Hoofdstuk 12 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

De verdere opkomst van radikale aktiegroepen.

Op zaterdag 16 juli 1983 maakte Lubbers na twee weken diskus-sie een bezuinigingspakket bekend van 12 miljard. Deze bezui-nigingen gingen aanzienlijk verder dan in het regeerakkoord was afgesproken. Omdat het kabinet weinig mogelijkheden zag om te besparen, moest het vooral komen van het eigen personeel, de ambtenaren de trendvolgers en mensen met een uitkering. De eerste groep moest 3 miljard inleveren, de uitkeringsgerech-tigden waren goed voor 4,2 miljard. De kortingen op de uitke-ringen werd 3,5% per 1 januari 1984, plus een korting per 1 juli 1984. In de praktijk betekende dit voor 1984 een korting op het wettelijk minimumloon van 3,5%. Het totaal aan bezuini-gingen van 1982 tot 1986 bedroeg maar liefst 27,6 miljard gulden. In 1983 werden de jeugdlonen met 10% verlaagd. Ook werd het recht op WWV voor jongeren onder de 23 jaar feitelijk afgeschaft. Door de bezuinigingsvoorstellen heen liep onder-tussen nog steeds de diskussie over de stelselherziening en de voordeurdelerskorting.

Op 11 november 1983 meldde staatssecretaris de Graaf in de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken, dat er een korting op de bijstandsnorm zou gaan komen voor uitkeringsgerechtigden, die niet aantoonbaar in zelfstandigheid een huishuur betaal-den. Zij werden "woningdelers" genoemd. Naast de gezinnen, de een-ouder gezinnen en de alleenstaanden zouden zij een vierde categorie in de Algemene Bijstandswet worden. De betrokkenen zouden 60% van de norm voor de gezinsbijstand krijgen. Woning-delers werden dan dus die bijstandsgerechtigden, die met anderen in een huis woonden, maar geen ekonomische eenheid vormden en alleen de woonkosten deelden. Met name thuiswonende kinderen, woongroepen en krakers zouden het slachtoffer worden van de nieuwe regeling.

Maar er stonden nog meer plannen op stapel. Op 25-5-1983 diende het kabinet Lubbers een adviesaanvraag in bij de SER waarin werd aangekondigd, dat een wijziging van het stelsel van sociale zekerheid noodzakelijk was. In eerste instantie werd die stelselwijziging gemotiveerd met een verwijzing naar de maatschappelijke ontwikkelingen. De werkloosheid bleek struktureel en langdurig te zijn; er kwamen steeds meer mensen die vele jaren achtereen werkloos waren. Voor die mensen waren kortlopende uitkeringen als WW en WWV niet adequaat meer. Velen van hen verzeilden in de bijstand. Ook zouden in een nieuw sociaal stelsel meer rechten moeten worden opgenomen voor werkloze vrouwen. Daarnaast was het motief voor de stel-selherziening echter: bezuinigen.

In Amsterdam waren er tussen mei en oktober 1983 weinig akti-viteiten te melden van het "Uitkeringsfront". Maar in oktober gingen verschillende aktievoerders weer om de tafel zitten. Dit leidde tot een tweetal werkdagen over de plannen met de sociale zekerheid; bestudering van de plannen was nodig omdat eigenlijk niemand nog zicht had op wat er allemaal te gebeuren stond, en dat vond men toch minimaal noodzakelijk om aktiege-richt bezig te kunnen zijn.1 De werkdagen werden gehouden op 12 en 13 oktober 1983. Ter gelegenheid van de bijeenkomsten brachten Jan van Os en Harry Kuijper een knipselmap uit.2 De werkdagen waren vooral ge-richt op de positie van mensen met een RWW-uitkering, mensen die als schoolverlaters of studiestakers geen schijn van kans hadden, of die door de krisis of de krisisomstandigheden al snel op een minimum of met een strafkorting zelfs daaronder gedrukt waren. Gekonstateerd werd, dat er in het najaar van 1983 nog geen verhalen van uitkeringsgerechtigdengroepen waren verschenen die in direct verband stonden met de herzienings-plannen. Van de standpunten van de politieke partijen was op dat moment ook weinig bekend.

