Header image
header image 2
 

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
|| INDEX ||Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 
Wat is een krediethypotheek in de Wet werk bijstand (WWB)?

 

In artikel 50 van de WWB wordt de krediethypotheek genoemd. Echter, wat is een krediethypotheek in de zin van de WWB eigenlijk?

De bijstandsuitkering is geen lening. De bijstandsuitkering is een gift op grond van artikel 48 lid 1 WWB. Dit betekent dat de bijstand die wordt verstrekt voor levensonderhoud, voor de aanschaf van eten, nieuwe brillenglazen enz. niet hoeft te worden terugbetaald. Echter, de WWB kent ook in beperkt aantal gevallen( in de wet opgesomd) de mogelijkheid dat het uitgekeerde geld wel moet worden terugbetaald in de vorm van een geldlening, of in de vorm van een borgtocht. Dit artikel gaat over een bijzondere vorm van een geldlening te weten: de geldlening met een zekerheid tot terugbetaling, de zogenaamde krediethypotheek.
Het verstrekken van bijstand als een geldlening is een bevoegdheid van de gemeente. Zij is niet verplicht om voor deze kosten van het bestaan een lening te verstrekken. De gemeente kan de bijstand ook in de vorm van een gift verstrekken. Nogmaals voor alle duidelijkheid: buiten de in de wet opgesomde gevallen kan de gemeente de bijstandsuitkering alleen maar in de vorm van een gift uitkeren. Een van deze in de wet opgesomde gevallen wordt behandeld in dit artikel.

Het bezit van vermogen kan een probleem geven bij het verlenen van een bijstandsuitkering, want men kan een vermogen hebben dat boven het maximumbedrag ligt van wat een uitkeringsgerechtigde mag hebben. Onder het bezit van vermogen valt ook de eigendom van een huis. Het gaat vaak toch te ver om van een huisbezitter, die in bijstandsbehoevende omstandigheden geraakt, te verlangen dat hij zijn woning verkoopt, zodat de bijstandsuitkering kan worden afgewezen. Bovendien kan de uitkeringsgerechtigde soms niet over het vermogen beschikken.  

Nog een voorbeeld ter verduidelijking.
Een lerares op de basisschool raakt haar baan kwijt; zij komt uiteindelijk in de bijstand terecht. Zij heeft echter wel een huis. Met de slechte onroerendgoedmarkt kun je niet verwachten dat zij eerst haar huis verkoopt en dat zij dan van de opbrengst van het huis moet gaan leven. Immers, het duurt vaak een jaar of twee voordat het huis verkocht wordt. Zij kan het vermogen (dat boven het maximumbedrag ligt wat een uitkeringsgerechtigde mag hebben) dus niet te gelde maken.Waar moet zij in de tussentijd dan van leven? In deze gevallen biedt de gemeentelijke krediethypotheek op grond van artikel 50 WWB uitkomst.

Wat zijn voorwaarden tot vestiging van een krediethypotheek?
Om bij het voorbeeld van de lerares op de basisschool te blijven: de lerares heeft een vermogen dat later te gelde kan worden gemaakt. Om, zoals gezegd, de tussentijd te overbruggen schiet de gemeente het geld voor levensonderhoud voor, maar dan moet de gemeente wel kunnen bepalen hoe hoog het eigen vermogen in de vorm van het huisbezit eigenlijk is. Men berekent de waarde door de woningschulden af te trekken van de waarde in het economische verkeer van het huis. Bij de berekening van de waarde wordt ook het erf van de woning meegenomen. Wat uiteindelijk overblijft, is de waarde van het huis. Dit wordt de overwaarde genoemd. De gemeente verstrekt een lening ter grootte van de overwaarde. Echter, indien de overwaarde minder is dan 48.900 euro( geldend in het jaar 2013) is de gemeente verplichtom de bijstand in de vorm van een gift te verstrekken.

Een rekenvoorbeeld.  

