Een systeem van zichtbaarheid - inspectie, controle en bewaking
Achter de voordeur

Piet van der Lende

Je hoort het steeds vaker van bestuurders en politici. Als er weer nieuws is over moeilijk opvoedbare kinderen, zogenaamd frauderende bijstandsgerechtigden, mogelijke radicalisering van jongeren, oudjes die dagen dood in hun huis liggen, huiselijk geweld, vrouwen die nooit de deur uitkomen, huisuitzettingen door schulden, afsluiting van gas en licht, mensen die beneden het bestaansminimum leven, zakkenrollers, overvallen, bestuurders zeggen dat ze er nu eindelijk echt iets aan gaan doen. Ze gaan 'erop af". Politici willen dan achter de voordeur kijken om te weten hoe het met de mensen gaat.

Controleurs van allerlei instanties, straatcoaches, politieagenten, buurtvaders, handhavingsspecialisten zwermen uit in de steden en buurten om mensen, organisaties en bedrijven te controleren. Ze voeren een beleid uit dat verdedigd wordt door te wijzen op het preventieve karakter: in een vroeg stadium op de hoogte zijn en ingrijpen. Bovendien zijn er veel mensen die hun rechten niet goed genoeg kennen. In een persoonlijk gesprek horen ze dan hun rechten op een van de vele regelingen.

Volgsystemen

Praten over maatschappelijke omstandigheden die het gedrag en de leefsituatie van mensen beïnvloeden, is taboe geworden. Het gaat erom 'mensen op hun verantwoordelijkheden te wijzen'. Deze benadering wordt aangevuld met de nieuwste elektronische technieken voor het observeren en registreren van menselijk gedrag, variërend van het 'elektronisch kinddossier' in de jeugdzorg tot het 'digitaal klantendossier' in de sociale zekerheid.. Kenmerk van deze observaties en registraties is de invoering van 'cliëntvolgsystemen', waartoe een reeks van instanties toegang heeft. Hun databestanden zijn gekoppeld en hun functionarissen leggen het gedrag van cliënten over een langere periode vast in het elektronisch dossier. Dit systeem wordt aangevuld met registratiesystemen op basis waarvan precies kan worden vastgesteld waar iemand zich steeds bevindt. Monteurs van een installatiebedrijf staan geregistreerd in een systeem, waarbij hun werkgever altijd kan zien waar ze aan het werk zijn. Mensen die een mobiele telefoon bij zich hebben of in een auto rijden kunnen voortdurend worden geregistreerd. Binnenkort heb je een chip in je paspoort, waarop je naam, burgerservicenummer en adres staan. Wanneer je bepaalde registratiepoortjes passeert, wordt je naam en nummer in een waarnemingssysteem opgenomen.
Gebrekkig controlesysteem

Het bovenstaande wekt misschien de indruk dat er sprake is van een volmaakt systeem, maar dat is allerminst het geval. Momenteel neemt het de specifieke vorm aan van een controlesysteem in het kader van het neoliberalisme. Dit betekent dat veel van die controlerende instanties zijn geprivatiseerd. Er vormt zich als het ware een uitgebreid netwerk van virtuele wachttorens die onderling relaties onderhouden, maar ook elkaars concurrenten zijn. Instanties werken elkaar vaak tegen. Tegelijkertijd is het hele controlesysteem een middel om op de markt geld te verdienen. Overal zijn controlepoortjes, fysiek en virtueel, en worden voorwaarden opgesteld, wanneer je bepaalde (virtuele) poorten mag passeren en wanneer niet. Daarbij kan de voorwaarde zijn dat je eerst moet betalen om te kunnen passeren.
In de controlesystemen worden veel fouten gemaakt en soms stagneren systemen of functioneren gebrekkig, omdat bijvoorbeeld bij de toepassing van software iedereen het wiel probeert uit te vinden. Mooi, zou je misschien zeggen, maar wie door fouten in het systeem verkeerd geregistreerd staat of onterecht van van alles en nog wat wordt beschuldigd moet hemel en aarde bewegen om zijn recht te halen. Niemand is aanspreekbaar en verantwoordelijk. Er ontstaat in de neoliberale maatschappij een soort zelfregulerend marktsysteem buiten de burgers om, op basis van concurrentie en privatisering.
In dit controlesysteem heeft de neoliberale strafstaat een bijzondere rol. De Nederlandse situatie is vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten. Meer dan andere Europese landen. In Nederland is de gevangenispopulatie sinds 1987 verviervoudigd. Het gaat daarbij niet alleen om strafrechtelijke maatregelen, maar om preventieve hechtenis (tijdelijke opsluiting zonder dat een rechter er aan te pas komt) en zogenaamde civielrechtelijke detenties (bijvoorbeeld opsluiting van moeilijk opvoedbare kinderen die uit huis worden geplaatst).(1)