Prinsjesdag aktiedag

Maar er werden niet alleen studiedagen gehouden. In het vorige hoofdstuk heb ik vermeld, dat uitkeringsgerechtigden op de FNV-demonstratie van 11 juni opriepen tot nieuwe akties op Prinsjesdag. In de Prinsjesdag aktiedag beweging van 1983 werd de bezuinigingspolitiek in zijn totaliteit aan de kaak ge-steld. (dus niet alleen specifieke maatregelen) en werd ge-streefd naar een radikale verzetsorganisatie. Er werd in 17 steden aktie gevoerd tegen de bezuinigingswoede van de over-heid; de aktievoerders hadden weinig vertrouwen in de aktiebe-reidheid van de FNV om echt iets tegen de bezuinigingsmaatre-gelen te doen; ze kregen de grootste vakcentrale dan ook niet mee in hun alternatieve prinsjesdag; Zo vond de FNV eisen als de minima Ÿ 400,- erbij en afschaffing van de sollicitatie-plicht in strijd met het FNV-beleid. We zien hierbij, dat het-zelfde speelde als bij de gang van zaken rond de demonstratie van 11 juni; het LBU werd toen buiten de organisatie gehouden omdat haar eisen te ver gingen. Ook in de aktievormen, die men ontwikkelde kon de FNV zich niet vinden; het was een kombina-tie van openbaar aangekondigde, mobiliserende akties, veelal ludiek, zoals het voorlezen van alternatieve troonredes en optochten met gouden koetsen, en in kleine kring georganiseer-de prik akties. De FNV koos voor het raadplegen van de leden, dat ook op prinsjesdag in gang werd gezet, en voor lobbyen bij het parlement. Toch namen ook vele kaderleden van de bonden, oa de voorzitter van de Voedingsbond Cees Schelling, deel aan de akties op prinsjesdag. Het betrof bij de akties dus vooral uitkeringsgerechtigden, die in beweging kwamen buiten de gevestigde politieke partijen en vakbonden om. In Nijmegen was een demonstratie van zo’n 250 mensen en er waren diverse prikakties, in Amsterdam, Wageningen en Groningen waren demon-straties van 4 … 500 mensen en er waren kleinere bijeenkomsten in andere steden.3 Naast demonstraties werden er ook bezet-tingen en werkonderbrekingen gehouden en ging men proletarisch winkelen. In Nijmegen werd het stadhuis bezet, en 150 jongeren bestormden daar een supermarkt, waarna het verzamelde voedsel aan de voorbijgangers werd uitgedeeld. Ook in Den Haag gingen 40 aktievoerders proletarisch winkelen in de Bijenkorf. De politie was bij dergelijke akties snel ter plaatse en voerde in verschillende plaatsen arrestaties uit.

De aktie bij de beurs

De reakties van de vakbeweging op de bezuinigingsvoorstellen in het juli pakket van 1983 en de miljoenennota van dat jaar waren afwijzend. Op prinsjesdag hield de FNV zich nog rustig, maar van der Scheur van de ABVA/KABO kondigde aan, dat er harde akties zouden komen. De FNV deed daarbij voorstellen voor een ekonomisch herstelplan. 10 oktober 1983 was het begin van de FNV-akties tegen de bezuinigingen. Vooral de ambtenaren staakten in de weken daarna op grote schaal. De akties hebben echter niet geleid tot het gewenste resultaat. Op 14-12-1983 ging de Tweede Kamer akkoord met de kortingen op de ambtena-rensalarissen en de uitkeringen.

Tijdens de werkdagen over de sociale zekerheid hadden de aktievoerders van het Uitkeringsfront besloten, dat ze ook aktie zouden gaan voeren tegen de 3% kortingen; men vond, dat de ambtenaren en de trendvolgers weliswaar al volop bezig waren, maar dat het geluid van mensen met een uitkering nog niet te horen was. Besloten werd, om aktie te gaan voeren bij de Amsterdamse effectenbeurs. Maar de aktie werd in eerste instantie geheim gehouden.

Op donderdag 17 november 1983, de dag van de aktie, verspreid-de het Uitkeringsfront een pamflet, waarin wordt opgeroepen om 12 uur te verzamelen op de Dam. Wie meer informatie wenste, kon kontakt opnemen met het secretariaat van het Uitkerings-front bij de WBVA op de Gelderse kade. In een pamflet werd gesteld, dat de uitkeringsgerechtigden in het algemeen en jongeren in het bijzonder niet meer konden inleveren; anderen waren nu aan de beurt voor het inleveren; kapitaalschieters, huisbazen, oliemaatschappijen, kortom, iedereen die tot dan toe aan de ekonomische krisis had verdiend. "De regering weet hen blijkbaar niet te vinden, daarom zoeken we ze zelf op" aldus de aktievoerders.4 Er deden uiteindelijk zo’n 500 mensen mee. Toen de aktievoerders zich na de oproep van het Uitkeringsfront hadden verzameld op de Dam, vertrok de stoet, via een omweg naar het Beursgebouw. Het was de bedoeling, om daar "Aandelen in de armoede van de Staat der Nederlanden" te verhandelen. Via de kapperszaak in de Amsterdamse beurs slaag-den honderd jongeren erin het zwaar beveiligde beursgebouw binnen te dringen.5 Zij kwamen terecht in de ruimte, waar beurshandelaren net aan het lunchen waren. De handelaren hielden op met eten en begonnen de jongeren te bekogelen met borden, kopjes, bestek en asbakken, terwijl ook brandspuiten op hen werden leeggespoten.

