoefend op de gemeenteraad en op de GSD om de woonkostentoeslag aan te wenden zoals in de bijstandswet werd aangegeven. Dit zou een ruimere toepassing van dit recht betekenen en daarmee een aanzienlijke verlich-ting van de financi‰le positie van veel kamerbewoners. Door brieven aan de gemeenteraad, en een kritiek op het rapport "minima zonder marge" en kontakten met de sociale dienst werd dit punt onder de aandacht van de gemeentelijke overheid gebracht. Deze reageerde echter afwijzend, zodat aan het eind van 1985 op dit punt nog weinig was verbeterd. De GSD wilde de woonkostentoeslag niet kategoriaal toekennen maar slechts individueel. In 1985 werd in de praktijk bijna nooit een woonkostentoeslag toegekend. De WBVA heeft door publikaties en vergaderingen geprobeerd uitkeringsgerechtigden op de hoogte te brengen van de mogelijkheid van woonkostentoeslag en mensen geholpen bij het indienen van aanvragen daarvoor. Er waren aan het eind van 1985 door de politieke onwil van de gemeente echter nog maar weinig resultaten geboekt. De WBVA kondigde aan, aktie te gaan voeren, om de erkenning van het recht op woonkostentoeslag te bewerkstelligen. Ik heb echter geen akties kunnen vinden, die daarop waren gericht.

De verhuizing

De winter van 1985 stond bij de WBVA in het teken van de verhuizing naar een nieuw pand in de Arie Biemondstraat. Er waren die winter onderhandelingen met het grondbedrijf over een huurschuld voor het oude pand en voorwaarden voor de huur van het nieuwe pand. Verder moest de verhuizing zelf geregeld worden. Na alle verbouwingen was de offici‰le opening op 1 april 1986. In het voorjaar van 1986 ontsponnen zich diskus-sies in de WBV over hoe nu verder met de organisatie. De Vrouwen Steun Groep funktioneerde in feite als een autonome groep binnen de WBV; daar kwam bij, dat in 1985 zoals we zagen de BGB bij de WBV was ingetrokken. De verhouding tussen de verschillende tamelijk autonome groepjes en de WBV als geheel was onduidelijk. In feite funktioneerde de WBVA als organi-satie niet meer, en diende zij alleen als paraplu voor andere groepen, en om subsidie-dingen met de gemeente te regelen. Onder de vlag van de WBV werden weinig aktiviteiten meer ont-plooid.

In 1986 kwam er een nieuwe medewerker part-time in dienst van de WBVA. Hans Verkooyen volgde Harry Kuijper op. Harry Kuijper heeft dus acht jaar bij de WBV gewerkt. Hoe ging het na 1984 met het Uitkeringsfront? We horen in de jaren erna niet meer van akties van het Front. Wel werd er nog een diskussienota geproduceerd, waarin voorstellen werden gedaan voor nieuwe akties. Maar het is er in 1985 niet meer van gekomen.

Op 30 januari en 12 februari 1986 vond er weer een stedelijk overleg plaats van uitkeringsgerechtigdenorganisaties. Gekon-stateerd werd, dat het Uitkeringsfront bijna twee jaar niets van zich liet horen. Aktivisten van de Bijstandsbond, de Vrouwen Steun Groep, Vrouwen in de Bijstand en anderen pro-beerden het overleg nieuw leven in te blazen. Tijdens de vergaderingen werd gekonstateerd, dat de vele verslechteringen die in die tijd werden ingevoerd, nauwelijks bekend waren, hooguit als een algemeen beeld. Daarmee ontbrak volgens de aanwezigen op de bovengenoemde vergaderingen in eerste instan-tie een voedingsbodem voor het verzet, in welke vorm dan ook. Daarom zou goede, scherpe informatie een eerste vereiste zijn. Op basis van ervaringen uit het verleden werd gepleit voor continuiteit; en niet alleen in akties, waarbij overleg met elkaar en met instanties systematisch uit de weg werd gegaan, zoals bij het Uitkeringsfront het geval was. Men wilde ook niet toewerken naar een grote aktie, zoals de 1 mei viering van het Uitkeringsfront in 1983. In eerste instantie werd besloten, een informatiecampagne op te zetten, en een maande-lijks trefpunt in te stellen. "Een maandelijks trefpunt lijkt ons leuker dan ons met elkaar kapot vergaderen". In een tweede vergadering bleek, dat alle aanwezige organisa-ties ook deelnamen aan het "brede overleg" met sociaal raads-lieden, Bureau’s voor Rechtshulp e.d. die werkten aan een grote informatiemarkt om voorlichting te geven over de gevol-gen van het herziene stelsel van sociale zekerheid, dat op 1 januari 1987 zou worden ingevoerd. Verder werd tijdens de tweede vergadering afgesproken, dat alle deelnemende organisa-ties met aktievoorstellen zouden komen, met name rond de op handen zijn de verkiezingen. Maar het is er allemaal niet van gekomen.

De grote informatiemarkt werd gehouden op 3 april 1986 in Krasnapolsky onder het motto: "De nieuwe sociale onzekerheid". Behalve een informatiemarkt was er ook een forum met leden van politieke partijen.