De Grondwettruc

Er wordt een smerig spelletje gespeeld met de Europese grondwet. In 2005 werd de grondwet in een referendum aan de Nederlandse bevolking voorgelegd. Een ruime meerderheid stemde tegen. Nu, ruim twee jaar later, wordt geprobeerd dezelfde plannen die in de grondwet stonden alsnog door te drukken. In een wat andere verpakking en zonder een referendum. Zo wordt er een loopje genomen met de democratie

Willem Bos

Het plan voor een Europese grondwet kwam niet uit de lucht vallen. Het was een poging om Europa een democratisch gezicht te geven. Toch is de Europese eenwording altijd een project van bovenaf geweest. De eenwording was een project van de Europese elites die belang hadden bij een gemeenschappelijke markt. Veel democratie is daar nooit aan te pas gekomen. Over geen van de belangrijke stappen die in Europa zijn gezet (zoals de vorming van de Europese Unie, de invoering van de euro en de uitbreiding van de Unie) is de bevolking geraadpleegd. In een aantal landen zijn indertijd referenda gehouden, maar in Nederland is de bevolking nooit om haar mening gevraagd.
Vanaf 1979 bestaat er een Europees Parlement. Dit parlement heeft slechts beperkte bevoegdheden. De opkomsten bij de Europese verkiezingen zijn altijd laag en Europese kwesties spelen bij die verkiezingen slechts een beperkte rol. Kortom, de EU mist democratische legitimiteit. Dat gebrek aan democratie op Europees vlak is er altijd geweest. Heel lang was dat niet echt een probleem omdat de bevolking van de betrokken landen zich in meerderheid wel kon vinden in Europa en haar politiek. Er was dus sprake van een soort zwijgende instemming.
Maar die instemming is al langere tijd aan slijtage onderhevig. Dat heeft alles te maken met de neoliberale politiek die Europa voert en met de rol van Europa in het afbreken van de verzorgingsstaat zoals die na de Tweede Wereldoorlog was opgebouwd.

Democratisch jasje
De Europese grondwet was een poging om Europa van een democratisch jasje te voorzien. Niet dat dat jasje zelf zo democratisch was, maar geprobeerd werd het een democratische snit te geven door de term ’grondwet’ te gebruiken, de bevoegdheden van het Europese Parlement een beetje uit te breiden - door een aantal vrijblijvende instrumenten zoals een Europees burgerinitiatief in te voeren - en door het Handvest voor burgerrechten op te nemen. Om de democratische uitstraling te versterken werd er ook naar gestreefd om in zo veel mogelijk landen een referendum te houden.
En daar, bij die referenda, ging het mis. In Spanje zei de bevolking - bij een heel lage opkomst en een zeer beperkte campagne - nog ‘ja’ tegen de grondwet. Maar zowel in Frankrijk als in Nederland stemde een ruime meerderheid van de kiezers tegen. In de Tweede Kamer was een meerderheid van meer dan tachtig procent voor de grondwet, onder de kiezers was slechts minder dan veertig procent voor.

Helemaal veranderd, helemaal hetzelfde
In politiek Den Haag en in Europa zat men lelijk met het Franse en Nederlandse ‘nee’ in zijn maag. Referenda in andere landen werden afgelast (met uitzondering van Luxemburg). De politici gingen op zoek naar mogelijkheden om de grondwet, of in ieder geval de kern daarvan, toch doorgang te laten vinden. Alleen: hoe? Dat was de vraag. De landen waar geen referendum was gehouden wilden zich niet door de Fransen en Nederlanders laten ringeloren en de grondwet - liefst integraal – gewoon invoeren.
In Nederland en Frankrijk was dat een onhaalbare kaart. Uiteindelijk vond men elkaar in een eenvoudig formule: de grondwet verandert helemaal voor zover het de vorm betreft en de grondwet verandert helemaal niets voor zover het de inhoud betreft (zie kader). Zo is er voor elk wat wils. In het ene land kunnen politici met recht beweren dat ze er in geslaagd zijn de grondwet overeind te houden. Elders - met name in Nederland en Frankrijk - kan even stellig worden beweerd dat het nieuwe verdrag niets te maken heeft met de oude grondwet. En - wat natuurlijk het belangrijkste is - dat omdat het nu geen grondwet meer is, er geen referendum gehouden hoeft te worden.