Sociaal panopticum

Sociologen gebruiken voor de beschrijving van bovenstaande systemen en hun gevolgen voor het denken en het gedrag van individuen en groepen steeds meer de metafoor van het 'sociaal panopticum'. Dit is een voortdurende controle op het doen en laten van mensen. De mensen moeten daarbij het gevoel krijgen dat ze permanent worden waargenomen en dat het door de autoriteiten als afwijkend gedefinieerd gedrag zal worden bestraft. Het sociaal panopticum leidt tot 'illegalisering' en criminalisering van gedrag dat de bedoeling heeft aan het panopticum te ontsnappen of om vorm te geven aan het samenleven van mensen buiten de principes van de kapitalistische markteconomie om. Dit geïllegaliseerde en gecriminaliseerde gedrag wordt vervolgens streng bestraft. (2)
Het sociaal panopticum is niet nieuw. Reeds de sociale wetenschapper Jeremy Bentham ontwierp eind achttiende eeuw een systeem van inspectiehuizen dat voor bewakingsdoeleinden gebruikt kan worden in publieke instituties als gevangenissen, asielcentra en werkhuizen. Het panopticum was een cirkelvorming geheel van open cellen, gebouwd rond een centraal in het midden van de cirkel staande inspectietoren, als gevolg waarvan zowel de bewaker of inspecteur als de 'klanten', werklui of gevangenen via surveillance van de bewakers constant onder toezicht stonden en waargenomen konden worden.
Het panopticum is een hulpmiddel van de macht door de constante zichtbaarheid van de bewaakten. Omdat in het systeem de bewoners, gevangenen of werklui zich er altijd van bewust zijn dat ze zichtbaar zijn, is een automatisch functioneren van de macht verzekerd. Individuen raken verstrikt in een onpersoonlijke machtsrelatie met de institutie waarvan de medewerkers vaak anoniem zijn. Het is een wezenlijke ontwikkeling bij de toenemende controle, hiërarchiesering, disciplinering en classificatie van mensen in de moderne maatschappij.
Belangrijk bij het functioneren van het sociaal panopticum is dat de mensen die bewaakt worden niet voortdurend in de gaten hoeven te worden gehouden. Zij hoeven alleen maar het gevoel te hebben, dat dit wel zo is, dat ze op ieder moment ineens kunnen worden waargenomen.