De lerares vraagt een WWB-uitkering aan op 1 mei. De lerares bewoont een woning,
die haar eigendom is. De waarde van het stulpje is 150.000 euro Op de woning rust een hypotheek van 110.000 euro. Ondanks de overwaarde in de woning wordt er vanaf 1 mei bijstand om niet aan de lerares toegekend. Waarom? Wel, 150.000-110.000= 40.000 euro. De overwaarde is minder dan 48.900. Dus is de bijstandsuitkering een gift. Overigens dient de hypotheek van 110.000 euro wel gevestigd zijn tot zekerheid van afbetaling van een echte schuld. Als er een schuld is aan een dochter of zoon wordt niet zo gauw aangenomen dat er een echte schuld is. De uitkeringsgerechtigde dient dan aan te tonen dat die schuld niet nep is om bijstand in de vorm van een gift te krijgen. 

Nog een rekenvoorbeeld.

De lerares vraagt een WWB-uitkering aan op 1 mei. De lerares bewoont nog steeds dezelfde woning, maar nu is de waarde 180.000 euro. Op de woning rust nog steeds een hypotheek van 110.000 euro. Thans komt de overwaarde boven de 48.900 euro uit. De gemeente verstrekt de bijstandsuitkering van 21.100 in de vorm van een lening. Immers, dat is de overwaarde van het huis. Nadat de 21.100 is uitgekeerd, is de rest van de bijstandsuitkering een gift.

Bij een overwaarde van de woning van meer dan 48.900 euro zal er door de gemeente eerst moeten worden gekeken of in redelijkheid kan worden verwacht dat de uitkeringsgerechtigde de woning verkoopt of dat de uitkeringsgerechtigde een hogere hypotheek op het huis vestigt om zo het levensonderhoud te bekostigen. Als dat in alle redelijkheid kan worden verwacht, dan kan de gemeente de bijstandsuitkering weigeren. De gemeente zal hiertoe pas besluiten als de overwaarde van het huis dermate hoog is dat het uit oogpunt van bijstandsverlening onverantwoord is de overwaarde buiten beschouwing te laten. Uiteraard wordt bij deze individuele beoordeling bekeken naar de duur dat iemand van de bijstandsuitkering gebruik zal maken. Er wordt gekeken naar aanpassingen in de woning. Tevens wordt er gekeken naar de verkoopbaarheid van de woning enz. enz. Gemeentes zijn vrij om in hun beleid vast te leggen dat de uitkeringsgerechtigde het huis moet verkopen of dat er op het huis van een uitkeringsgerechtigde een hypotheekrecht moet, zodra de overwaarde meer bedraagt dan een vastgesteld bedrag( bijvoorbeeld pas bij 60.000 euro.

De regels van artikel 50 WWB gelden louter als de uitkeringsgerechtigde zelf de woning bewoont.
De regels van de krediethypotheek op grond van artikel 50 WWB gelden alleen maar, indien de eigen woning door de aanvrager van de bijstandsuitkering zelf wordt bewoond. Indien de aanvrager van de bijstandsuitkering niet in de woning zelfwoont, maar de woning (bijvoorbeeld) verhuurt, geldt artikel 50 WWB niet. Als de eigenaar elders woont, dan wordt de overwaarde van de woning als “gewoon” vermogen beschouwd. Daarbij gelden dan de gebruikelijke vermogensvrijlatingsregels. Bij een totaal vermogen( inclusief de overwaarde van de woning) van meer dan de vermogensgrens zal de aanvraag worden afgewezen. 

Een rekenvoorbeeld.
Piet vraagt een uitkering voor levensonderhoud aan in zijn woonplaats. Piet woont in een gehuurde woning. Hij heeft daarnaast tevens een eigen huis in Friesland. De overwaarde van Piet zijn huis is 35.000 euro. De gemeente zal de aanvraag van Piet afwijzen, omdat de aanwezigheid van het vermogen in de woning meer dan 5.795 euro bedraagt. 5.975 euro is het vrij te laten vermogen in 2013 op grond van artikel 34 lid 3 WWB.
Indien Piet het huis niet direct kan verkopen, kan er bij wijze van uitzondering bijzondere bijstand worden verleend op basis van een ander wetsartikel, bijvoorbeeld artikel 48 lid 2 onder a WWB of op grond van artikel 51 WWB. Deze bijstand kan dan in de vorm van een geldlening worden verstrekt. Op het huis van Piet kan dan geen krediethypotheek worden gevestigd.