Een loopje met democratie
Zo probeert men dus het publiek om de tuin te leiden en de grondwet toch in te voeren. Nu het niet langs democratische weg is gelukt, dan maar op een ondemocratische manier.
Het heeft allemaal iets van een klucht. Politici die een paar jaar geleden nog het vuur uit hun schoenen liepen vóór een referendum zijn daar nu fel tegen. Dezelfde politici die toen voor de Europese grondwet waren betogen nu dat het maar goed is dat die grondwet helemaal van tafel is. In het ene land gebruikt men precies de omgekeerde redenering om het nieuwe verdrag aan te prijzen als in het andere land.
Er is alle reden om boos te worden over de inhoud van het nieuwe verdrag, dat vrijwel helemaal overeenstemt met de grondwet. Maar er is eigenlijk nog meer reden om kwaad te worden over de manier waarop de politiek probeert dit verdrag er door te jassen.
In 2005 waren het de politieke partijen die de burgers opriepen om in een referendum hun mening over de grondwet te geven. De burgers hebben daar massaal gehoor aan gegeven en een duidelijke uitspraak gedaan. Nu is de grondwet in een ander jasje gestoken en probeert men de burgers wijs te maken dat het een heel ander verdrag is. Maar in plaats van het nieuwe verdrag weer aan de burgers voor te leggen, wordt er alles aan gedaan om te voorkomen dat de burgers zich er weer over kunnen uitspreken.
Daarmee wordt niet alleen de meerderheid gebruuskeerd die indertijd tegen de grondwet heeft gestemd, maar ook de burgers die met de grondwet ingestemd hebben. Er is dus uit democratisch oogpunt alle reden om in actie te komen voor een nieuw referendum.

De brief en de enveloppe
Als we de opzet van het nieuwe verdrag vergelijken met de grondwet, dan zien we de volgende verschillen. Een groot aantal termen is veranderd: de term grondwet is verdwenen, de titel minister van Buitenlandse Zaken is vervangen door hoge vertegenwoordiger en Europese wetten heten weer verordeningen. Daarnaast wordt er niet meer verwezen naar de Europese vlag en het volkslied (die overigens gewoon blijven bestaan). Het Handvest van burgerrechten wordt niet meer integraal in de tekst opgenomen maar moet het doen met een verwijzing(zonder dat dit iets aan de juridische status verandert). Verder hebben Groot-Brittannië en Ierland bedongen dat de bepalingen van het Handvest in hun landen niet juridisch afdwingbaar zijn.
Alle belangrijke wijzigingen om de Europese Unie ‘beter te laten functioneren’ zijn behouden. Alleen de nieuwe stemprocedure in de Raad wordt uitgesteld tot 2017. Op verzoek van Nederland is het subsidiariteitprincipe (alleen doen op Europees niveau wat niet op lager niveau kan) verscherpt en zijn de criteria voor toetreding voor nieuwe lidstaten in het verdrag opgenomen.
De voorzitter van de conventie die de grondwet schreef, Giscard d’Estaing, omschreef de verschillen zo: ’De enveloppe is veranderd, de brief is hetzelfde gebleven.’

Nieuwe referenda?
Het enige land waarvan het nu al zeker is dat er een referendum komt is Ierland. In Frankrijk kan president Nicolas Sarkozy een referendum alleen vermijden door een wijziging van de Franse grondwet. Daarvoor heeft hij de steun van (een deel van) de socialisten nodig. In Groot-Brittannië staat de Britse premier Gordon Brown onder druk om een referendum te houden. Niet alleen de Conservatieven, maar ook enkele grote vakbonden willen een referendum omdat ze ontevreden zijn met de opt out uit het Handvest van burgerrechten. In Tsjechië en Polen blijft de kans bestaan op een referendum met een meerderheid van nee-stemmers. Ook in Denemarken, Spanje en Luxemburg blijven referenda mogelijk. In Nederland is er een meerderheid in de Tweede Kamer (PvdA, SP, GroenLinks, D66, PvdD en PVV) die zich in de verkiezingscampagne heeft uitgesproken voor een referendum. Maar de vraag is of de PvdA die verkiezingsbelofte houdt.