Tendentieuze berichtgeving in de media over de werkloosheid

Hoeveel werklozen zijn er nou? Dat is een kwestie van definiering.
Media en politici kiezen vaak de definiering waarmee je op het laagste aantal uitkomt.

De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) heeft een persbericht uitgebracht, waarin wordt vermeld, dat er drie onderzoeken zijn verricht naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, met name de ontwikkeling van het aantal nuggers (niet uitkeringsgerechtigden). Bijna een half miljoen van hen zouden graag betaald werk willen. De media pikten dit gretig op in het nieuws. De redenering is meestal, dat werkgevers moeilijk aan personeel kunnen komen, en dat nu plotseling een grote groep is ‘ontdekt’ die de werkgevers met aangepaste reclame en wat aanpassingen in de werkroosters kunnen benaderen om de nood aan personeel op te vangen. En tot die aanpassingen zullen de werkgevers ook gedwongen zijn. Wat een onzin. Hoe de feiten over de massawerkloosheid in de media worden omgebogen naar aanpassing aan een illusiepolitiek van de overheid door journalisten die de moeite niet nemen om de rapporten zelf te lezen en die zich baseren op het persbericht met wat aanvullende vragen bij de afdeling communicatie van het RWI. Terwijl die rapporten echt heel interessant zijn. Daarom hier maar wat feiten die in deze rapporten staan. Niet iedereen heeft tijd en zin om dat allemaal te lezen. Heb je toch wat om over na te denken. Als voorbeeld van de tendentieuze berichtgeving in de media neem ik het voorpagina artikel in NRC Handelsblad van 3 oktober 2007 als uitgangspunt dat geschreven is door Elsje Jorritsma.

Een van de rapporten, die door het CBS is geproduceerd, geeft de volgende cijfers over 2006:

7.000.000 mensen 15-64 jaar heeft betaald werk van 12 uur of meer per week
1.000.000 mensen 15-64 jaar volgt voltijdsonderwijs
1.700.000 mensen 15-64 jaar heeft geen betaald werk, geen uitkering en volgt geen voltijdsonderwijs
200.000 mensen 15-64 jaar heeft een WW-uitkering
360.000 mensen 15-64 jaar heeft een bijstandsuitkering
600.000 mensen 15-64 jaar heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering
Totaal 10.860.000 mensen

Het aangegeven aantal arbeidsongeschikten lijkt mij wat laag, ik heb ook hogere getallen gezien, maar laten we dit maar aanhouden. De conclusie is duidelijk. 2.860.000 mensen (bijna drie miljoen) die tussen de 15 en 64 jaar oud zijn hebben geen betaald werk van 12 uur of meer per week, en volgt geen voltijdsonderwijs. Afgezet tegen de bijna 11 miljoen mensen in Nederland in de leeftijdscategorie van 15-64 jaar is dat zo rond de 25%. Van deze 2.860.000 mensen heeft 1.160.000 een uitkering. Het CBS heeft ook uitgerekend hoeveel van die groep nou kan werken en betaald werk wil aanvaarden. Dit blijken in totaal 905.000 mensen te zijn. Dit betekent niet dat de resterende groep van ruim twee miljoen mensen niet betaald werk wil aanvaarden. Een gedeelte kan niet werken wegens arbeidsongeschiktheid of tijdelijke sociale omstandigheden zoals gezinssituaties, maar zou wel kunnen werken als er maar aangepast werk was, een gedeelte kan op dit moment even niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze besloten hebben een tijdje op eigen kosten te leven en in die periode een deeltijdsscholing volgen. Daarna is die groep weer beschikbaar. Met name die laatste groep zou je ook bij de werklozen kunnen rekenen, want die mensen zeggen misschien op dit moment geen betaald werk te willen en niet actief op zoek te zijn omdat ze wel weten dat er alvorens ze een nieuwe scholing hebben voltooid voor hen geen werk te vinden is dat een beetje bij ze past. Maar dat is allemaal een kwestie van definiering. Laten we in het vervolg uitgaan van die bijna 1 miljoen mensen.

