Hoofdstuk 10 boek ‘Werklozen in aktie’ de geschiedenis van de

Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam, 1974-1992 /Amsterdam 1992

nieuwe akties van de WBVA

In oktober 1981 begon de WBVA weer nieuwe aktiviteiten te ont-plooien. In eerste instantie waren die aktiviteiten lokaal gericht, nl tegen de toestanden die bij de sociale dienst waren ontstaan.1 Zoals ik in het vorige hoofdstuk al heb aangegeven, begon de werkloosheid aan het begin van de jaren tachtig enorm op te lopen. Er kwamen in deze periode veel klachten binnen over de situatie bij de sociale dienst in Amsterdam. De grote toename van het aantal werklozen leidde tot lange wachttijden in de lokalen van de dienst. Bovendien betekende de nieuwe eis, dat je 130 dagen gewerkt moest hebben voor een WW-uitkering, dat veel mensen direct aangewezen waren op de bijstand. Dit betekende dat er enorm veel werk voor de GSD bijkwam. De moeilijkheden hadden ook tot gevolg, dat de tijd tussen aanvraag en toekenning van een uitkering sterk opliep. (3-6 maanden).

"Op een landerige ochtend (buiten regen, binnen de benen op het bureau) zei iemand bij de wbva dat het g.v.d. de spuigaten uitliep en dat er eens iets aan die toestanden moest gebeuren, een goeie aktie!. We sprongen overeind en hingen gelijk aan de telefoon".2 De volgende dag kwamen de eerste aktievoerders bij elkaar en werd een spoedvergadering uitgeroepen. Vele organisaties werden voor die vergadering uitgenodigd. Drie dagen later was er een grote bijeenkomst van werklozen, ar-beidsongeschikten, vrouwen in de bijstand en vertegenwoordi-gers van jongerenorganisaties. Er werd een draaiboek samenge-steld voor de bezetting van het hoofdkantoor van de sociale dienst op de Vlaardingenlaan. De bezetting moest de volgende ochtend al plaats vinden. Tussen het eerste voorstel om een aktie te organiseren en de bezetting lagen vijf dagen. De aktie in oktober 1981 waaraan 50 mensen meededen, leidde tot de oprichting van een "initiatiefgroep verontruste uitkerings-gerechtigden". Motor achter de initiatiefgroep was Jan Manne-art.3 De aktie had als resultaat, dat de gemeente verbeterin-gen toezegde. De voorschotregeling zou worden verbeterd, de doorstroming van WW naar WWV zou worden versoepeld (WWV-aan-vragen kregen voorrang) en het personeelsbestand zou worden uitgebreid met 75 mensen.

Bij het zoeken naar oplossingen ontstonden er in het kantoor Bijlmermeer problemen, omdat van hogerhand was beslist dat maatschappelijk werkers werk van de afdeling WWV bij hun normale taak moesten nemen. Een viertal ambtenaren vond dit onaanvaardbaar en wilde het extra werk niet uitvoeren. Het maatschappelijk werk bij de GSD bestond oa uit het helpen van mensen met schulden bij de huisbaas en bij het Energiebedrijf. Daarnaast hield men zich bezig met het opvangen van jongeren in moeilijkheden. De vier ambtenaren wilden dit werk blijven doen. Na de weigering van de vier ging de directie over tot schorsing van de ambtenaren. Het overige personeel had het werk onder protest aanvaard. De aktievoerders van de Initia-tiefgroep verontruste uitkeringsgerechtigden vonden de manier waarop de sociale dienst de problemen dacht op te lossen fout; verbetering van financi‰le dienstverlening mocht nooit ten koste gaan van de maatschappelijke. Na de schorsing van de 4 Bijlmerambtenaren werkte de Initiatiefgroep vooral samen met organisaties en werklozen uit de Bijlmer; Als eerste protest vond er op 7 januari 1982 een aktie plaats in het rayonkantoor Zuid-Oost. De gemeente bleek de zaak louter als een arbeids-konflikt te willen zien, terwijl het volgens de aktievoerders een politieke zaak was die betrekking had op de manier waarop de GSD de problemen met het verstrekken van uitkeringen dacht op te lossen. Tijdens een spoedoverleg op 10 januari 1982 werd besloten, dat de aktievoerders nog maar eens aan de gemeente duidelijk moesten maken dat het maatschappelijk werk moest blijven bestaan.4 Op 11 januari werd de ingang van het stad-huis gedurende anderhalf uur geblokkeerd. Deze blokkade werd gevolgd door een rondgang langs de raadsfracties en er werd besloten, een manifest met een groot oor aan te bieden aan de verantwoordelijke wethouder. Dit oor moest symboliseren, dat de wethouder op zijn minst naar groepen uitkeringsgerechtigden moest luisteren.5 De uitkeringsgerechtigden konden echter weinig steun krijgen voor hun akties; Pogingen om de samenwer-king met ambtenaren uit te breiden lukten niet erg. Omdat mede door de akties de situatie bij de sociale dienst even iets verbeterd was en omdat de 4 Bijlmerambtenaren wat uit elkaar vielen, waren er in het voorjaar van 1982 vooralsnog geen acute aangrijpingspunten voor weer wat pittige aktie zo luidde de conclusie in een verslag. " Onze bemoeienissen met de sociale dienst beperken zich momenteel dan ook tot verhoogde waakzaamheid!".6 Wat echter ook een rol speelde was, dat de Initiatiefgroep er niet in slaagde, de mensen die aan de verschillende akties meededen vast te houden. Wanneer een aktie afgelopen was verdwenen de meeste deelnemers weer.