Bij het handgemeen vielen enkele gewonden. Het merendeel van de betogers verliet daarop het gebouw, maar enkele tientallen jongeren werden door de bewakingsdienst van het Beursgebouw opgesloten. Niet voor lang. Politie, geassisteerd door een snel geformeerde knokploeg van beurshandelaren, sloeg de jongeren er met harde hand uit. De politie voerde daarna een charge uit op het Beursplein. Er was geen tijd om het aandeel van de armoede dat de aktievoerders hadden gemaakt, onder de beursbezoekers te verspreiden. Na de aktie gingen de demon-stranten van het Uitkeringsfront in demonstratie naar het Waterlooplein, naar de FNV, die daar ook blokkeerde en demon-streerde.

De verhouding tussen het meer radikale deel van de uitkerings-gerechtigdenbeweging en de FNV was echter problematisch; de aktievoerders bij de beurs kregen geen spreektijd tijdens de blokkade van de FNV, en Regeer (ABVA/KABO-bestuurder in Am-sterdam) deed de aktie af met drie korte zinnen in zijn "dag-boek" in de Waarheid: "incident bij de Beurs. Jammer. Was te voorzien".6 Wat betreft de groepen waar de aktievoerders bij de beurs zich op hadden gericht: men besteedde vooral aandacht aan jongeren met minimale uitkeringen, zoals de RWW, en de dingen die daar verband mee hielden, zoals de strafkortingen. Ook richtte de woede zich tegen de voordeurdelerskortingen. We zagen die aandacht ook al bij de werkdagen sociale zekerheid. De kritiek van het Uitkeringsfront op de vakbeweging was, dat die zich vooral bezig hield met de verzekeringsuitkeringen, de WAO, de WW en ook de WWV. Over jongeren zonder arbeidsverleden en vrouwen werd nauwelijks gepraat, en de positie van mensen met minimale bijstand werd niet of nauwelijks besproken.

Nadat duidelijk werd dat de vakbeweging haar akties opschortte

en dat de Tweede Kamer akkoord ging met de bezuinigingsvoor-

stellen van de regering, heeft het Uitkeringsfront nog een

leuke sociale dienstentocht georganiseerd. "Prima aktie waar-

bij we voor het eerst openlijk binnen de gebouwen van de

sociale dienst hebben gepraat met ambtenaren, in de rayonkan-

toren aan de Marnixstraat en de Herengracht. Het bleek toen

echter al, dat het Uitkeringsfront niet in staat was, de

mensen die deelnamen aan de aktie bij de beurs vast te hou-

den".7 De gesprekken met de ambtenaren liepen soms hoog op;

er werden hen indringende vragen gesteld, zoals: hoe lang kun

je nog volgens je geweten doorgaan met uitvoeren van dit

regeringsbeleid?. Het beantwoorden van deze vragen ging de

meeste ambtenaren niet goed af, hetgeen reacties uitlokte in

de trant van " weet jij veel... Befehl ist Befehl". Aan het

slot van de aktie ging men naar het hoofdkantoor, met de tram,

met een door de trambestuurder bestempeld aandeel in de armoe-

de als vervoersbewijs. Daar werden ook nog enkele indringende

gesprekken met ambtenaren gevoerd, waarna men naar het be-

drijfsrestaurant ging. Dat werd een ware schranspartij. Van

gesprekken met ambtenaren kwam daarna niets meer terecht.8

De akties tegen het 1 juli pakket 1984

In het voorjaar van 1983 werden de akties tegen de kortingen

op de ambtenarensalarissen en de uitkeringen voortgezet. de

kortingen per 1 januari waren doorgevoerd, maar er moesten nog

definitieve besluiten worden genomen over de kortingen per 1

juli.

Het verzet van de FNV was nu echter heel wat beperkter dan in oktober 1983. Men gokte op een open overleg met het kabinet. Radikale voorstellen van oa de Voedingsbond voor akties in de vorm van betaalstaken werden afgewezen.9 Volgens van den Oord was de Dienstenbond de enige, die regionale manifestaties voor uitkeringsgerechtigden organiseerde, waar de kortingsplannen aan de kaak werden gesteld. Er werden zestien vergaderingen gehouden waar ongeveer 1000 uitkeringsgerechtigden verschenen. Ook de Dienstenbond perkte de eventuele samenwerking met andere organisaties van uitkeringsgerechtigden echter in: er zou geen sprake mogen zijn van een optelsom van eisen. De Dienstenbond zette haar akties echter ook niet door, met het argument, dat de opkomst op de regionale manifestaties tegen-viel.10 Omdat de regering halsstarrig vasthield aan de kortingen, plande de FNV een dertigtal regionale manifestaties.11 Boven-dien maakte de vakbond bekend, dat op 29 mei een grote lande-lijke demonstratie zou worden georganiseerd. De FNV akties hadden de bedoeling, de Kamerleden via lobbywerk en manifesta-ties sterker onder druk te zetten. Er zou op de regionale manifestaties ook geroepen zijn om hardere akties, maar dit werd door de vakbondsbestuurders afgewezen.12 De FNV-demon-stratie op 29 mei werd bijgewoond door 20.000 demonstranten in Den Haag.

landelijke akties buiten de vakbeweging

Naast de FNV probeerde men ook vanuit het Landelijk WAO-be-raad, de "Dialoog van Driebergen" en het LBU akties tegen de 1 juli kortingen op te zetten.