Personeelstekorten bij werkgevers en andere sprookjes

Het CBS geeft bij haar overzichten van de ontwikkeling in het aantal vacatures aan, dat aan het eind van het tweede kwartaal in 2007 225.000 vacatures gemiddeld openstonden. Tegenover die 225.000 vacatures staan 905.000 mensen, die graag betaald werk willen en die kunnen werken. Eigenlijk zijn er nog veel meer mensen die azen op deze vacatures, want van 7 miljoen mensen die 12 uur of meer per week betaald werk heeft zijn ook mensen, die meer willen werken en daarnaar op zoek zijn. En dan heb je nog de 65 plussers, die op zoek zijn naar een (bij)baantje.
Dan komt de vraag: maar hoe komt het dan dat er toch zoveel vacatures zijn, naast zoveel werklozen, en dat werkgevers moeilijk personeel kunnen vinden? Op dramatische wijze wordt in de NRC over de nood van de werkgevers geklaagd. ‘…een arbeidsmarkt waar veel sectoren al zuchten onder een tekort aan werknemers, en die de komende jaren alleen maar krapper wordt’. Op die laatste voorspelling kom ik nog terug. En dan wordt de vraag gesteld: zal de groep nuggers zorgen voor een explosie van het aantal werknemers? Hoezo explosie vraag ik, is er dan betaald werk voor die mensen?
In het NRC artikel wordt het cijfer van 225.000 vacatures ook aangehaald, om een zekere dramatiek erin te brengen. ‘Het tekort aan personeel is in Nederland sinds 1970 niet zo groot geweest. De stijgende vraag naar personeel valt samen met een groeiende uitstroom van ouderen. In 2008 zal de grootste groep werknemers ooit met pensioen gaan’. In het artikel wordt niet gezegd dat volgens het CBS het aantal vacatures sinds augustus 2006 nauwelijks is gestegen. Maar er wordt meer niet vermeld.
In het tweede kartaal van 2007 zijn 282.000 vacatures ontstaan. (Dat is het totale aantal vacatures in die periode die tijdelijk openstonden en dat is dus iets anders dan de 225.000 vacatures die er gemiddeld over een kwartaal gerekend op een bepaald moment openstonden) Het aantal vervulde vacatures in het tweede kwartaal was 269.000. Dat betekent, dat deze vacatures sowieso minder dan drie maanden openstonden. Blijft over 13.000 vacatures. Een groot deel daarvan staat ook minder dan drie maanden open, want zo’n vacature kan in de laatste maand van een kwartaal zijn ontstaan en in de eerste maand van het volgende kwartaal vervuld worden. Dus wat is dan eigenlijk het probleem voor de werkgevers? Ik zie het niet. Af en toe verschijnen berichten in de media over werkgevers die zeggen: ‘ik moet de productie inkrimpen vanwege een tekort aan personeel, ik kan geen mensen vinden’ of: ‘ik zou de productie aanzienlijk kunnen uitbreiden als ik maar de mensen zou kunnen vinden’. Zijn er in werkelijkheid geen andere redenen voor die productieinkrimping? Of is het grootspraak van werkgevers die zeggen dat ze de productie zo kunnen uitbreiden? Waard om nader te onderzoeken.

Hoeveel werklozen zijn er nou?

