Header image
header image 2
 

Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
|| INDEX ||Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 
Wanneer heeft u recht op bijzondere bijstand op grond van de Wet Werk Bijstand?

wanneer kunt u aanspraak maken op bijzondere bijstand voor woninginrichting/huisraad?
 

 

De Wet Werk en Bijstand( afgekort WWB) heeft voorzieningen om de kosten van het algemene levensonderhoud te betalen voor mensen die daartoe niet in staat zijn. De WWB garandeert een bestaansminimum, een vangnet. Het basisbeginsel is dat mensen een uitkering in geld krijgen. Zonder dat de uitkeringsgerechtigden die uitkering hoeven terug te betalen, maar er is meer. De WWB kent ook de mogelijkheid voor uitkeringsgerechtigden om beroep te doen op bijzondere bijstand. Dan krijgt men dus extra geld. Ook mensen, die recht hebben op een andere uitkering dan een bijstandsuitkering hebben soms recht op bijzondere bijstand op grond van de WWB. Mensen met een eigen vermogen en mensen met inkomsten uit een baan kunnen onder bepaalde voorwaarden ook een beroep doen op de bijzondere bijstand.

Om te weten of u bijzondere bijstand krijgt voor uw woninginrichting/huisraad, moet u eerst weten wat bijzondere bijstand eigenlijk is. Allereerst wordt het begrip bijzondere bijstand ex art 35 lid 1 WWB behandeld. Daarna wordt uitgelegd wat het woord drempelbedrag betekent ex art 35 lid 2 WWB. Er volgt in dit verhaal geen bespreking van bijzondere bijstand voor bepaalde categorieën van mensen genoemd in de leden drie, vier vijf en zes van artikel 35 WWB. Ook de leden zeven en acht van dit artikel zullen niet worden behandeld. Tenslotte volgt in dit verhaal de bespreking van bijzondere bijstand voor woninginrichting/huisraad.   

Of u recht heeft op bijzondere bijstand, is afhankelijk van een aantal voorwaarden. Art 35 lid 1 WWB somt de voorwaarden op. Punt voor punt zullen de voorwaarden worden besproken. Ter verduidelijking worden de twee leden van artikel 35 allereerst geciteerd.

Onverminderd paragraaf 2.2  heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij art 31, tweede lid, en artikel 34  tweede lid niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.

Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 [Red: per 1 januari 2009: € 120,00] niet te boven gaan

 Wat kunt u hieruit begrijpen?

  • Zowel het gezin als een alleenstaande hebben in onder bepaalde voorwaarden recht op bijzondere bijstand.
  • U moet over onvoldoende middelen beschikken. Wat zijn deze middelen dan? Middelen kan geld zijn uit een AOW- uitkering, uit een WAO-uitkering, uit een verzekering, uit de langdurigheidstoeslag, enz., enz., enz. Men spreekt in dat geval dan over een voorliggende voorziening.

Een voorbeeld: Karel ligt twee weken in het ziekenhuis wegens een ongeval. Aan het einde van het verblijf in het ziekenhuis krijgt hij een forse rekening. Karel doet een beroep op de bijzondere bijstand. Dit beroep wordt afgewezen, omdat de ziektekostenverzekeraar de kosten betaalt. De vergoeding van de ziektekosten door de ziektekostenverzekeraar is dan de voorliggende voorziening. 
Ook een inkomen uit een baan wordt gerekend tot middelen. Vermogen wordt ook tot het begrip middelen gerekend. Spaargeld op de bank is een voorbeeld van vermogen. Alvorens u in aanmerking komt voor bijzondere bijstand, wordt er gekeken of u over voldoende middelen beschikt. Dit heet de draagkrachtmeeting. Als de kosten hoger zijn dan wat er uit de bijstandsnorm kan worden voldaan, kan er recht zijn op bijzondere bijstand. Er moet ook sprake zijn van bijzondere omstandigheden die noodzakelijke kosten met zich meebrengen. Wanneer is er sprake van bijzondere omstandigheden, die noodzakelijke kosten van het bestaan met zich meebrengen? Er bestaat zeer veel jurisprudentie over de bijzondere omstandigheden, die noodzakelijke kosten met zich meebrengen omdat bijzondere bijstand niet beperkt is tot een beperkt aantal gevallen. Daarnaast hebben gemeentes hun eigen beleidsregels omtrent art 35 in samenhang met art 51 WWB.