Praktijkervaringen

Op de bijstandsgerechtigden is de sociale techniek van het panopticum vanuit de Sociale Dienst van toepassing. Zo zou je althans het stelsel van maatregelen kunnen noemen, waarmee bijstandsgerechtigden te maken krijgen. Wie een uitkering aanvraagt, krijgt een huisbezoek. Daarbij moet zowel vrijwel de gehele administratie als de leefsituatie zichtbaar gemaakt worden. Ook mensen die al een uitkering hebben, kunnen eventueel een huisbezoek verwachten. Voortdurend zijn er routinematige onderzoeken, waarbij alle privé gegevens over leefomstandigheden, bankrekeningen, uitgavenpatroon, sociale relaties, eventueel vrijwilligerswerk, enzovoort steeds opnieuw op tafel gelegd, 'zichtbaar' gemaakt moeten worden. Daarnaast worden mensen die nu niet geschikt zijn voor de arbeidsmarkt, maar dat in de toekomst wel, onderworpen aan allerlei vormen van trajectbegeleiding via vaak particuliere reïntegratie-instituten.
Mensen zijn zich er over het algemeen zeer van bewust dat ze voortdurend worden waargenomen, dat ze voortdurend 'zichtbaar' zijn. Wat dit betreft, klopt de waarneming van sociologen dat bijstandsgerechtigden het symbool van de anonieme macht, de Sociale Dienst (in Amsterdam de Dienst Werk en Inkomen, DWI), altijd in hun gedachten hebben. Vanwege die constante zichtbaarheid denken ze vanuit zichzelf iedere dag wel aan die dienst. Dat ze weinig werkelijk contact hebben met deze instantie, is daarbij niet van belang. Ze 'verinnerlijken' de anonieme macht van de Sociale Dienst.
Bij de gedachtegangen die uitkeringsgerechtigden dan hebben, gaat het voortdurend over de grenzen van de sociale techniek van het panopticum die op hen wordt toegepast. Mag je een huisbezoek weigeren? Moet ik echt alle giroafschriften van de laatste drie maanden laten zien, moet ik de originelen laten zien, mag ik uitgaven voor de boodschappen afplakken, is een medische keuring verplicht? De arbeidsbemiddelaar heeft mij een aanbod gedaan voor bemiddeling, mag ik dan weigeren?
Angst voor de anonieme macht van de sociale dienst speelt een belangrijke rol. Klanten malen hierover door en vermengen dit met fantasieën over hoe aan het sociaal panopticum te ontsnappen. De mensen definiëren hun situatie en schatten hun mogelijkheden en onmogelijkheden in. Sommigen definiëren zich als ziek Ik kan er niet meer tegen, ik kan die druk niet hebben, ik denk er voortdurend aan, wat kan ik doen om met rust gelaten te worden?
Deze mensen komen op spreekuren van sociale raadslieden en advocaten, waar de medewerkers onderhandelen met de bewakers, die de techniek van het sociaal panopticum toepassen, over de grenzen ervan in individuele situaties. En soms, wanneer uit 'humane' overwegingen de toepassing van de techniek echt absurd is, wordt een bepaalde regeling door bijvoorbeeld de ombudsman of een zelforganisatie in de publiciteit gebracht of wordt op een hoger niveau met bewakers onderhandeld over wijziging van een regeling.
Bij die onderhandelingen over hoe totaal mag de techniek worden toegepast gaat het enerzijds om een juridisering van de problematiek en anderzijds om een medische vluchtroute. In het woud van regels is soms een gedeeltelijke ontsnapping aan het sociaal panopticum mogelijk. En mensen doen steeds meer een beroep op 'ziektewinst', waarbij ze aangeven te ziek te zijn om aan bepaalde verplichtingen te voldoen en de maatschappelijke autoriteit van medici gebruikt wordt om te ontsnappen.
Er mogen dan voordturend onderhandelingen zijn over de grenzen van het panopticum en op wie het van toepassing is, feit is dat de bewakers erop uit zijn de techniek steeds verder te vervolmaken en uit te breiden. De zichtbaarheid van zowel bewakers als degenen die bewaakt worden, moet worden geperfectioneerd. Daarom worden ook steeds meer instanties bij de toepassing van de techniek van het sociaal panopticum betrokken. In Amsterdam gaan vele instanties voor sociale uitkeringen en arbeidsbemiddeling samenwerken in een verzamelgebouw dat heel toepasselijk 'de toonkamer' heet.
Verzet

Hiervoor werd aangegeven dat burgers vooral een individuele, medische of juridische vluchtweg zoeken. Collectief verzet tegen de invoering van de controlemaatschappij en het moderne, sociaal panopticum is er nauwelijks. Mensen laten de afbraak van hun burgerrechten op het gebied van privacy, huisvrede en bewegingsvrijheid gelaten over zich heen gaan. Soms duikt toch spontaan collectief politiek verzet op, zoals bij het voortgezet onderwijs, een ander zich tot een sociaal panopticum ontwikkelende institutie. We hebben de scholierenstakingen nog vers in het geheugen. Het ging daar, volgens mij, onder andere om de vraag of de scholieren ook buiten de lesuren in de gaten moeten worden gehouden. Maar ook dit verzet lijkt kortstondig te zijn geweest en is door een combinatie van strenge maatregelen en manipulatietechnieken effectief de kop ingedrukt.
Naast de individuele medische en juridische weg komen af en toe spontane opstanden voor, spontane uitbarstingen van woede die geen specifieke politieke richting lijken te hebben en waarbij groepen jongeren of zelfs hele buurten zich bij een oploopje plotseling tegen de politie keren, het symbool van de anonieme macht.
Tot nu toe beperken de protesten zich tot wetenschappers en kritische intellectuelen, die hun stem verheffen. In andere landen lijkt er nog zoiets te bestaan als een burgerrechtenbeweging voor behoud van de grondrechten (bijvoorbeeld in Engeland). Het wordt tijd dat in Nederland ook zoiets van de grond komt. Wie kan het voortouw nemen?


(1) Zie mijn artikel op: www.globalinfo.nl/content/view/1344/41 en wat de Amerikaanse situatie betreft: Loic Wacquant, Straf de armen, EPO 2006.
Dat er sprake is van een intensievere controle en niet alleen van een technische vorm, moge blijken uit de volgende gegevens. Slachtofferenquêtes geven aan dat de laatste vijftien jaar de criminaliteit niet is toegenomen, terwijl sinds 2000 het aantal politieagenten met 25 procent is vermeerderd (van 42.000 naar ruim 53.000), sinds 1985 per 100.000 inwoners het aantal gevangeniscellen verviervoudigd is en sinds 1997 het aantal particuliere beveiligers gestegen van 18.000 naar 30.000.(terug)
(2) Massimo de Angelis, The beginning of history. Value struggle and global capital, Pluto Press 2007.