De "Dialoog van Driebergen" was een platform van personen uit sociale bewegingen en politieke partijen.13 (CPN,PSP,PPR en de linkervleugel van de PvdA) In het voorjaar van 1984 organi-seerde dit initiatief een werkcongres, waar aktieplannen naar voren werden gebracht tegen de juli-kortingen in de maand mei. Veel aanwezigen op het congres toonden zich voorstander van burgerlijke ongehoorzaamheid; dit betekende niet langer leven volgens de regels die de machthebbers stelden. Cees Schelling van de Voedingsbond en ook leden van de Partij van de Arbeid deden voorstellen voor een dergelijke burgerlijke ongehoor-zaamheid. Ook op dit werkcongres werden echter geen voorstel-len aangenomen voor grote landelijke akties. Men wilde naast burgerlijke ongehoorzaamheid nog steeds plaatselijke traditio-nele akties als demonstraties en piket-lines.14 In Rotterdam werd een mars van de Armoede gehouden, in Groningen was er een bezetting van het provinciehuis en een demonstratie en in Wageningen werd een kruispunt geblokkeerd.15 In Maastricht riepen linkse politieke partijen en FNV op, een dag gratis gebruik te maken van het openbaar vervoer. Het Landelijk WAO-beraad organiseerde ook regionale akties. Daarnaast kwamen de WAO-komitees op 23 mei bijeen in Den Haag, waarbij gesprekken werden gevoerd met Kamerleden om de eisen van de WAO-beweging naar voren te brengen. De Dienst Industri‰le Samenleving vanwege de Kerken (DISK) ondersteunde de akties van het WAO-beraad.

Akties in Amsterdam tegen bezuinigingen

Ook een aktiecomitee van de Amsterdamse Sociale Dienst nam een

initiatief tegen de kortingen op 1 juli. Men plaatste een

advertentie om ambtenaren van alle sociale diensten te mobili-

seren. Op 5 juni overhandigde men na een demonstratie 3000

handtekeningen aan Tweede Kamerleden. Het aktiecomite organi-

seerde verder een tribunaal tegen de kortingen. Ook de vereni-

ging van directeuren van de sociale diensten, DIVOSA, wees de

kortingsplannen af. Men schreef een brief aan de Tweede Kamer,

waarin dit werd meegedeeld. De Vereniging van Nederlandse

Gemeenten tikte DIVOSA op de vingers; men mocht zich niet

bemoeien met dingen, die in de landelijke politiek demokra-

tisch werden vastgesteld.16

Dag van de onrust

Naast de hiervoor genoemde groepen, die vrijwel alle bindingen hadden met de grote vakbonden en politieke partijen waren er ook pogingen, te komen tot een autonome buiten-parlementaire sociale beweging tegen de regeringsplannen. Al Op 10 februari 1984 organiseerden krakersgroepen in Amster-dam in verband met de ontruiming van Wijers de "Dag van de Onrust". Het Uitkeringsfront organiseerde in het kader van die dag een aktie bij het arbeidsbureau, gericht op het afschaffen van de sollicitatieplicht, het afschaffen van de kontroletaak van het arbeidsbureau, inzagerecht in dossiers, en recht op bemiddeling en scholing. In een interview met de Waarheid legde een van de aktievoerders uit wat de filosofie was achter de aktiedag.17 De dag kwam voort uit de behoefte aan betere samenwerking. In een Brede Amsterdamse Diskussie (BAD) over het Wijers complex waren een heleboel groepen die op de een of andere manier in verzet kwamen tegen de overheid elkaar tegen-gekomen. Gekonkludeerd werd, dat elke bevolkingsgroep apart door de overheid werd aangepakt; de ene keer waren het de uitkeringstrekkers, dan weer krakers, dan weer de huurstakers, dan weer de kunstenaars, enzovoort. Gekonstateerd werd, dat ieder groepje voor zichzelf terugvocht, ge‹soleerd van de rest; om gezamenlijk iets te doen werd de Dag van de Onrust georganiseerd. De bedoeling was, dat diverse groepen, van het Uitkeringsfront tot kraakgroepen, van de Junkiebond tot de Bond van Wetsovertreders, elk hun eigen aktie zouden voeren.