  • De gemeente mag, naast de draagkracht ook rekening houden met een drempelbedrag. Dat mag de gemeente; zij hoeft dat niet. Het drempelbedrag verschilt van tijd tot tijd. In 2007 was het drempelbedrag 115 euro per jaar. Zo stond dat te lezen in art 35 lid 2 WWB. Het drempelbedrag bekent: voor een bepaald minimumbedrag kan men om bijzondere bijstand vragen. Zo wordt voorkomen dat de gemeente ook voor hele lage kosten bijzondere bijstand moet verstrekken. Veel gemeentes hanteren geen drempelbedrag.  

Slechts twee voorbeelden worden gegeven van bijzondere omstandigheden, die noodzakelijke extra kosten van het bestaan meebrengen.
In het eerste voorbeeld ging het om behandelingskosten van een chiropractor. De behandelingskosten van een chiropractor werden niet aangemerkt als bijzondere, noodzakelijke kosten van het bestaan, omdat de huisarts en de arts van de GGD tot de conclusie kwamen dat de noodzaak van zo'n behandeling niet “medisch objectiveerbaar” was.

In het tweede voorbeeld ging het om de kosten van een schoolreis. De kosten die een alleenstaande ouder maakte voor een schoolreis van haar zoon naar Londen werden niet als bijzondere, noodzakelijke kosten van het bestaan beschouwd. Dit omdat de kosten die in het buitenland worden gemaakt niet worden vergoed op grond van de Wet Werk Bijstand. Alleen de kosten die op Nederlands grondgebied zijn gemaakt, komen voor vergoeding in aanmerking. In juridische taal heet het dan dat het territorialiteitsbeginsel van toepassing is. Voor zover de kosten van de schoolreis op Nederlands grondgebied zijn gemaakt, worden zij niet als bijzondere, noodzakelijke kosten van het bestaan gezien.

Nu volgt de bespreking van art 51 WWB. Art 51 WWB gaat over specifieke gevallen van bijzondere bijstandsverlening te weten: het al dan niet tegen lening verstrekken van een geldbedrag voor duurzame gebruiksvoorwerpen. De definitie van art 51 WWB volgt hieronder. De onderstreepte gedeeltes zullen punt voor punt worden behandeld.

 Artikel 51 Duurzame gebruiksgoederen
1
Bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet.
2
Indien een geldlening als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, stemt het college de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing mede af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

De inrichting van een huis bestaat voor het merendeel uit noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen, bijvoorbeeld een televisie en een wasmachine, meubilair enz.  Overigens benadrukken we,  dat wat noodzakelijke duurzame goederen zijn, van tijd tot tijd verschillen. Een televisie was in de jaren vijftig van de twintigste eeuw beslist geen noodzakelijk duurzaam goed.    Sinds veertig jaar heeft elk huishouden wel een televisie. Sinds twaalf jaar hebben de meeste huishoudens ook een computer. Ter verduidelijking volgen drie voorbeelden

  • Bij het eerste voorbeeld blijven we nog even bij de televisie. Als een televisie kapot is, kan men proberen om via de bijzondere bijstand geld te krijgen voor een nieuwe, maar er gelden dan meerdere afwijzingsgronden. Normaal gesproken zal er wel sprake zijn van noodzakelijke kosten, die niet worden veroorzaakt door een bijzondere omstandigheid. Het feit dat een televisie kapot kan gaan, is geen bijzondere omstandigheid. De kosten voor de aanschaf van een nieuwe televisie dienen betaald te worden uit het reguliere inkomen, of door desnoods een lening aan te gaan. Echter, als een man die met zijn kind door zijn echtgenote zonder een cent op straat wordt geschopt een aanvraag indient voor een nieuwe woninginrichting, omdat van hem niet kan worden verwacht dat hij echt te gast zal zijn bij de dak- en thuislozenopvang van het Leger des Heils, is er voor de gehele inboedel bijzondere bijstand mogelijk. Tevens als dat de financiering van een televisie zou betekenen.