eenmalige uitkeringen

Er waren in 1981 nog meer akties van de Initiatiefgroep. Er werden voorbereidende vergaderingen gehouden, waarvoor mensen en organisaties per brief en per telefoon werden benaderd. Ook werden er pamfletten bij de sociale dienst verspreid; radio STAD zond verschillende oproepen van de Initiatiefgroep uit. Zo eiste de initiatiefgroep uitkeringsgerechtigden in een vergadering van de gemeenteraad van wethouder Kuipers dat de voorschotten die via de sociale dienst uitbetaald werden verhoogd zouden worden.7 De aktievoerders stelden ook de gang van zaken rond de eenma-lige uitkeringen aan de orde. Al onder de regering van Agt-Wiegel was besloten, de mensen met een inkomen op het minimum een eenmalige toeslag te geven in de vorm van een eenmalige uitkering. (dus geen structurele verhoging van de uitkeringen) Aktievoerders van de WBVA kwamen tot de ontdekking, dat het moeilijk was, om een aanvraagformulier voor de eenmalige uitkering te krijgen. Men ging naar postkantoren, om te kij-ken, hoe vlot men daar was met het verstrekken van formulie-ren. Ook werden postbeambten uitgevraagd. De verstrekking van de formulieren bleek slecht te zijn; soms waren ze er niet, of er waren lange wachttijden. Dit was voor de aktievoerders van de WBV aanleiding in de pers aan de bel te trekken; Via radio STAD en de kranten kwamen de bevindingen van de WBVA in de publiciteit. Er kwamen ook vragen van politici in de Tweede Kamer en protesten van andere belangenorganisaties. In een radioprogramma werd een reaktie van de WBVA over de gang van zaken bij de eenmalige uitkeringen gevraagd. Daarbij werd het telefoonnummer van de organisatie genoemd. Dit had tot gevolg, dat de vereniging zonder dit zelf bewust gepland te hebben, tot landelijk informatiecentrum werd gebombardeerd. "Dagenlang stond de telefoon roodgloeiend en gingen we s’avonds ietwat overspannen naar huis".8 Er werden in Amsterdam ook akties gepland. Na een druk bezochte voorbereidingsvergadering was er een demonstratief bezoek aan de commissie van bijstand van de gemeenteraad, die ietwat rumoerig verliep. Het is niet hele-maal duidelijk geworden, wat de resultaten van al die aktivi-teiten waren. Ook hier speelde, dat er tijdens de akties wel nieuwe mensen kwamen opdagen, maar die verdwenen na verloop van tijd ook weer.

De WBVA in de loop van 1982

Ik heb hiervoor aangegeven, dat de periode tot 1982 bij de WBVA als zeer moeizaam moest worden gekwalificeerd. Buiten de akties die in de winter van 1981 gevoerd werden stond het spreekuur van de WBVA in 1982 nog steeds op een laag pitje. Er werd weinig bekendheid gegeven aan deze aktiviteit van de WBVA en er kwamen weinig mensen op het spreekuur. Ook werd de organisatie in deze periode nauwelijks uitgenodigd voor praatjes op bijeenkomsten en vergaderingen. Wel werd ook weer een cursus sociale verzekeringen opgezet, die redelijk druk werd bezocht. Daarnaast organiseerde men in 1982 een succesvolle fotocursus.