De akties moesten allemaal uitmonden in een massale demon-

stratie vanaf het Amstelveld naar het Weyerscomplex. In de

pers werd negatief over de Dag van de Onrust geoordeeld, omdat

er wat ongeregeldheden waren. In het Parool stond een reporta-

ge over de dag. "De dag van de onrust, die vandaag in Amster-

dam was afgeroepen, heeft op een aantal plaatsen in de stad

tot vernielingen, vechtpartijen en konfrontaties met de poli-

tie geleid".18

vrouwensteungroep

30 maart 1984 was door het Breed platform Vrouwen Voor Ekono-mische Zelfstandigheid uitgeroepen tot landelijke aktie dag. Op die dag lieten aktivistes van de Vrouwen Steun Groep zich als familie Steuntje in het bevolkingsregister inschrijven ten huize van burgervader van Thijn,; daarna gingen de vrouwen naar de sociale dienst op de Vijzelgracht. De aktie was ge-richt tegen verslechteringen in de sociale zekerheid, die vrouwen afhankelijk maakte van hun partner en tegen de steeds verder gaande kontrole op het vermeend samenwonen, waar vooral alleenstaande vrouwen het slachtoffer van waren. Op dezelfde dag heeft de Vrouwen SteunGroep samen met de vrouwenvakbond op het arbeidsbureau de beschikbare banen in twee‰n gedeeld.

Daarmee wilden zij wijzen op de noodzaak van een drastische

herverdeling van de bestaande arbeidsplaatsen, zodat vrouwen

ook via een betaalde baan de mogelijkheid zouden krijgen voor

ekonomische zelfstandigheid en bovendien de voorwaarden

gekre‰erd zouden worden voor herverdeling van het onbetaalde,

vooral huishoudelijke werk.19

dag van de onvrede

In Amsterdam werd op 1 mei 1984 op de Amsterdamse Dag van de Onvrede aktie gevoerd door de Basisgroepen tegen kerngeweld en militairisme, samen met uitkeringsgerechtigden. De basisgroepen waren ontstaan naar aanleiding van de plannen van de regering Lubbers, om in Woensdrecht kruisraketten te plaatsen. Omdat volgens de basisgroepen demonstraties, peti-ties en dergelijke niet hadden geholpen, waren er andere akties nodig, om de regering onder druk te zetten, zoals een betaalstaking en werkonderbrekingen. Om deze akties voor te bereiden waren de Basisgroepen tegen kerngeweld en militarisme van de grond gekomen. Er werden verschillende akties voorbe-reid, zoals een blokkade van de vliegbasis Woensdrecht. En in Amsterdam organiseerden zoals gezegd de basisgroepen de "Dag van de Onvrede". Het globale idee was, dat er erg veel kleine akties door de stad heen zouden plaatsvinden, bedacht en georganiseerd door de groepen zelf. Eerst werd in de vroege ochtend de toegangspoort tot de Oranje Nassaukazerne gedurende twee uur geblokkeerd; daarna trok men naar het warenhuis de Bijenkorf, waar ongeveer 150 aktievoerders verhinderden dat het winkelend publiek het warenhuis kon betreden.20 Volgens een pamflet vonden de demonstranten, dat deze winkel al jaren-lang was geblokkeerd voor uitkeringsgerechtigden, die de afgelopen jaren te maken kregen met verlaging van de uitkerin-gen ten behoeve van militaire uitgaven.21 Er waren wel enkele schermutselingen met mensen die naar binnen wilden, maar overigens verliep de blokkade rustig. Na de blokkade trokken de demonstranten naar het Rijksbelasting-kantoor aan de Wibautstraat om te protesteren tegen de zware bezuinigingen waartoe de bevolking werd gedwongen, terwijl de defensieuitgaven onverminderd bleven stijgen. Het protest bij het belastingkantoor was ook bedoeld om de aktie "weiger defensiebelasting meer bekendheid te geven. Naast een blokkade van de ingang werd door enkele tientallen aktievoerders de Wibautstraat bezet. Daarop probeerden twee vrachtwagens in te rijden op de demonstranten. De politie besloot daarop de aktievoerders te "verspreiden". Daarvoor werd eerst een waar-schuwing uitgegeven. De aktievoerders gaven gehoor aan de oproep van de politie, maar toch sloegen agenten met de wapen-stok op de groep in en werden er twee arrestaties verricht. Later op de dag werd nog aktie gevoerd bij Vroom en Dreesmann, waar zeven mensen werden gearresteerd. Zoals uit de naam al bleek waren de akties gebaseerd op het basisgroepen idee: vrij kleine, hechte groepen mensen, die elkaar goed kenden en vertrouwden, en die elkaar op alle mogelijke manieren steunden wanneer ze bij politieke akties in moeilijkheden kwamen. Ze voerden directe akties, waarbij men zich niet neerlegde bij parlementaire beslissingen die zoge-naamd "demokratisch" genomen werden. Er was in een structuur van basisgroepen geen "aktieleiding" of "bestuur". Wel was er uiteraard kontakt tussen de groepen via regionale overleggen. Alle groepen konden het initiatief nemen tot akties. Bij besluitvorming werd gestreefd naar konsensus, een zo groot mogelijke meerderheid en liefst de hele groep samen. De Basis-groepen tegen kerngeweld en militarisme zagen zichzelf niet als concurrent van de offici‰le vredesbeweging, maar als een aanvulling daarop.