Hiervoor werd aangegeven, dat er volgens het CBS 905.000 mensen zijn die betaald werk van 12 uur of meer in de week willen en die kunnen werken. Maar datzelfde CBS produceert cijfers over de ontwikkeling van de werkloosheid. Begin 2007 bedroeg de ‘seizoensgecorrigeerde werkloosheid’ 380.000 personen. Het CBS publiceert regelmatig gewichtige, hard lijkende cijfers over hoeveel procentpunten die werkloosheid is gestegen of gedaald. In de kranten staan dan onveranderlijk de koppen: ‘werkloosheid gestegen’ of: ‘werkloosheid gedaald’. Zeggen die stijgingen en dalingen sowieso iets over de ontwikkeling van de werkloosheid? Want hoe kan dat nou? Eerst waren er bijna een miljoen werklozen en nu zijn het er plotseling 380.000. Dat scheelt nogal wat. Nou, dat is een kwestie van definiering. Die meting van 380.000 dat is een meting ‘overeenkomstig de internationale normen’. Dat is dus het cijfer, dat naar Europa toe wordt gecommuniceerd en dat als basis dient om de werkloosheidsontwikkeling in Europa en de verschillende Europese landen met elkaar te vergelijken. En zo gezien doet Nederland het goed in Europa. De Nederlandse minister van Sociale Zaken kan zijn collega’s in andere landen met trots tegemoet treden.
Wat is nou het definieringsverschil? Het CBS zegt: ja, het kan wel zijn, dat bijna een miljoen mensen zegt dat ze graag willen werken, en dat ze ook kunnen werken, maar zoeken ze wel echt? Mensen die wel graag betaald werk willen, en ook beschikbaar zijn, maar de moed van het zoeken hebben opgegeven, die worden niet meegerekend. En je moet ook op zeer korte termijn beschikbaar zijn. Dus mensen die in reintegratietrajecten zitten worden ook niet meegerekend, want die moeten dat eerst afmaken. Het CBS hanteert de definitie van het lage aantal van 380.000 omdat alleen dit aantal relevant zou zijn voor inzicht in het functioneren van de arbeidsmarkt. Ik vind dat onzin. Het maakt voor het functioneren van de arbeidsmarkt nogal wat verschil of de mensen die op zoek zijn naar betaald werk in hun achterhoofd hebben dat bij mislukking opname in het leger van kansloze werklozen dreigt of dat dit niet zo is. Overigens hanteert het CWI een andere definiering en ze komen dus op een ander, hoger getal uit. Dat zijn de ‘niet werkende werkzoekenden’. Het CWI hanteert geen urenonderscheid of leeftijdsonderscheid en stelt eenvoudigweg dat men ‘op zoek moet zijn naar een baan’ of men nou op korte termijn beschikbaar is of niet. Ook dit aantal is echter aanzienlijk lager dan het aantal van bijna een miljoen werklozen. (Dat je ook weer hoger zou kunnen stellen als je een wat ruimere definitie neemt)

Illusies

In het NRC artikel wordt het RWI geciteerd, waar men zou aangeven dat ‘sommigen hun kansen op de arbeidsmarkt ten onrechte te laag inschatten. Ook zijn er die weinig recente werkervaring hebben’. Nou, misschien heeft menige werkloze een wat realistischer inschatting van de huidige arbeidsmarktsituatie dan het RWI. Dat neemt niet weg, dat er inderdaad mensen zijn die meer kansen hebben dan ze denken. Maar dat is een andere discussie. Mensen helpen op weg naar betaald werk kan zinvol zijn, maar aan de massa-werkloosheid verandert het niets. En dat is wel wat beleidsmakers en reintegratiebedrijven suggereren. Balkenende zei in dit verband ooit dat hij het woord ‘werkloosheid’ niet meer wilde horen. Hij sprak liever over ‘tussen twee banen in’. In het voorgaande is hopelijk duidelijk geworden, dat honderdduizenden mensen die betaald werk willen en die kunnen werken permanent langs de kant staan als het om betaald werk gaat. En dat de werkgevers op grote schaal onder druk zouden komen om hun eisen aan te passen lijkt mij een illusie. Aardig is in dit verband de opmerking over werkervaring in het NRC artikel. Zonder werkervaring kom je niet aan de bak. Werkgevers willen kant en klare arbeidskrachten, die zo vol in de productie meekunnen, zonder een inwerkperiode die wat langer is en de mensen moeten kant en klare kennis en vaardigheden hebben. Voor de kosten van het bijhouden daarvan moeten de mensen zelf opdraaien of de staat moet het betalen. Er zijn verschillende verklaringen van werkgeversorganisaties die dat bevestigen. In het NRC artikel staat: ‘de druk om creatief om te gaan met het creeren van kleine banen neemt toe, erkent VNO-NCW’. Dit vanwege de grote tekorten. ‘En dat is goed nieuws voor de kieskeurige toetreder. VNO-NCW: dat het in de toekomst meer maatwerk wordt, dat mogen we aannemen’. Nou dat lijkt me van niet.

Piet van der Lende