In de loop van 1982 kwamen de diskussies op gang over hoe het nu verder moest. In het beleidsplan 1983 werden enkele moge-lijke lijnen aangegeven. Eerst werd nog eens op een rijtje gezet wat er de afgelopen jaren gebeurd was. De omstandigheden waren sterk gewijzigd ten opzichte van de periode tot 1981. Toen waren er nauwelijks groepen en organisaties die zich met belangenbehartigende aktiviteiten van en voor werklozen bezig hielden. In 1982 waren er, nog kort, meerdere organisaties en instellingen die zich op dit terrein bewogen. In het beleids-plan werd verwezen naar de Projecten Mensen Zonder Werk; bovendien werd erop gewezen, dat door de explosieve stijging van de werkloosheid veel opvattingen anders kwamen te liggen, oa mbt de sollicitatieplicht. Dit was een punt dat in de jaren zeventig door de WBVA niet ter diskussie werd gesteld. Daar-naast was recht op betaald en passend werk altijd een van de belangrijkste eisen van de WBV. Hoewel die eis gehandhaafd bleef, gingen de medewerkers ook zoeken naar andere punten. Recht op betaald werk hoefde niet te betekenen: recht op een 40-urige werkweek. De arbeidstijdverkorting werd steeds be-langrijker, dwz de herverdeling van het beschikbare werk in een tijd, dat er steeds meer langdurig werklozen, WAO-ers en werkloze jongeren kwamen. In het beleidsplan 1983 werd gekon-stateerd, dat steeds meer werklozen zich ook bezig gingen houden met de kwaliteit van de te verrichten arbeid en tevens werd de vraag naar werkgelegenheid gekoppeld aan de noodzaak van een maatschappelijke diskussie over wat geproduceerd en dus ook gekonsumeerd moest worden.9 Daarnaast gingen (langdu-rig) werklozen nadenken over de plaats van het arbeidsethos in onze maatschappij. Men ging betaald werk meer beschouwen als een mogelijke vorm van uitbuiting, waarbij de arbeidsmoraal diende als een soort rechtvaardiging. Het inkomen uit betaalde arbeid was dan een soort premie op die uitbuiting. In dit verband gingen werklozen nadenken over het scheppen van eigen werk, waarin je zelf bepaalde wat maatschappelijk nuttige arbeid was, onder eigen voorwaarden en samenwerkingsverhoudin-gen. De WBVA sprak zich echter in deze periode niet onomwonden uit voor een basisinkomen. In Amsterdam stelden de Nederland-se Bond Tegen het Arbeidsethos en de Projecten Mensen Zonder Werk aan de orde, dat je als werkloze meer was dan iemand die z’n arbeidskracht niet kwijt kon, vanuit de opvatting dat werkloosheid niet alleen een noodlot, maar ook een bewuste keuze kon zijn. Wijzend op de nadelen van betaald werk streef-den de NBTA en de Project Mensen Zonder Werk naar verbetering van de positie van vrijwilligers en naar het recht op niet-werken met daaraan gekoppeld een basisinkomen. Ook in de WBVA werd deze diskussie gevoerd. Er waren globaal twee standpun-ten: recht op een basisinkomen versus een betere uitkering, gekoppeld aan het recht op menswaardig werk. In de praktijk werd er niet expliciet voor het een of het ander gekozen. Ria Bruins, tien jaar lang medewerkster van de WBVA en van de Vrouwen Steun Groep, was tegen een basisinkomen, omdat je daarmee een scheiding zou aanbrengen in een groep, die uitein-delijk gemeenschappelijke belangen had. Daarbij kwam volgens haar de vraag, welke middelen je had om het recht op een fatsoenlijk basisinkomen te verwezenlijken. Er ontspon zich in de WBVA ook een diskussie over de samenwerking met anderen, met wie en vooral hoe, binnen (overheids)instanties of niet. Volgens Ria Bruins was veranderingen ten goede tot stand brengen vanuit de instanties zelf een illusie. Zo zag de meerderheid van de WBVA het niet zitten om in de zogenaamde Regionale ToetsingsCommissie plaats te nemen. Dit was een adviesorgaan, dat de gemeente moest adviseren over het wel of niet toestaan van vrijwilligerswerk. Het adviesorgaan was door de gemeente ingesteld, en naast uitkeringsgerechtigden hadden werkgevers en werknemersorganisaties zitting in de commis-sie.10 Men vond bij de WBVA, dat je dan mee ging beoordelen, wat een uitkeringsgerechtigde wel en niet mocht doen. Men vond dit geen taak voor een belangenorganisatie. De WBVA definieer-de zich verder niet meer als een soort voorhoedeorganisatie van werklozen, die het voortouw nam bij akties, maar als een voorziening, gericht op het stimuleren van belangenbehartigen-de aktiviteiten ten behoeve van werklozen. Ook zag de WBVA in het organiseren van diskussies een taak weggelegd. Daarbij streefden de medewerkers ernaar, minder een algemene orienta-tie op de werklozenbelangen als uitgangspunt te nemen en meer te komen tot een groeps- en thema gerichte aanpak. In de praktijk zou dit betekenen, dat de WBVA naast de problematiek van de langdurig werklozen vooral aandacht besteedde aan de positie van vrouwen en jongeren. Daarnaast kreeg het zoge-naamde basiswerk steeds meer aandacht. Daaronder verstond men het versterken van het directe kontakt tussen WBVA en werklo-zen, door het posten bij het arbeidsbureau en sociale dienst-kantoren. Verder was het advieswerk op het spreekuur belang-rijk. Er werd opnieuw reclame gemaakt voor deze aktiviteit van de WBVA. Dit zouden de lijnen van de komende tijd worden; in het volgende hoofdstuk zal blijken, dat er een "Vrouwen Steun Groep" werd opgericht en dat op 1 mei 1983 het "Uitkerings-front" van de grond kwam, waarvan het secretariaat bij de WBVA was gevestigd. Dit nieuwe samenwerkingsverband richtte zich op de zinloosheid van de sollicitatieplicht in een tijd van grote structurele werkloosheid.

