Handhaving wel voor bijstandsgerechtigden, maar niet voor werkgevers

  • Werkgevers ontduiken massaal regels op gebied ontslagrecht. Minister Donner in overleg met het UWV
  • Commissie van de Tweede Kamer Sociale Zaken roept om strengere controles en aanpassing van de privacywetgeving voor uitkeringsgerechtigden. De staatssecretaris gaat het onderzoeken
  • Naleving CAO’s wordt door niemand gecontroleerd. Kamerlid Spekman van de partij van de Arbeid wil een CAO-politie
  • Steeds meer buitenlandse bedrijven in Nederland die hun personeel meenemen die onder de regels van het land van herkomst vallen

19 november vond om 10.00 uur in het gebouw van de Tweede Kamer met enige tijdsvertraging het Algemeen Overleg plaats tussen staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en de Tweede Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid over Handhaving van regels in de sociale zekerheid en op het gebied van arbeidsvoorwaarden en omstandigheden van werkenden. Slechts drie partijen vonden het overleg belangrijk genoeg om aanwezig te zijn. Want er waren slechts drie commissieleden, nl de heer Paul Ulebelt van de SP, Hans Spekman van de Partij van de Arbeid en de heer van Dijk van het CDA.  Verder zat een batterij van wel zeven ambtenaren aan tafel, die driftig aantekeningen maakten maar wier bijdrage aan het debat slechts bestond uit het met het hoofd schudden of knikken wanneer de staatssecretaris een vragende blik in hun richting wierp. In de zaal verder een twintigtal FNV-ers, opgeroepen door een bestuurder, om blijk te geven van hun belangstelling voor het debat.

Hans Spekman begon zijn betoog met te stellen, dat handhaving uiterst belangrijk is, om het draagvlak onder de sociale zekerheid te behouden. Mensen moeten kunnen zien dat alleen mensen die het nodig hebben een voorziening krijgen en dat de overheid streng optreedt tegen overtreders. Als punten bracht hij naar voren:

  • Er een grens is van 10.000 euro bij bijstandsfraude waar het gaat om zaken die door de Officier van Justitie strafrechtelijk worden vervolgd. Boven dat bedrag is er vervolging, daarbeneden niet. Dit bevalt Hans Spekman niet. Ook 500 euro fraude is fraude. Kan de staatssecretaris er niet voor zorgen dat dan ook strafrechtelijke vervolging plaats vindt?
  • De tweede opmerking heeft betrekking op het spanningsveld tussen handhaving en privacy. Die privacy zit ons in de weg bij bestandskoppelingen, huisbezoeken en bij schuldhulpverlening. (Bij het voortkomen daarvan door vroegtijdige signalering bedoelt hij waarschijnlijk, pvdl) Kan daar niet iets aan gebeuren?
  • Ten derde wil hij naar voren brengen, dat er een wat hij noemt ‘CAO-politie’ moet komen, die bedrijven moet gaan controleren op de naleving van CAO’s.  We hebben nu al de Arbeidsinspectie, waarvoor we ook ingezet hebben op uitbreiding daarvan, in het nabije verleden en die toezien op de naleving van de arbeidsomstandighedenwet en de Wet op het Minimumloon, maar hoe zit het met de naleving van de CAO-lonen? In de uitzendbranche is door werkgevers en werknemers een stichting naleving opgezet, dat een groot succes is. Zoiets zouden we bv ook in de bouw moeten hebben. Maar daarbij moeten de vakbonden meer slagkracht hebben, als bv werkgevers niet mee willen werken, dus we moeten hen dan als overheid bevoegdheden geven als een bouwplaats kunnen bezoeken, of inzage in de boeken van de werkgever. Op die manier krijgen bonden mogelijkheden om controles uit te voeren met bevoegdheden.