Artikel 50 WWB geldt louter voor algemene bijstand.
In artikel 50 lid 2 WWB wordt alleen de algemene bijstand genoemd. Dit houdt in dat deze regels niet van toepassing zijn op de zogenaamde bijzondere bijstand. Indien de gemeente bijzondere bijstand wil verstrekken en er is een overwaarde van boven de 48.900 euro, dan kan dit niet met een geldlening die gebaseerd is op artikel 50 WWB. Als er dan toch een in zo'n situatie bijstand wordt verstrekt, kan dat alleen in de vorm van een gift, of als een geldlening op grond van een ander artikel uit de WWB, bijvoorbeeld op grond van artikel 48, of op grond van artikel 51 WWB (er is dan een andere reden voor het verstrekken van een geldlening, bijvoorbeeld vanwege de aanschaf van een wasmachine).

Als er een krediethypotheek is gevestigd, blijft het vastgestelde bedrag gedurende de bijstandsperiode ongewijzigd. Een eventuele waardevermindering of -vermeerdering maakt niet uit.  Dat feit leidt niet tot een eventuele herwaardering van het huis. Dit is allemaal vastgesteld op grond van de jurisprudentie.

Terugbetaling van de lening op grond van de WWB.
Over de manier van terugbetaling en de hoogte van de terug te betalen bedragen is elke gemeente vrij. Gemeentes kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen dat er bij terugbetaling van de hoofdsom en eventueel verschuldigde rentesommen plaats moet vinden bij:

  • het einde van de bijstandsverlening;
  • als de cliënt niet langer zijn huis bewoont;
  • bij verkoop van de woning                  

De cliënt moet meewerken aan de vestiging van een krediethypotheek.
De uitkeringsgerechtigde is verplicht medewerking te verlenen aan alles wat nodig is voor het vestiging van de krediethypotheek. Dat betekent o.a. dat de uitkeringsgerechtigde mee moet werken aan het ondertekenen van een hypotheekakte bij de notaris. Dat betekent ook dat de uitkeringsgerechtigde alle financiële gegevens dient te overleggen, want op deze manier kan de gemeente een beeld krijgen van de financiële situatie van de uitkeringsgerechtigde. Die financiële situatie omvat ook eventueel huisbezit in het buitenland, bijvoorbeeld huisbezit in Marokko of Turkije. Doet de uitkeringsgerechtigde dat allemaal niet, dan wordt de aanvraag door de gemeente afgewezen en  kan de gemeente op grond van de plaatselijke regels, de afstemmingsverordening in juridisch jargon, bevoegd zijn om al uitgekeerde bedragen terug te eisen. De gemeente kan ook stoppen met het uitkeren van de bijstandsuitkering. Het is de gemeentes wel aan te raden dat er duidelijke beleidsregels zijn wat betreft de vestiging van de krediethypotheek. Het kan niet zo zijn dat de ene uitkeringsgerechtigde geld in de vorm van een gift krijgt uitgekeerd en dat de andere uitkeringsgerechtigde in dezelfde financiële situatie en dezelfde gemeente een lening en tot zekerheid  van terugbetaling van de lening een hypotheek op zijn woning moet vestigen. Dat zou o.a. in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel.  

Leningen kunnen worden verstrekt onder bepaalde voorwaarden.
In de jurisprudentie is bepaald dat de gemeente kan bepalen dat een bijstandsgerechtigde bijstand in de vorm van een geldlening verstrekt kan krijgen onder specifieke voorwaarden.
Drie voorbeelden volgen.