werklozenkrant

De medewerkers van de WBV waren ook tot het besluit gekomen, een krant uit te brengen omdat er op dat moment in Amsterdam geen enkele periodiek was, die speciaal aandacht besteedde aan de uitkeringsgerechtigden in het algemeen en de langdurig werklozen in het bijzonder. Het nulnummer verscheen in mei 1982; daarna zijn er nog vier nummers verschenen. Het laatste nummer was van halverwege 1983. In het jaarverslag van de Vrouwen Steun Groep over 1983/1984 werd gekonstateerd, dat de doelstelling, om zes kranten per jaar te maken, niet werd gehaald. Dat was niet, omdat men het uitgeven van een krant niet belangrijk vond, maar de kranten die werden uitgegeven legden een zeer groot beslag op de tijd van de medewerkers. Vooral de verspreiding was zeer tijdrovend geworden, wat een gevolg was van de veranderde opzet van het arbeidsbureau. Vroeger kwam er een zeer groot aantal werklozen naar het arbeidsbureau, voor een stempel, een gesprek of op zoek naar vacatures. In de nieuwe opzet kreeg de grote groep werklozen, die als onbemiddelbaar werd afgeschreven, een stempel voor langere tijd, terwijl dit per post werd afgehandeld. Men kon voortaan de arbeidskaart per post opsturen en deze werd dan gestempeld weer teruggestuurd. Bovendien funktioneerde in die tijd van grote werkloosheid de vacaturebank nauwelijks meer; dit had tot gevolg dat nog maar een klein aantal werklozen het arbeidsbureau bezocht. Wilden de medewerkers de werklozenkrant aan de achterban verkopen en daarmee kontakt leggen, dan moest men ook naar de sociale dienst, maar deze dienst had ook in die tijd al meerdere kantoren; een en ander betekende, dat om een grotere groep werklozen te bereiken veel vrijwilligers moesten worden gezocht om de krant te verkopen. Er waren zo’n achttien mensen nodig. Bij de laatste twee kranten lukte het niet meer, voldoende vrijwilligers te krijgen. De WBVA bleef daardoor met een groot aantal onverkochte kranten zitten; de grote groep werklozen was moeilijk bereikbaar geworden. Men besloot, de uitgave van een werklozenkrant voorlopig te sta-ken, tot er meer geld beschikbaar zou zijn en een beter ver-spreidingssysteem; het is er echter niet meer van gekomen. Wel werden in het vervolg, meestal naar aanleiding van akties, pamfletten op grote schaal verspreid en werd er ook ander informatiemateriaal gemaakt. Ook de publiciteit bij akties werd bewust gebruikt om de organisatie meer bekendheid te geven.