Dag van de voordeur

18 mei 1984 was in verschillende plaatsen uitgeroepen tot Dag van de Voordeur. Er waren lokale akties van groepen RWW-ers, die niet door een vaste landelijke organisatiestructuur ver-bonden waren maar die aktie voerden vanuit werklozencentra en krakerscafe’s.22 In Nijmegen dreigde voor maar liefst twee derde van de 12.000 bijstandsgerechtigden een voordeurdelerskorting.23 Vanuit het werklozencentrum Unitas werden verschillende akties opge-zet om tegen de maatregel van de Graaf te protesteren. Men vond het belangrijk, dat zo’n centrum bestond. Tot akties werd besloten op vergaderingen bij Unitas, die in het begin door zo’n 200 RWW-ers werden bezocht. Er werden voorstellen gedaan voor legale protestmiddelen, zoals handtekeningenakties en demonstraties. Maar er waren ook meer radikale akties, zoals proletarisch winkelen. Een van de akties was het barricaderen van de Stevenskerk in Nijmegen, op het moment dat oud-premier de Jong daar aanwezig was als feestspreker voor de Federatie van Oranjeverenigingen.

De dagbladen gaven informatie over eten zonder te betalen in de kantines van de stadhuizen in Utrecht, Eindhoven en Den Haag. Ook ging men over tot het stelen van voordeuren van stadhuizen.

In Amsterdam trokken tweehonderd mensen met dertig voordeuren naar de sociale dienst aan de Polderweg. Ze zetten de deuren voor het informatieloket. Een ambtenaar die de aktievoerders ontving verklaarde zich solidair.24 De Vrouwen Steun Groep van de WBVA heeft op de Dag van de Voordeur een ochtend lang met ongeveer 80 vrouwen de afdeling Sociale Zaken van het stadhuis bezet gehouden. Ze wilden een gesprek met directeur Tuinstra, maar die bleek niet aanwezig te zijn. Na de bezetting hebben de vrouwen de manifestatie bezocht op het museumplein die op de Dag van de Voordeur werd gehouden, en hebben ze meegedaan aan de demonstratie naar het stadhuis, waar ze aan wethouder Jonker de handtekeningen hebben overhandigd van ambtenaren, die solidair waren met de aktie. De handtekeningen waren tijdens de bezetting opgehaald. Een andere aktiviteit van de Vrouwensteungroep in het kader van de voordeurdelersakties was het uitgeven van een krant, "De Voordeur", in samenwerking met het SIKH. In de krant stond veel informatie over de regeling voor woningdelers en krakers-kortingen.

De Herdenking van het Jordaanoproer.

Het Uitkeringsfront had in het voorjaar van 1984 een studie-groep samengesteld, die de herdenking van het Jordaanoproer moest voorbereiden. In juli 1984 was het vijftig jaar geleden dat het oproer plaats vond. In grote delen van Amsterdam brak toen spontaan verzet los van de vele uitkeringsgerechtigden in de hoofdstad. Aanleiding voor de opstand was een verlaging van de steun voor werklozen met tien procent. Door politieoptreden eskaleerde de zaak zeer snel; Opgekropte gevoelens van onvre-de, onmacht en uitzichtloosheid kwamen tot uitbarsting in een dagenlange chaos van geweld en wilde stakingen; het oproer manifesteerde zich in alle volkswijken van Amsterdam. De werklozen in die tijd hadden geen enkel perspectief op een baan, en van invloed op de regeringspolitiek was al helemaal geen sprake. Colijns positie leek onaantastbaar, zijn harde bezuinigingspolitiek konden de mensen met een minimuminkomen niet tegenhouden. De politieke oppositie slaagde er niet in, doelgericht en gezamenlijk de politiek van Colijn te bestrij-den. De organisatiegraad van de werklozen was zeer laag, alleen de Werklozen Strijd Comit‚’s slaagden erin enige aan-hang te verwerven. De studiegroep van het Uitkeringsfront vond, dat de overeenkomsten tussen de stand van zaken toen en nu een bezinning op de gebeurtenissen van vijftig jaar geleden zinvol maakte. Naast onmiskenbare verschillen, zoals de rechtspositie van werklozen, de scholingsgraad ervan en de veranderde politieke verhoudingen waren er ook overeenkomsten; het begin jaren tachtig gevoerde beleid bood werklozen weinig perspectief, evenals vijftig jaar geleden, en er was ook begin jaren tachtig weinig zicht op een radikaal alternatief voor de overheidspolitiek van alsmaar meer bezuinigen. Bovendien was er evenmin als in de dertiger jaren een brede werklozenbewe-ging, die een krachtig geluid kon laten horen. Het Uitkerings-front poogde een aanzet te zijn voor het tot standkomen van zo’n brede werklozenbeweging; men richtte zich op de positie van de minima, zoals schoolverlaters en vrouwen in de bij-stand, terwijl er aansluiting werd gezocht bij andere sociale bewegingen, zoals de anti-kernenergiebeweging, de kraakbewe-ging e.d.