Voorbeeld 1. Als de uitkeringsgerechtigde na een bepaalde periode nog geen werk heeft gevonden, kan tot zekerheid van terugbetaling een hypotheek gevestigd worden op het huis van de uitkeringsgerechtigde. Vreemd genoeg zegt de hoogste gerechtelijke instantie: “uitkeringsgerechtigde, je moet binnen een bepaalde periode een baan hebben. Heb je die niet, dan mag de gemeente jou dwingen dat jij een hypotheek op jouw huis vestigt. Deze voorwaarde mag de gemeente bedingen bij het verstrekken van een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening. Dat de gemeente zich al dan niet inspant om jou aan een baan te helpen, doet er niets toe.”         
Voorbeeld 2.
In principe is de bijstand een gift, maar als de bijstandsgerechtigde een woning bezit, die in waarde stijgt, kan na verloop van tijd de bijstandsuitkering worden omgezet naar een geldlening met als zekerheid een hypotheek op het huis van de uitkeringsgerechtigde. De gemeente heeft de bevoegdheid om verplichtingen op te leggen ter zekerheid tot terugbetaling van de geldlening. De verplichting kan dus bestaan uit het sluiten van een hypothecaire overeenkomst.
Voorbeeld 3.
Indien de uitkeringsgerechtigde onvoldoende verantwoordelijkheid toont wat betreft de bijstandsuitkering, lees: de uitkeringsgerechtigde smijt het geld over de balk, kan de gemeente tot zekerheid van terugbetaling van de geldlening een hypotheek eisen op het huis van de uitkeringsgerechtigde. Dan moet er natuurlijk wel voldoende overwaarde op het huis zijn.  

Het minimum bedrag aan bijstand.

Als naar verwachting de te verstrekken bijstand op jaarbasis minder bedraagt dan het netto minimumloon per maand, wordt de bijstandsuitkering verstrekt in een gift op grond van artikel 50 lid 2 WWB.

Een voorbeeld.
Freek vraagt op 1 februari 2008 een WWB-uitkering aan. Freek heeft een huis met een overwaarde van 61.000 euro. Freek vraagt een aanvullende bijstandsuitkering aan, omdat zijn inkomen 52 euro minder is dan het netto minimumloon. Aan Freek wordt een aanvullende bijstandsuitkering toegekend. Deze uitkering zal ondanks de overwaarde van Freek zijn huis worden toegekend, want de toe te kennen bijstand op jaarbasis bedraagt minder dan het minimumloon per maand.

Tijdelijk geen bijstandsuitkering.
Het gebeurt vaak dat een uitkeringsgerechtigde tijdelijk geen beroep hoeft te doen op een bijstandsuitkering, omdat hij werk heeft gevonden, of vanwege andere redenen. Als de uitkeringsgerechtigde dan weer een beroep moet doen op de WWB, moet er formeel opnieuw een taxatie van de woning plaatsvinden. Dit om te kijken hoeveel de overwaarde van huis van de uitkeringsgerechtigde is gedaald of is gestegen. Dat kan bijzonder zuur zijn voor de uitkeringsgerechtigde. Stel je eens voor dat de uitkeringsgerechtigde opeens een veel grotere overwaarde heeft gekregen. Misschien zegt de gemeente dan wel: “luister beste uitkeringsgerechtigde, de overwaarde is nu zo groot. Ga jij jouw huis maar eens verkopen.” Dan zegt de uitkeringsgerechtigde op zijn beurt: “werken is voor mij niet voordelig. Ik blijf lekker in de uitkeringssituatie zitten.” Daarom hebben gemeentes de mogelijkheid hiervoor eigen beleid vast te stellen, waarbij wordt bepaald dat de oude regels van de krediethypotheek en de bedragen blijven gelden als de cliënt binnen een bepaalde periode na uitstroom weer terugkomt in de bijstand.

Wie draait op voor de kosten voor de vestiging van de hypotheek?

Blijkt er na taxatie een overwaarde te zijn van meer dan  48.900 euro en wordt er wel een hypotheek gevestigd op het huis van de uitkeringsgerechtigde, dan worden de notariskosten door de gemeente betaald. Echter, die kosten worden wel bij de lening opgeteld. Dus uiteindelijk betaalt de uitkeringsgerechtigde de kosten van de vestiging van de hypotheek op zijn huis. De gemeente kan om praktische redenen afzien van een taxatie en gewoon de WOZ-waarde als uitgangspunt nemen voor de hoogte van de geldlening. Hoe die WOZ-waarde wordt berekend door gemeentes, is toch soms onduidelijk en discutabel. Een taxatierapport biedt soms toch meer duidelijkheid en houvast. 