Konijnen schieten op de Maasvlakte.

de WBVA besteedde in de loop van 1982 vooral aandacht aan de lokale situatie, maar toch reageerde men met een aktie op landelijke ontwikkelingen. Na de verkiezingen in mei 1981 werd er weer gewerkt aan een kabinet van Partij van de Arbeid en CDA. Dit resulteerde in het kabinet den Uyl/van Agt, dat op 11 september 1981 werd ge‹nstalleerd. Den Uyl presenteerde een werkgelegenheidsplan, dat via overheidsuitgaven nieuwe ar-beidsplaatsen wilde scheppen en dat nieuw beleid wilde maken op het gebied van arbeidstijdverkorting en herverdeling van werk. Er werd 2,6 miljard gulden uitgetrokken voor het direct scheppen van werk. Het plan stond echter op gespannen voet met de wens, om de collectieve sector niet uit te breiden. In mei 1982 dienden de PvdA-ministers hun ontslag in omdat de bezui-nigingen zoals neergelegd in de voorjaarsnota volgens hen te ver gingen.

Tijdens het kabinet van Agt II deed Andr‚ van der Louw voor-stellen voor een "gemeenschapstakenplan" waarbij jongeren met een uitkering verplicht konden worden, "nuttige" werkzaamheden voor de gemeenschap te verrichten, op straffe van stopzetting van de uitkering. Van der Louw wilde in feite jongeren met een uitkering verplicht stellen vrijwilligerswerk te doen, dat hen door de overheid werd opgedragen. De WBVA konstateerde in een pamflet, dat er inderdaad werk genoeg te doen was; het onder-houd van buurt- en clubhuizen, gescheiden huisvuilinzameling, opknappen van braakliggende terreinen, hulp aan zieken en bejaarden. Gewoon werk, een waslijst lang. Al dreven volgens de WBVA ambtenaren in Rotterdam het wel wat ver door te plei-ten voor konijnen schieten op de Maasvlakte. Maar al dat werk moest wel gedaan worden met een arbeidskontrakt en geregelde arbeidsvoorwaarden. Van der Louw wilde echter iets heel an-ders. Onder druk van de vele protesten haalde van der Louw de dwang uit zijn plan. Er zou alleen zachte aandrang op de jongeren uitgeoefend mogen worden. Protesterende uitkeringsge-rechtigden brachten naar voren, dat het plan van der Louw weg moest, omdat het recht op werk van jongeren niet serieus genomen werd; het plan zou een rare ongelijkheid in de samen-leving invoeren, waarbij de een met behoud van uitkering werkte en de ander een volwaardig loon kreeg; bovendien zou het vrijwilligerswerk dienen ter vervanging van betaalde arbeid die verdween door de bezuinigingen. Vrijwilligerswerk had geen betutteling nodig van arbeidsbureau’s en sociale diensten. Jongeren konden zelf wel uitmaken wat voor vrijwil-ligerswerk ze wilden doen in een tijd van grote werkloosheid. Toen van der Louw begin 82 met zijn plan kwam, vond men bij de WBVA dat er aktie tegen gevoerd moest worden. De idee‰n liepen uiteen van het omspitten van de tuin bij van der Louw thuis tot een wegversperring. Maar een overleg met NVV-jongeren maakte duidelijk, dat er in Rotterdam al een actie bedacht was, waarbij de tuin van van der Louw zou worden omgespit. Enkele weken na die aktie heeft de WBV toen aktie gevoerd bij het Polanentheater, waar van der Louw aanwezig was om het centrum te openen. Jongeren in werkkleding met ragebollen en stoffers improviseerden op het gemeenschapstakenplan, vd Louw werd afgestoft, evenals zijn auto, onkruid werd ter plekke gewied, enzovoort.11 Voorafgaand aan de aktie werd een grote vergadering gehouden op initiatief van het NVV-JC. Bij een volgende vergadering zaten er echter nog maar een paar organi-saties om de tafel; ongeorganiseerde jongeren, die na een oproep op radio STAD aanwezig waren geweest, kwamen niet meer terug. Op de tweede vergadering werd besloten een manifest te maken met de verschillende argumenten tegen het plan van der Louw. Voor het verdere verloop van de aktie werd een "initia-tiefgroep werkloze jongeren" opgericht. Het manifest werd naar veel organisaties in Amsterdam gestuurd, en er werd een peti-tie opgesteld voor de gemeenteraad.12 Uiteindelijk lieten de verschillende organisaties het echter afweten, en kwam al het werk terecht op de schouders van de medewerkers van de WBVA. Tijdens een commissievergadering van Sociale Zaken heeft een vertegenwoordiger van het NVV-JC de verzamelde petities aange-boden aan wethouder Jonker. Niet lang daarna keurde de gemeen-teraad de plannen van vd Louw af.