Het uitgangspunt blijft dat voor inrichting en huisraad de kosten uit het reguliere inkomen moeten worden betaald. Het tweede voorbeeld gaat de bijzondere omstandigheden na een echtscheiding. In geval van een echtscheiding, waarbij beide partners louter schulden hebben, is de situatie natuurlijk anders. De bestaande inboedel wordt dan door tweeën gedeeld, waarbij ieder dus maar over een halve inboedel beschikt. Tja, een mens moet thuis wel op een stoel kunnen zitten; een mens moet ook een bed hebben om in te slapen. Als de aanschaf voor nieuwe meubels niet betaald kan worden, hebben de voormalige echtgenoten een probleem. Dan zijn er dus bijzondere omstandigheden waardoor er bijzondere bijstand wordt verstrekt. Eerst kijkt de uitvoerende instantie van de WWB, vaak sociale dienst genoemd, die in opdracht van Burgemeester en wethouders de wet uitvoert, of  het probleem niet kan worden opgelost door een geldlening bij de gemeentelijke kredietbank. Is dat niet mogelijk omdat de kredietbank de aanvraag afwijst dan wordt er bijzondere bijstand verstrekt, meestal in de vorm van een geldlening. Uit de jurisprudentie blijkt dat het uitgangspunt blijft dat de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening moet worden verstrekt. Van dat uitgangspunt wordt niet snel afgeweken. Als men niet heeft kunnen reserveren, maar men wel instaat wordt geacht af te lossen, is er geen reden om bijstand om niet te verlenen. Voor alle duidelijkheid: om niet betekent een schenking.   

  • Als de rekening voor huisraad en meubels al zijn betaald, wordt er al heel snel aangenomen dat er voldoende geld is gereserveerd. Bij de aanvraag van bijzondere bijstand moet u daar wel rekening mee houden. Als u door de aanschaf van duurzame goederen schulden heeft gekregen, wordt dat niet aangemerkt als bijzondere omstandigheid.

Sowieso geldt voor schulden: het ontbreken van (voldoende) reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen, is niet aan te merken als een bijzondere omstandigheid. Schulden dan wel het ontbreken van voldoende reserveringsruimte als gevolg daarvan kunnen niet op de WWB worden afgewenteld, aldus een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Kortom: uit gerechtelijke  uitspraken van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat men slechts in uitzonderlijke noodsituaties een beroep kan doen op de bijzondere bijstand ex art 51 WWB. En dan meestal in de vorm van een geldlening. De kans dat men bijzondere bijstand om niet krijgt, is erg klein.

In art 51 lid lid1 WWB staat vermeld dat de gemeente borg kan staan. Vaak komt men niet eens toe aan borgtocht, omdat men vrij zelden in aanmerking komt voor bijzondere bijstand op grond van art 51 WWB. Om een goede kredietverlening voor mensen met een laag inkomen mogelijk te maken staat de gemeente dan borg bij de kredietverlenende instantie.

In art 51 lid 2 WWB staat dat burgemeester en wethouders de hoogte van de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing bepalen. Zij bepalen ook of de bijzondere bijstand in de vorm van een schenking is, of dat de bijzondere bijstand in de vorm van een lening is. Het is dan wel de bedoeling dat de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing niet onevenredig zwaar drukken op de uitkeringsgerechtigden. Kortom: het moet financieel gezien wel dragelijk blijven.  

Mr. C.O.V. van Randwijck
Medewerker Bijstandsbond

10/01/2013

 
 

.