Ook op een woonwagen of een woonschip kan een krediethypotheek/ of pandrecht worden gevestigd.

Het huidige artikel 50 WWB biedt de mogelijkheid dat er ook op woonschepen beneden een bepaald tonnage een pandrecht gevestigd kan worden. Dat geldt ook voor een niet op een vaste plaats staande woonwagen. Het pandrecht wordt gevestigd op roerende zaken en het hypotheekrecht wordt gevestigd op onroerende zaken.  Een huis is een onroerende zaak. Je kunt niet met een huis wegrijden. De rechtsgevolgen van het pand- en hypotheekrecht zijn hetzelfde. Voor het vestigen van het pandrecht hoeft men niet per se naar een notaris te gaan. Dat scheelt weer in de kosten voor de uitkeringsgerechtigde want, zoals gezegd, de uitkeringsgerechtigde draait voor de kosten van de notaris op. De overeenkomst waarin het pandrecht wordt gevestigd, moet wel bij de belastingdienst worden geregistreerd.

Zorgvuldigheid bij de vestiging van een krediethypotheek of bij van een kredietpand.

In de huidige WWB heeft de gemeente de bevoegdheidom tot zekerheid ter terugbetaling van de geldlening de krediethypotheek te vestigen. Gemeenten hoeven geen hypotheekrecht te vestigen ter zekerheid van terugbetaling, maar zij doen dat vaak wel. Zij doen dat meestal wel, omdat het de gemeentes meer zekerheid geeft. Immers, bij een faillissement of bij verkoop van de woning zijn zij als eerste aan de beurt. Zij zijn separatist, zoals dat in juridische taal heet. De rest van de schuldeisers mag in de rij aansluiten. Zij kunnen besluiten de woning in het openbaar te doen veilen in aanwezigheid van een notaris, parate executie heet dat in juridische taal. Bij zo'n openbare veilig zijn de gemeentes als eerste aan de beurt. Er zijn uitzonderingen op het feit dat de gemeente als eerste aan de beurt is wat de opbrengst betreft, maar dat blijft buiten beschouwing in dit artikel. Er hoeft geen gerechtelijk vonnis te komen.  Zij kunnen zonder tussenkomst van de rechter het huis verkopen. Als een gemeente besluit om geen hypotheekovereenkomst te sluiten, maar gewoon een geldleningovereenkomst, moet de gemeente aansluiten bij de rij van andere schuldeisers. Als de gemeente besluit tot het aangaan van een krediethypotheekovereenkomst, zijn de bepalingen van het burgerlijke recht van toepassing. Echter, de gemeente is ook aan de normen gebonden die in het bestuursrecht staan. De gemeente heeft dus niet zoveel vrijheid als een gewone hypotheekbank. Zij moet zich ook houden aan de beginselen van algemeen behoorlijk bestuur, zoals daar zijn: zorgvuldige belangenafweging wat betreft de uitkeringsgerechtigde, enz. De regering heeft gezegd dat ook bij de toekenning van een bijstandsuitkering maatwerk een vereiste is. Dat geldt ook als de uitkering in de vorm van een geldlening wordt verstrekt. Daar horen dus echt de zorgvuldige belangen afwegingen bij. Indien de gemeente wil dat er een krediethypotheek op de woning van de uitkeringsgerechtigde wordt gevestigd, moet de gemeente wel rekening houden met het feit dat er vaak al een hypotheek op de woning van de uitkeringsgerechtigde rust. Vaak staat er in de hypotheekvoorwaarden dat er niet nog een hypotheek op de woning gevestigd kan worden. Indien dat wel gebeurt, houdt de uitkeringsgerechtigde zich niet aan het hypotheekcontract. Dat kan als gevolg hebben dat de uitkeringsgerechtigde een contractuele boete moet betalen. Dan is hij/zij nog verder van huis, want dan worden de schulden van de uitkeringsgerechtigde nog hoger.    

Mr. C.O.V. van Randwijck
Medewerker Bijstandsbond

05/04/2013

 

 
 

.