Het bleek zeer moeilijk te zijn, jongeren voor de akties te

interesseren. De medewerkers van de WBVA waren teleurgesteld

over de reacties. Bij alle deelnemende organisaties speelde de

vraag: wij doen wat voor werkloze jongeren, maar waar blijven

ze zelf. Daarbij was voor de WBVA van belang, wie de organisa-

tie nu eigenlijk vertegenwoordigde, of er wel sprake was van

een achterban, en hoe de vereniging zich verhield tot andere

organisaties, die wel een achterban hadden. Bovendien bleek,

dat de WBVA opdook, daar waar anderen het niet deden. De vraag

was, of de WBVA zoiets kon en wilde trekken. En tenslotte

speelde de vraag, of de energie die de WBVA erin stopte, wel

opwoog tegen het perspectief en het resultaat van de ac-

ties.13

het Platform Uitkeringsgerechtigden

In Amsterdam werden in het voorjaar van 1982 ook weer nieuwe initiatieven ontplooid om te komen tot een samenwerkingsver-band van belangenorganisaties. Op 27 mei 1982 was er een overleg tussen een aantal organisaties van uitkeringsgerech-tigden en OBASA (Overleg Bundeling Aktiegroepen Stadsvernieu-wing) om het verzet tegen de regeringspolitiek te organiseren en een permanent beraad op te zetten. De bijeenkomst vond plaats in het Bolshuis onder het motto: "Bundeling doorslag-gevend" en "Handen af van de sociale verworvenheden".14 Na korte tijd kwamen er nieuwe mensen bij het beraad. Op 17-6-1982 werd er een symposium over de nieuwe armoede gehouden in de Koningszaal van Artis in Amsterdam.15 Jan Harms en Ineke Olierook, gemeenteraadslid voor de PvdA en Dani‰l Gilthay Veth waren aanwezig op dit symposium.16 De bovengenoemde personen vonden, dat er in Amsterdam nieuwe initiatieven genomen moesten worden. Daarom zocht men aanslui-ting bij de organisaties, die al op 27 mei in het Bolshuis hadden vergaderd. Op 28 juni zaten ergens op de Keizersgracht, inderhaast gebeld, rond de tafel: Mevr Minten, Mevr. Maart en Daniel Gilthay Veth "sociale verzekeringsgroep", Anke van der Vliet en Johan Stuyvenberg, Bijstandsbond, Corrie Burgers, Komitee Vrouwen in de Bijstand, Harry Kuijpers, WBVA, Rob van der Putten, Jan van Dijk en Jan Harms die zichzelf vertegen-woordigden. Er werd besloten op korte termijn een vergadering uit te roepen en hieraan bekendheid te geven door een groot aantal groeperingen aan te schrijven, een persbericht te versturen en radio STAD in te lichten. Op 23-8-1982 was er een uitgebreide vergadering van organisa-ties die leidde tot de oprichting van het " Platform Uitke-ringsgerechtigden". Er werd een petitie opgesteld "voor een menswaardig bestaan in Nederland". Verder werd er een plan uitgewerkt om op 24 september een piket-line te houden bij de GSD op de Vlaardingenlaan. De eisen in de petitie waren: de uitkeringen op bijstandsnivo ź 400,- in de maand erbij ter handhaving en verbetering van de koopkracht, handhaving van de koppeling tussen lonen en uitkeringen, ieder individu recht op een zelfstandige uitkering op het minimumnivo, ongeacht zijn/haar samenlevingsvorm en geen verdere burokratisering en kontrole, maar inspraak van uitkeringsgerechtigden. Het secre-tariaat van het Platform was gevestigd bij de Bijstandsbond op de Rozengracht.17 De piket-line bij het hoofdkantoor van de GSD leverde veel publiciteit op. De aanwezige pers werd ge-nformeerd via een persbericht. De KRO-radio was aanwezig en radio STAD verzorgde een direct uitgezonden interview. De eerste handtekeningen werden onder de petitie gezet. In de daarop volgende maanden waren verschillende afdelingen van de sociale dienst het doelwit voor het verzamelen van deze hand-tekeningen.