Het Jordaanoproer was volgens het Uitkeringsfront van beteke-nis voor de strategiediskussie anno 1984: waarom was het toen en nu moeilijk werklozen te organiseren? Welke conclusies konden worden getrokken uit de strategie die de toenmalige Werklozen Strijd Comit‚’s voerden? Deze vragen moesten aan de orde komen tijdens de herdenking van het Jordaanoproer. Boven-dien moest van het programma een wervende invloed uitgaan op de ongeorganiseerde werklozen. Men vond bij het Uitkerings-front dat spontane opstanden op zich geen zin hadden, en dat werklozen zich moesten organiseren in een krachtige sociale beweging. De festiviteiten ter herdenking van het Jordaanop-roer vonden plaats in de week van 30 juni tot 7 juli 1984. Op 30 juni vond de intocht van de karavaan van het Landelijk Beraad Uitkeringsgerechtigden plaats. Deze karavaan van het LBU trok een maand lang het land door met informatie over het 1 juli- bezuinigingspakket, dat de regering Lubbers had vast-gesteld. Daarbij wilde men echter niet alleen reageren op de bezuinigingen, maar ook eigen alternatieven naar voren bren-gen. Ik ging daarop hiervoor al in. Het optreden in Amsterdam was de slotmanifestatie van de toernee van het LBU. Aan het eind van juni verscheen verder een bijlage van het weekblad Bluf! waarin het Jordaanoproer werd beschreven. Het materiaal werd zodanig gepresenteerd, dat het als uitgangspunt kon dienen voor een strategiediskussie anno 1984.25 Verder was er van 1 juli tot 7 juli een tentoonstelling in een tref-centrum op de Rozengracht, met als onderwerp de positie van de uitkeringsgerechtigden door de jaren heen. Op 6 juli vond in het centrum een herdenkingsmanifestatie plaats, waar uitke-ringsgerechtigden met elkaar en met vertegenwoordigers van andere sociale bewegingen diskussieerden over hoe men in de toekomst verder moest gaan. In een aantal diskussierondes werd telkens een aspekt van de problemen van uitkeringsgerechtigden besproken, zoals het functioneren van de sociale dienst, de verscherping van de kontrole van uitkeringsgerechtigden, voortdurende bezuinigingen en stijgende lasten. Ook kwamen de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende organisaties aan de orde. Het programma kende verschillende andere onderde-len zoals een optreden van de teatergroep "Alarm". Veel hebben deze diskussies echter niet opgeleverd, want in 1985 zijn er geen akties meer van het Uitkeringsfront. Dit was een meer algemeen voorkomend euvel. De vele akties die in het voorjaar gevoerd werden bleken slechts een kortstondige ople-ving van de protesten tegen de bezuinigingspolitiek van de regering te zijn. In 1985 zouden er heel wat minder akties van autonome uitkeringsgerechtigdengroepen zijn.