De heer Paul Ulebelt sluit zich voor wat het betoog van Hans Spekman betreft over de CAO-politie bij hem aan. Maar hij merkt wel op dat wat de strengheid van de handhaving betreft het rechtvaardig en proportioneel moet zijn. Bij de bijstand en de WAO is de naleving van de regels 90%. In 2008 waren er 830 gevallen van partnerfraude in de AOW en de bijstand. Hij zou wel eens willen weten, wat het nieuwe wetsvoorstel huisbezoeken nou aan dit aantal verandert, en of dit wetsvoorstel ten opzichte van de gepleegde fraude niet disproportioneel is. Hij verzet zich niet principieel tegen de huisbezoeken, maar vindt wel dat er een concrete reden moet zijn om een huisbezoek af te leggen. En bij de naleving van de arbeidsomstandighedenwet is de naleving 55%. Dit brengt hem op de suggestie dat de Arbeidsinspectie qua capaciteit uitgebreid moet worden. De laatste tijd wordt duidelijk, dat er geen valse concurrentie ontstaat tussen bedrijven op grond van ontduiking van het wettelijk minimumloon, dat wordt wel nageleefd, maar op ontduiking van de CAO-voorwaarden. Een versterking van het argument van Spekman, dat er een CAO-politie moet komen. Hij brengt ook een nieuw punt in.

  • Bij de kennismigranten- regelingen, waarbij kennis migranten gemakkelijk een verblijfsvergunning kunnen krijgen om hier te gaan werken, is het in 20% van de gevallen foute boel, dwz dat met name wat betreft de salarishoogte, de regels worden ontdoken. Er is een hoge mate van zelfregulering. Moet hier niet meer controle op?
  • Als tweede punt brengt hij naar voren, dat er knelpunten zijn in de uitvoering van de AOW. Wanneer iemand bv op 12 januari overlijdt, gaat de Sociale Verzekerings Bank de AOW vanaf 12  januari terugvorderen, terwijl wel de huur etc. betaald moet worden en doorloopt. Mensen die toch al verdrietig en gestressed zijn bij het overlijden van bv de vader krijgen dan zo’n brief en zijn daar ontstemd over. Kan nou niet een regel worden ingevoerd, dat over de maand waarin de betrokkene overlijdt gewoon de AOW uitbetaald blijft en stopt per de eerste van de volgende maand? Het zou hier alleen al in 2009 gaan om 121.000 brieven.
  •  Als derde punt zegt hij dat er zich de afgelopen tijd 1500 buitenlandse bedrijven in Nederland hebben gevestigd, die hun personeel uit het buitenland hebben meegenomen en die zich op grond van het zogenaamde ‘notificatiebeleid’ hebben gemeld. Welke detacherings richtlijn is hier van toepassing? Die van de EU? Daarover zijn vragen gesteld aan Nederland. Moet de Nederlandse CAO worden nageleefd, of de CAO van het land van herkomst? Daarbij wil hij ook opmerken, dat heel veel werkgevers de regels voor het ontslagrecht ontduiken. Moeten dit soort dingen niet meer worden gecontroleerd en uitgezocht?

De heer van Dijk van het CDA herhaalt het argument, dat moet worden gehandhaafd vanwege het draagvlak onder de sociale zekerheid. Ook hij stelt dat er een spanningsveld tussen handhaving en privacy is. Juist als je zegt we willen alleen huisbezoeken als er echt aanwijzingen zijn dat er iets aan de hand is, is bestandskoppeling noodzakelijk, om de signalen te kunnen verzamelen. Ook is daarvoor belangrijk dat er meer met risicoprofielen gewerkt gaat worden, om de opsporingskans te vergroten. Wat is in de ontwikkeling daarvan de voortgang? Over die bestandskoppelingen en het doorgeven van signalen merkt hij ook nog het volgende op.

  • Hij stelt de vraag, hoe de ‘nalevingsgraad’ omhoog kan. Evenals de heer Spekman stelt hij, dat de cijfers van de staatssecretaris in dezen moeilijk interpreteerbaar zijn. Kan dit niet wat duidelijker?
  • Hij wijst op de affaire Spijkenisse, waar een bijstandsechtpaar voor tonnen aan fraude heeft gepleegd over de afgelopen 20 jaar. Hij vraagt zich in dit verband af hoe het kan, dat er maar 12 jaar wordt teruggevorderd terwijl er toch een verjaringstermijn van 20 jaar zou moeten bestaan. Ook heeft hij gehoord dat er een verjaringstermijn van 10 jaar zou bestaan. Hij vindt dat alles moet worden teruggevorderd. Is het wel gewenst zo’n verjaringstermijn aan te houden?