Op 7 oktober 1982 was er een volgende vergadering van het Platform bij de WBVA op de Geldersekade. Daar werd besloten, een openbaar vervoeraktie te houden. De bedoeling was, zwart met de tram te gaan rijden. Deze aktie was gericht tegen de voor mensen met een uitkering onbetaalbaar wordende vervoers-tarieven. Tijdens de aktie was dit van buiten af aan de be-treffende trams duidelijk zichtbaar. De ramen werden beplakt met leuzen. Trambestuurders vonden het prima, zo’n aktie. De kontroleurs blijkbaar ook, want er was die dag geen kontroleur te bekennen. Wel boze telefonades achteraf, van boze vervoers-ambtenaren.18 Aan het eind van 1982 gingen de akties van het Platform uitke-ringsgerechtigden door. Eind november organiseerde het samen-werkingsverband een protestdemonstratie bij het kantoor van de stadsdeelraad op het Osdorpplein. Het Platform konstateerde, dat door de stijgende lasten, zoals gemeentelijke heffingen en huren, de koopkracht van de minima ondanks de eenmalige uitke-ringen steeds verder werd uitgehold. De eisen van het Platform werden onder de aandacht van het stadsdeel bestuur ge-bracht.19 Daarbij werden ook weer handtekeningen voor de petitie verza-meld. Ook de bezoekers van het CPN-congres in de Meervaart dat op die dag werd gehouden plaatsten hun handtekening onder de petitie. De aktievoerders van het Platform streefden ook naar solidariteit met werkenden. Op 22 november staakte het ver-voerspersoneel in Amsterdam. Een door het Werkgelegenheidsko-mitee georganiseerde aktiebijeenkomst op het Stationsplein werd bezocht door een groot aantal groepen, zoals de Ver-voersbond, de Kunstenbond, het Landelijk WAO-beraad en de Bond voor Onderwijzend Personeel. Het Platform Uitkeringsgerechtig-den werkte aktief mee om de manifestatie op het Stationsplein tot een succes te maken. Vroeg in de ochtend werden de uit-valswegen van Amsterdam en de Westermarkt bestookt met solida-riteitsbetuigingen voor deze bijeenkomst.

De gemeentelijke sociale dienst aangeklaagd.

in het najaar van 1982 vond in Amsterdam een belangrijke gebeurtenis plaats in de wereld van uitkeringsgerechtigden; vrouwen, jongeren, buitenlandse arbeiders en langdurig werklo-zen werkten samen om de sociale dienst ter verantwoording te roepen voor het beleid dat zij voerde. Op 16 oktober 1982 werd een "tribunaal sociale dienst " georganiseerd, waarbij verte-genwoordigers van acht organisaties hun grieven naar voren brachten. De deelnemende organisaties waren: BLUT, BIjstands-bond, Vrouwen in de Bijstand, WBVA, Platform buitenlanders, Meidenhuis, JAC, KWJ, en het Bureau voor Rechtshulp. Sociale dienst, gemeente en het ministerie van CRM waren de aangeklaagden, clienten en vertegenwoordigers van belangenor-ganisaties waren de aanklagers, en de zaal trad als rechter op. In verschillende diskussieblokken brachten jongeren, buitenlandse arbeiders en vrouwen hun grieven naar voren. Het ging met name over seksisme tegen vrouwen, discriminatie van buitenlanders en het niet serieus nemen van de jongeren. De WBVA heeft zich vooral voor de vrouwengroep ingezet.20 Na het tribunaal zijn de klachten door wethouder Jonker in de Commissie van sociale zaken van de gemeenteraad gebracht. Er zijn verder besprekingen geweest met belangenorganisaties en er werden een aantal toezeggingen gedaan, hoewel niet veel. Aan vrouwen werd toegezegd dat er naar mogelijkheden gezocht zou worden om kinderspeelplaatsen op de verschillende rayon-kantoren te maken, terwijl er speciale ambtenaren zouden worden aangetrokken om de scholing ter voorkoming van seksisme te verbeteren. Daarnaast zou men gaan werken aan een verbete-ring van de voorlichting.