Het teruglopen van de akties

Reeds bij de eerste behandeling in de Vaste Kamercommissie, in juni 1984, begon bijvoorbeeld de protestbeweging tegen de woningdelersmaatregel te verlopen. In juni 1984 konstateerde Bluf! al, dat door gebrek aan continu‹teit, individuele akties en versnippering de klad in de protestbeweging was geko-men.26 Een van de faktoren was, dat er verdeeldheid bestond onder de aktievoerders zelf over hoe akties gevoerd moesten worden. We zagen die verdeeldheid al bij het Landelijk Beraad Uitkerings-gerechtigden. De meer radikale aktievoerders hadden een be-paalde ideologie, bv ten aanzien van het benaderen van poli-tieke partijen27 Een van de stromingen wilde politieke par-tijen bewust niet uitnodigen omdat die illegale akties zouden willen tegenhouden. Ook ambtenaren van de sociale dienst zag men als tegenstanders, omdat men verwachtte, dat die wel eieren voor hun geld zouden kiezen en dat ze de voordeurde-lersmaatregel gewoon zouden uitvoeren. Anderen wilden echter wel met politieke partijen samenwerken. In die tijd speelde al het vraagstuk van geregeld overleg van belangenorganisaties met de overheid. Vanuit de overheid waren er plannen clienten-raden in te stellen; dit waren adviesorganen, overigens zonder veel bevoegdheden, die de sociale diensten moesten adviseren over de uitvoering van het beleid. In hoofdstuk 12 is al aan de orde gekomen, dat bijvoorbeeld in Amsterdam door het Plat-form Uitkeringsgerechtigden en de Bijstandsbond op de inspraak middels clientenraden werd aangedrongen. Sommigen wilden wel dergelijke overlegorganen anderen weer niet. Bovendien vonden sommige aktievoerders, dat niet alleen aktie gevoerd moest worden tegen konkrete en incidentele maatregelen, maar dat de bezuinigingspolitiek als zodanig, haar uitgangspunten, aan de kaak moest worden gesteld. De akties moesten nadrukkelijk niet alleen tegen de voordeurdelersmaatregel gericht zijn. Deze inzichten leken echter nauwelijks door te dringen in de beweging tegen de voordeurdelerskorting; de protesten bleven voornamelijk daarop gericht en toen er compromis-oplossingen uit de bus kwamen, waarbij de regeling als zodanig bleef bestaan, maar ontduikingsmogelijkheden werden toegestaan, zakte de protestbeweging in. Een aantal organisaties, waaron-der de PSP, de Stichting Ombudsman, de Jongerenbeweging FNV, huisvestingsorganisaties en Bureau’s voor Rechtshulp hadden de brochure "De kleine Gids voor voordeurdelers" uitgebracht, waarin men wegen aangaf om de voordeurdelersmaatregel legaal te ontduiken.

In verschillende publikaties werd de poging legale ontdui-kingsmogelijkheden te cre‰ren als oorzaak gezien van het feit, dat de beweging inzakte. De aktievoerders slaagden er echter ook niet in, de grote groep uitkeringsgerechtigden tot protes-ten te brengen. Toch was men daar bij de overheid wel bang voor. Men ging onderzoeken, hoe groot de kans was op massaal verzet. Op 27 juni 1984 stond er een artikel in de Volkskrant, waaruit bleek, dat onderzoekers van een ambtelijke werkgroep van het ministerie van Sociale Zaken konstateerden, dat er berusting en apathie was onder uitkeringsgerechtigden. De wens om deel te nemen aan betaalde arbeid stond voorop. Later zou door radikale groepen de gang van zaken als volgt worden geanalyseerd. De strategie van ondernemers, staat en reguliere vakbeweging tegen de autonome beweging buiten de offici‰le kanalen was er een van enerzijds kanaliseren en anderzijds onderdrukken. Gepoogd werd, belangenorganisaties, zoals het WAO-beraad, Vrouwen in de Bijstand en het LBU in te kapselen binnen de bestaande strukturen; veel uitkeringsgerechtigden gingen daarop in. Mensen uit belangenorganisaties schoven aan de tafel met mensen van sociale diensten, via clientenplat-forms, met mensen van de FNV, of met gemeentelijke politici om daar marginale winsten te scoren. Hiermee verdween een nuttige hoeveelheid tijd en energie die beter besteed had kunnen worden aan het organiseren en mobiliseren van uitkeringsge-rechtigden. De meer militante groepen werden door een politie-terreur vroegtijdig om zeep geholpen, mensen sloten zich niet zo gemakkelijk aan bij deze groepen en het gevolg was dat men verzandde in isolement. In 1985 zouden er weinig akties van radikale groepen meer zijn. Ook het LBU liep in het najaar van 1984 op zijn eind. De nog aanwezige organisaties besloten alleen nog te werken aan een inhoudelijke diskussie en zij lieten de belangenbehartiging en het aktievoeren over aan de aangesloten organisaties. Pas in 1986 werd de draad door radikale groepen weer opgepakt in de prinsjesdag aktiedag.

De besluiten van de regering

Bij de diskussie in de vaste Kamercommissie in november 1984 kondigde staatssecretaris de Graaf aan, dat er verbeteringen waren gemaakt waar het de controle op het naleven van de woningdelersmaatregel betrof. De Kamercommissie zou nu akkoord moeten gaan, wilde men de maatregel nog op 1 juni 1985 laten ingaan. Daarop gaf de Tweede Kamer in december 1984 haar fiat aan de maatregel.28 Tijdens de diskussie in de Tweede Kamer over de juli kortingen bleek, dat het CDA gedeeltelijk wilde toegeven aan de eisen van de aktievoerders die in het geweer kwamen tegen de kor-tingsplannen. Het CDA stelde voor, de korting op de WWV niet door te laten gaan en om de kortingen niet te laten gelden voor de laagste inkomens. Bovendien diende de VVD een motie in, waarbij werd voorgesteld, de WAO-ers voor 1985 te ontzien. De motie werd met steun van links aangenomen. Verder ging de Tweede Kamer akkoord met de voorstellen van de regering.