De CDA-er van Dijk merkt verder op, dat hij signalen heeft ontvangen van gemeenten, dat medewerkers bij de Gemeentelijke Basisis Administratie (GBA) constateren, dat wel opvallend veel jongeren in hun gemeente gaan verhuizen naar de overkant van de straat als ze 18 jaar worden. Ze hebben dan recht op studiefinanciering voor uitwonenden. De medewerkers van het GBA zeggen dat ze vanwege privacy overwegingen hier niets mee kunnen, dus dat wordt niet onderzocht. Spekman merkt daarbij op, dat ze het kunnen doorgeven aan de sociale recherche, ook een gemeentelijke instelling. En die kunnen het dan weer doorgeven aan de inspectie van de studiefinanciering. Je moet ook in de praktijk oplossingen zoeken en niet bij de pakken neerzitten. De heer van Dijk zegt daar weer over dat de gemeenten er geen belang bij hebben om het door te geven. Er zijn geen financiele prikkels. Dus dat moet anders geregeld worden. De heer van Dijk merkt verder evenals de heer Spekman op, dat gemeenten de handhaving niet moeten afkopen bij de SIOD. Ze mogen het niet afschuiven door het uit te besteden en dan achterover gaan leunen, zo van: we hebben het goed uitbesteed, dus we wachten af. En dan verder zelf niets doen.
De heer van Dijk gaat ook in op het feit, dat bij 55% van de bezoeken van de Arbeidsinspectie bij bedrijven er iets aan de hand is. Hij is weliswaar geen principieel tegenstander van de CAO-politie zoals Spekman die voorstelt, maar of hij het ermee eens is, is een tweede. Hij wil liever eerst onderzocht zien, hoe de signalering van de Arbeidsinspectie en de vakbonden naar elkaar nu uitwerkt. Dus als de Arbeidsinsepctie constateert, dat er op het gebied van CAO-ontduiking iets aan de hand is en ze geven dat door aan de vakbonden, gebeurt er dan iets mee? Daar wil hij eerst antwoord op, alvorens verder te praten. Hij wil nu nog verder niets regelen. Hij verklaart dat de vakbonden met de werkgevers net zo'n regeling in andere sectoren kunnen afspreken als ze in de uitzendbranche doen met een handhavingsstichting. Maar hij vraagt zich af of dit in de loop van de CAO-onderhandelingen wat de vakbonden betreft niet op het prioriteitenlijstje enigszins naar beneden schuift. De CAO en de naleving ervan is verder de verantwoordelijkheid van de sociale partners. Voorlopig heeft de overheid bij de controle op de naleving van de CAO's geen rol. De heer Ulebelt probeert van Dijk een stap verder te krijgen, maar dit lukt niet.
De heer van Dijk brengt nog het punt naar voren van mensen uit Europa die hier werken en die binnen 5 jaar werkloos worden en een beroep doen op bijstand. Die mensen moeten vertrekken. Maar er zijn praktische handhavingsproblemen, die opgelost moeten worden.

De antwoorden van de staatssecretaris

De staatssecretaris deed een reeks van toezeggingen vooral op het gebied van het toezeggen van extra informatie.

  • Eerst is er een discussie tussen de staatssecretaris en Spekman over de ontwikkeling dat gemeenten hun handhavingsbeleid uitbesteden aan de SIOD. Maar dat leverde geen concrete voorstellen op. De gemeenten blijven verantwoordelijk ondanks de uitbesteding en kunnen door het Rijk op basis van de budgettering en de integrale rapportages op hun vinders worden getikt door het Rijk
  • Dan de discussie over de grens van 10.000 euro fraudebedrag. Daarboven vindt strafrechtelijke vervolging plaats, daarbeneden niet. De staatssecretaris merkt op dat het openbaar ministerie capaciteitsproblemen heeft, maar dat ze zal overleggen met de betrokken bewindslieden om een en ander te bespreken of het niet anders kan. Ook de staatssecretaris vindt, dat je bij fraudebedragen van bv 500 euro eigenlijk strafrechtelijk moet vervolgen. Naar aanleiding van opmerkingen van van Dijk over fraude bij de studiefinanciering zal de staatssecretaris ook Plasterk bij dit overleg betrekken.
  • Het dilemma van enerzijds zorgvuldige privacy-bewaking en anderzijds inzichtelijkheid op basis van bestandskoppelingen. Daar is een spanningsveld. Ook moet je dit bezien in het kader van vroeg-signalering van problemen en armoedebestrijding, mensen erop wijzen dat ze ergens recht op hebben. De staatssecretaris zegt toe dat ze over deze materie een notitie zal schrijven en dat ze erin zal duiken en dat ze het College Bescherming Persoonsgegevens hierbij zal betrekken. Op basis van de notitie, die voor het zomerreces verschijnt, zal de Kamer dan kunnen debatteren.
  • De staatssecretaris deelt mee, dat er momenteel twee onderzoeken lopen over de nadere duiding van cijfers met betrekking tot de nalevingsgraad van verschillende regelingen. Ze is het ermee eens, dat de huidige cijfers niet goed zijn te duiden. Ook moet de voorlichting aan de AOW-ers worden verbeterd. Sommigen zijn niet op de hoogte van de partnertoets in de AOW. Ze zegt dat de twee onderzoeken naar de kamer gestuurd zullen worden ter bespreking.
  • De staatssecretaris zegt toe er nog eens bij de vakbonden en de werkgevers op te zullen aandringen, dat ze regelingen treffen voor handhaving van CAO's  zoals dat ook in de uitzendsector is gebeurt. Maar ze ziet hier verder voor de overheid geen rol weggelegd. Bij CAO's gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst. Maar we kunnen als overheid wel zaken die niet kloppen terugkoppelen naar de vakbonden en de werkgevers. Maar de overheid moet niet die taak overnemen. Er is vervolgens nog enige tijd gediscussieerd tussen Spekman en Ulebelt enerzijds en de staatssecretaris anderzijds, maar dat leidde niet tot een ander standpunt van de staatssecretaris. De heer Spekman zei daarop dat hij een brief wil, waarin dat standpunt wordt uitgelegd en dat er dan ook een overzicht komt van standpunten van de betrokken partijen en dat de Kamer daar dan over kan discussieren. Spekman vindt dat de overheid wel een rol heeft. Als de werkgevers de kont tegen de krib gooien moet de overheid ingrijpen door bevoegdheden te verlenen zoals inzagerecht en bezoeken bouwplaatsen. Spekman wil een kabinetsstandpunt. De staatssecretaris zegt toe die brief te zullen schrijven.
  • Wat betreft de 55% van de bedrijven waar bij bezoek van de Arbeidsinspectie iets aan de hand is, die bezoeken gebeuren wel op basis van risicoprofielen. Dus het is geen cijfers dat je kunt gebruiken om de gemiddelde fraude in Nederland van bedrijven vast te stellen. Een uitbreiding van de capaciteit van de Arbeidsinspectie vindt zij dan ook niet nodig.
  • Wat betreft de navordering van teveel uitbetaalde AOW bij overlijden zal ze de brief van de heer Ulebelt uitzoeken.
  • Wat betreft de affaire Spijkenisse merkt de staatssecretaris op, dat volgens haar de verjaringstermijn inderdaad 20 jaar zou moeten zijn, en dat in de WWB wordt aangesloten bij de verjaringstermijnen van het Burgerlijk Wetboek, en niet 12 jaar. Ze weet niet hoe dit kan. Dat gaat ze uitzoeken.
  • Wat betreft het signaal dat werkgevers massaal het ontslagrecht zouden ontduiken deelt ze mee, dat de minister van Sociale Zaken hierover momenteel overleg heeft met het UWV en dat nadere informatie zal volgen.
  • Verschillende andere punten, die de Kamerleden hiervoor al hadden genoemd, zijn nog aan de orde geweest. Er komt ook nog een brief van de staatssecretaris over handhaving van de regels bij buitenlanders, die hier werken en korter dan 5 jaar zijn. Het blijkt echter even later dat die brief er al is, nl van 10 november 2009.
  • Tenslotte zal er nog contact zijn tussen verschillende ministers over de adressenfraude bij de studiefinanciering en daarover zal ook een brief komen.

Commentaar achteraf.

  • Bij de affaire Spijkenisse over de samenlevingsfraude van 20 jaar wordt slechts 12 jaar teruggevorderd, omdat de Wet Boeten Maatregelen in 1997 is ingegaan. Daarvoor was er in de toen geldende bijstandswet een verjaringstermijn van 5 jaar. Dus in de huidige overgangsperiode is de verjaringstermijn 2009 min 1997 is 12 jaar. Volgend jaar is het 13 jaar, etc. tot de 20-jaar termijn is bereikt. Noch de staatssecretaris, noch de kamerleden waren van dit feit op de hoogte. Ze weten dus zelf niet wat voor beleid ze voeren
  • De aanwezigheid van 7 ambtenaren aan tafel heeft bij deze dingen niet erg geholpen, of zouden die het ook niet geweten hebben?

Piet van der Lende